Papayas

De gladde, dunne schil van de vrucht kleurt tijdens het rijpen van groen naar geel-groen-roodgevlekt. Een goed gerijpte papaja heeft zalmroze tot geel-oranje vruchtvlees. Het vruchtvlees geurt naar abrikozen en is boterzacht. De smaak is zoet en doet denken aan meloen. 

Onrijpe papaja's worden in tropische landen als groente gegeten. 

In het midden van de vrucht zit een holle ruimte die gevuld is met een gelei-achtige massa met zwarte pitjes. Ze worden niet meegegeten. In de tropen zijn de pitjes echter een probaat middel tegen darmparasieten, de pitten hebben namelijk een laxerende werking. 

Bewaren

Rijpe papaja's zijn nog enkele dagen te bewaren op een koele plaats (12 graden Celcius), maar liever niet in de koelkast. Onrijpe vruchten kunnen narijpen bij kamertemperatuur.

Verse papaja's bevatten een eiwitsplitsende stof. Dit heeft gevolgen voor de verwerking in combinatie met eiwitrijke produkten. Zie hierover ananas.

Voor het gebruik een papaja schillen, pitten verwijderen en het vruchtvlees in blokjes of plakjes snijden. De vrucht kan ook als een meloen in parten worden gesneden. Citroensap verhoogt de smaak van het vruchtvlees.


Papaya bevat 55 mg vitamine C per 100 gr.



De vruchten moeten geoogst worden als het rijpingsproces net is begonnen. Te vroeg geplukte papaja's kunnen niet meer narijpen. Papaja's zijn voor de export kwetsbare produkten.   Een papaja is rijp als de vrucht een groen-geel-roodgevlekte schil heeft en de vrucht bij lichte vingerdruk meegeeft.