law - administration - school holidays
Minderjarige

Schoolvalanties voor het secundair onverwijs van de Vlaamse Gemeenschap

SCHOOLJAAR
 
Herfstvakantie
van - t.e.m.
Kerstvakantie
van - t.e.m.
Krokusvakantie
van - t.e.m.
Paasvakantie
van - t.e.m.
Hemelvaart
2006-2007

30 oktober tot 5 november

van 25 december tot 7 januari

van 19 februari tot 25 februari

  van 2 april tot 15 april

17 en 18 mei

2007-2008

van 29 oktober tot 4 november

van 24 december tot 6 januari

   van 4 februari tot 10 februari

van 24 maart tot 6 april

1 en 2 mei

2008-2009

van 27 oktober tot 2 november

van 22 december tot 4 januari

23 februari tot 1 maart

van 30 maart tot 12 april

 21 en 22 mei

2009- 2010

  van 2 november tot 8 november

van 21 december tot 3 januari

  van 15 februari tot 21 februari

   van 5 april tot 18 april

13 en 14 mei

Art. 7. van het Besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs:

De volgende vakantieperiodes worden vastgelegd :

1° de herfstvakantie, die begint op de maandag van de week waarin 1 november valt en 1 week duurt. Indien 1 november op een zondag valt, dan begint de herfstvakantie op 2 november;

2° de kerstvakantie, die begint op de maandag van de week waarin 25 december valt en 2 weken duurt. Indien 25 december op een zaterdag of zondag valt, dan begint de kerstvakantie de maandag na 25 december;

3° de krokusvakantie, die begint op de 7de maandag vóór Pasen en 1 week duurt;

4° de paasvakantie, die begint op de eerste maandag van april en 2 weken duurt. Indien Pasen in de maand maart valt, dan begint de paasvakantie op de maandag na Pasen. Indien Pasen na 15 april valt, dan begint de paasvakantie op de tweede maandag vóór Pasen;

5° de zomervakantie, die begint op 1 juli en eindigt op 31 augustus;

6° 11 november, paasmaandag, hemelvaartsdag en de dag nadien, 1 mei, pinkstermaandag;

7° voor het voltijds gewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs : 1 volledige of 2 halve facultatieve vakantiedag(en), eventueel verschillend per vestigingsplaats. Voor het buitengewoon secundair onderwijs : 2 volledige of 4 halve facultatieve vakantiedagen, eventueel verschillend per vestigingsplaats.

(Belgisch Staatsblad van 24 oktober 2001)