nationality.be
Belgisch Wetboek internationaal privaatrecht : Hoofdstuk V. - Afstamming

Recht toepasselijk op de afstamming

Art. 62. § 1. De vaststelling en de betwisting van het vaderschap of moederschap van een persoon worden beheerst door het recht van de Staat waarvan hij de nationaliteit heeft bij de geboorte van het kind of, indien de vaststelling het resultaat is van een vrijwillige handeling, bij het verrichten van die handeling.

  Wanneer het door dit artikel aangewezen rechtsstelsel geen toestemming van het kind eist, worden de vereiste van en de voorwaarden voor diens toestemming evenals de wijze waarop zij wordt uitgedrukt, beheerst door het recht van de Staat op wiens grondgebied het kind op het tijdstip van de toestemming zijn gewone verblijfplaats heeft.

  § 2. Wanneer een afstammingsband volgens het recht toepasselijk uit hoofde van deze wet rechtsgeldig wordt vastgesteld tegenover meerdere personen van hetzelfde geslacht, bepaalt het recht toepasselijk op de afstamming die van rechtswege uit de wet voortvloeit welk gevolg een erkenning hierop heeft. In geval van conflict tussen meerdere afstammingen die van rechtswege uit de wet voortvloeien, wordt tussen de aangewezen rechtsstelsels het recht toegepast van de Staat waarmee het geval de nauwste banden heeft.

  Wanneer het kind volgens het recht toepasselijk uit hoofde van deze wet rechtsgeldig wordt erkend door meerdere personen van hetzelfde geslacht, bepaalt het recht toepasselijk op de eerste erkenning het gevolg van een latere erkenning op die eerste.