Boek I. - Personen: Titel VIII. - Adoptie : Hoofdstuk I. - Intern recht
..
Afdeling 2. - Bepalingen gemeenschappelijk aan beide vormen van adoptie
§ 1. Voorwaarden voor adoptie: A. Grondvoorwaarden.   B. Leeftijd. .... E. Toestemmingen.

E. Toestemmingen

Art. 348.1. Eenieder die op het tijdstip van de uitspraak van het vonnis van adoptie, de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, moet in zijn adoptie toestemmen of daarin hebben toegestemd.
  In afwijking van het eerste lid is de toestemming niet vereist indien hij onbekwaam is verklaard of zich in een staat van verlengde minderjarigheid bevindt, dan wel de rechtbank, op grond van feiten vastgesteld in een met redenen omkleed proces-verbaal, oordeelt dat hij geen onderscheidingsvermogen heeft.

  Art. 348.2.  Wanneer de adoptant, een van de adoptanten of de geadopteerde gehuwd is en niet van tafel en bed is gescheiden of samenwoont op het tijdstip van verschijning voor de rechtbank die over het verzoekschrift tot adoptie uitspraak moet doen, moet zijn echtgenoot of de persoon met wie hij samenwoont in de adoptie toestemmen, behalve indien deze laatste zich in de onmogelijkheid bevindt zijn wil te kennen te geven, geen gekende verblijfplaats heeft of afwezig is verklaard.

  Art. 348.3.  Wanneer de afstamming van een kind, van een persoon in staat van verlengde minderjarigheid of van een onbekwaamverklaarde ten aanzien van zijn moeder en van zijn vader vaststaat, moeten beiden in de adoptie toestemmen. Indien echter een van hen zich in de onmogelijkheid bevindt zijn wil te kennen te geven, geen gekende verblijfplaats heeft of afwezig is verklaard, is de toestemming van de andere voldoende.
  Wanneer de afstamming van een kind, van een persoon in staat van verlengde minderjarigheid of van een onbekwaamverklaarde slechts ten aanzien van een van zijn ouders vaststaat, dient enkel deze in de adoptie toe te stemmen.

  Art. 348.4.  Zowel de moeder als de vader kunnen hun toestemming slechts geven twee maanden na de geboorte van het kind.
  Zij worden over de adoptie en de gevolgen van hun toestemming geïnformeerd door de rechtbank voor wie de toestemming dient te worden gegeven en door haar sociale dienst.
  Deze informatie heeft inzonderheid betrekking op de rechten, de bijstand en de voordelen waarop de families, de vaders en moeders, al dan niet alleenstaand, en hun kinderen bij wet of decreet aanspraak kunnen maken, alsook op de middelen waarop een beroep kan worden gedaan om sociale, financiële, psychologische of andere problemen die hun situatie meebrengt, op te lossen.

  Art. 348.5. Wanneer de afstamming van een kind of van een onbekwaamverklaarde niet vaststaat of wanneer de vader en de moeder van een kind of van een onbekwaamverklaarde, of de enige ouder ten aanzien van wie de afstamming vaststaat, overleden zijn, zich in de onmogelijkheid bevinden hun wil te kennen te geven, geen gekende verblijfplaats hebben of afwezig zijn verklaard, wordt de toestemming door de voogd gegeven.
  In geval van adoptie door de voogd, wordt de toestemming gegeven door de toeziende voogd. Ingeval de belangen van de toeziende voogd tegenstrijdig zijn met die van de minderjarige, wordt de toestemming gegeven door een voogd ad hoc aangewezen door de rechtbank op verzoek van iedere betrokken persoon of van de procureur des Konings.

  Art. 348.6. Voor de nieuwe adoptie van een kind, van een persoon in staat van verlengde minderjarigheid of van een onbekwaamverklaarde die voorheen op gewone wijze is geadopteerd, zijn vereist :
  1° de toestemming van de personen die in de vorige adoptie hebben toegestemd;
  2° de toestemming van de vorige adoptant of adoptanten, behalve indien de vorige adoptie ten aanzien van die persoon of personen herroepen of herzien is.
  Indien een van die personen zich in de onmogelijkheid bevindt zijn wil te kennen te geven, geen gekende verblijfplaats heeft of afwezig is verklaard, is zijn toestemming niet vereist. De toestemming van de oorspronkelijke vader of moeder, van de voogd en van de toeziende voogd, van de echtgenoot van de geadopteerde, of van de persoon met wie hij samenwoont, die vroeger onverantwoord geweigerd hebben in de adoptie toe te stemmen, evenals die van de vader en de moeder wanneer het kind door hen verlaten werd verklaard, is evenmin vereist.

  Art. 348.7.  Voor de nieuwe adoptie van een kind, van een onbekwaamverklaarde of van een persoon in staat van verlengde minderjarigheid die voorheen ten volle is geadopteerd, is de toestemming van de vorige adoptant of adoptanten vereist, behalve indien zij zich in de onmogelijkheid bevinden hun wil te kennen te geven, geen gekende verblijfplaats hebben of afwezig zijn verklaard, of indien de vorige adoptie ten aanzien van hen herzien is.

  Art. 348.8.  Eenieder van wie de toestemming in de adoptie vereist is, kan zulks doen door middel van ofwel :
  1° een persoonlijke verklaring gedaan voor de rechtbank die het verzoekschrift tot adoptie behandelt en waarvan deze een proces-verbaal opstelt;
  2° een akte verleden ten overstaan van een notaris naar keuze of ten overstaan van de vrederechter van zijn woonplaats.
  Er moet nader worden bepaald dat de toestemming wordt gegeven voor een gewone adoptie of voor een volle adoptie.
  De intrekking van de toestemming is slechts mogelijk tot het tijdstip van de uitspraak van het vonnis en, ten laatste, zes maanden na de indiening van het verzoekschrift tot adoptie en dient te geschieden in dezelfde vorm als vereist is voor de toestemming in de adoptie.

  Art. 348.9.  Ieder lid van de oorspronkelijke familie van het kind van wie de toestemming vereist is, kan in de akte of in de verklaring houdende zijn toestemming nader bepalen dat :
  1° hij de identiteit van de adoptant of van de adoptanten niet wenst te kennen; in dat geval, wijst hij een persoon aan die hem in het kader van de procedure zal vertegenwoordigen; of dat
  2° hij later in de procedure niet wenst tussenbeide te komen; in dat geval, wijst hij eveneens een persoon aan die hem zal vertegenwoordigen.
  De persoon die gebruik maakt van een van de in het vorige lid bedoelde mogelijkheden doet keuze van woonplaats.

  Art. 348.10.  Eenieder van wie de toestemming vereist is en die niet in de adoptie wenst toe te stemmen, kan zijn weigering te kennen geven door middel van ofwel :
  1° een persoonlijke verklaring gedaan voor de rechtbank die het verzoekschrift tot adoptie behandelt en waarvan deze een proces-verbaal opstelt;
  2° een akte verleden ten overstaan van een notaris naar keuze of ten overstaan van de vrederechter van zijn woonplaats.
  Niet-verschijning voor de rechtbank na door de griffier bij gerechtsbrief te zijn opgeroepen, wordt als weigering van de toestemming beschouwd.

  Art. 348.11. Ingeval een persoon die overeenkomstig de artikelen 348-2 tot 348-7 in de adoptie moet toestemmen, dit weigert te doen, kan de adoptie op verzoek van de adoptant, van de adoptanten of van het openbaar ministerie toch worden uitgesproken indien de rechtbank van oordeel is dat de toestemming op onverantwoorde wijze is geweigerd.
  Wanneer evenwel de vader of de moeder van het kind weigert in de adoptie toe te stemmen, kan de rechtbank, behalve wanneer het gaat om een nieuwe adoptie, de adoptie pas uitspreken wanneer na een grondig maatschappelijk onderzoek gebleken is dat deze persoon zich niet meer om het kind heeft bekommerd of de gezondheid, de veiligheid of de zedelijkheid van het kind in gevaar heeft gebracht.