Failissementswet

Afdeling IV. - Gevolgen van het faillissement van de ene echtgenoot ten opzichte van de andere.

Art. 96. De curators kunnen de roerende en onroerende goederen uit het eigen vermogen van een gefailleerde echtgenoot zowel als uit hun gemeenschappelijk vermogen verkopen zonder de voorafgaande toestemming van de andere echtgenoot of de rechterlijke machtiging, voorgeschreven bij de artikelen 215, 1, 1418 en 1420 van het Burgerlijk Wetboek.

Art. 97. Indien het huwelijksvermogensstelsel van de echtgenoten wordt ontbonden na de faillietverklaring en voor de sluiting van het faillissement, kunnen noch de echtgenoot van de gefailleerde, noch de curators aanspraak maken op de voordelen die in het huwelijkscontract zijn bepaald.

Art. 98. De gemeenschappelijke schulden die de gefailleerde bij de uitoefening van zijn beroep heeft gemaakt en die niet voldaan zijn door de vereffening van het faillissement, kunnen niet worden verhaald op het eigen vermogen van de echtgenoot van de gefailleerde.

 

2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht

 

Faillissementswet

 

2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht