Wet op de inpandgeving van de handelszaak

Artikel 4:

De pandakte verkrijgt openbaarheid door de inschrijving er van in een afzonderlijk register, daartoe gehouden in het kantoor der hypotheken van het gerechtelijk arrondissement binnen welks gebied de handelszaak is gevestigd.

In de gerechtelijke arrondissementen waar verschillende hypotheekkantoren zijn gevestigd, wijst de Regeering datgene onder die kantoren aan, dat met de inschrijving van de panden der handelszaken is belast.

Om de inschrijving te doen, legt de schuldeischer, hetzij zelf, hetzij door tusschenkomst van een derde, aan den hypotheekbewaarder een uitgifte der pandakte voor, indien deze een authentieke akte is, of een der exemplaren in duplo, indien het een onderhandse akte geldt. Hij voegt er twee op gezegeld papier geschreven borderellen bij, waarvan het eene op de uitgifte van den titel kan gebracht worden. Deze borderellen bevatten:

1° Den naam, de voornamen, de woonplaats en het beroep van den schuldeischer met keuze van woonplaats in het arrondissement waar het kantoor is gelegen;

2° Den naam, de voornamen, de plaats en den datum van geboorte, de woonplaats en het beroep van den bezwaarden eigenaar;

3° De bijzondere aanwijzing van de in pand gegeven handelszaak, het nummer van inschrijving in het handelsregister en de vermelding of het pand al dan niet den aanwezigen voorraad opgeslagen waren bevat;

4° De bijzondere aanwijzing van de akte die het pand vestigt en de dagteekening der akte;

5° Het beloop van het kapitaal en van de bijkomende zaken tot het bedrag waarvan de inschrijving wordt gevorderd en den termijn voor welken het pand is gegeven.

De bezwaarde eigenaar wordt vermeld op de wijze voorgeschreven bij de artikelen 139 en 140 van de hypotheekwet van 16 december 1851.

De akte behelst insgelijks de opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister, van den eigenaar van de in pand gegeven handelszaak.

Pand op de handelszaak