Burgerlijk Wetboek

Wet van 9 mei 2007 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de afwezigheid en de gerechtelijke verklaring van overlijden

Hoofdstuk IX. Overgangsbepalingen

Art. 54 : Deze wet is van toepassing op personen die, vóór haar inwerkingtreding, verdwenen zijn of niet meer verschenen zijn in hun woon- of verblijfplaats en van wie men geen tijding heeft ontvangen.


Art. 55 : Wanneer uitspraak is gedaan volgens de oude artikelen 112 en 113 van het Burgerlijk Wetboek, kunnen de voorgeschreven maatregelen indien nodig worden gewijzigd in de vorm en onder de voorwaarden bepaald in de nieuwe artikelen 112 tot 117 van dat Wetboek.


Art. 56 : Wanneer het verzoekschrift tot verklaring van afwezigheid is ingediend vóór de inwerkingtreding van deze wet, wordt het verzoek behandeld en berecht volgens de oude wet; het vonnis houdende verklaring van afwezigheid zal de gevolgen hebben die aan die wet verbonden zijn.


Art. 57 : Elk vonnis houdende verklaring van afwezigheid gewezen vóór de inwerkingtreding van deze wet of na de inwerkingtreding ervan, met toepassing van artikel 49 zal na verloop van vijf jaar te rekenen van de bekendmaking ervan, de gevolgen hebben die deze wet eraan verbindt.


Art. 58 : De bepalingen van deze wet betreffende de gerechtelijke verklaring van overlijden zijn van overeenkomstige toepassing op de aan gang zijnde procedures, inclusief die welke worden gevolgd overeenkomstig de wet van 28 juli 1921 op de geldigverklaring van de akten van de burgerlijke stand, de verbetering van de tijdens de oorlog opgemaakte akten van overlijden en de rechterlijke bevestiging van het overlijden en de wet van 20 augustus 1948 betreffende de verklaringen van overlijden en van vermoedelijk overlijden, alsmede betreffende de overschrijving en de administratieve verbetering van sommige akten van overlijden.