Boek 1 : Titel II. - Akten van de burgerlijke stand

Hoofdstuk II. - Akten van geboorte

Art. 55. <W 30-03-1984, art. 1> De aangifte van geboorte wordt gedaan aan plaatselijke ambtenaar van de burgerlijke stand binnen vijftien dagen na de bevalling. Is de laatste dag van die termijn een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.

  Art. 56. <W 30-03-1984, art. 2> § 1. In geval van bevalling in ziekenhuizen, klinieken, kraaminrichtingen of andere verpleeginrichtingen, wordt de geboorte van het kind aangegeven door de vader of door de moeder of door beide ouders of, wanneer deze er zich van onthouden de aangifte te doen, door de persoon die de leiding van de inrichting uitoefent, of zijn afgevaardigde.
  De persoon die de leiding van de inrichting uitoefent of zijn afgevaardigde zijn gehouden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand kennis te geven van de bevalling, uiterlijk de eerste daaropvolgende werkdag.
  § 2. In de andere gevallen wordt de geboorte van het kind aangegeven door de vader of door de moeder of door beide ouders of, wanneer deze er zich van onthouden de aangifte te doen, door de geneesheren, vroedvrouwen of andere personen die bij de bevalling tegenwoordig zijn geweest of door de persoon bij wie de bevalling heeft plaatsgehad.
  De geneesheer of, bij ontstentenis, de vroedvrouw of, bij ontstentenis, de andere personen die bij de bevalling tegenwoordig zijn geweest of bij wie de bevalling heeft plaatsgehad, zijn gehouden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand kennis te geven van de bevalling, uiterlijk de eerste daaropvolgende werkdag.
  § 3. Indien de aangifte niet is geschied binnen de bij artikel 55 bepaalde termijn, geeft de ambtenaar van de burgerlijke stand, binnen drie werkdagen volgend op het verstrijken van die termijn, daarvan mededeling aan de persoon die hem van de bevalling kennis heeft gegeven. Deze is gehouden de aangifte te doen binnen drie dagen na de ontvangst van de mededeling; is de derde dag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan kan de aangifte nog worden gedaan de eerste daaropvolgende werkdag.
  § 4. De ambtenaar van de burgerlijke stand vergewist zich van de geboorte aan de hand van een verklaring van een door hem toegelaten geneesheer of gediplomeerde vroedvrouw, of indien zulks niet mogelijk is, door zich persoonlijk naar het pasgeboren kind te begeven.
  § 5. In alle gevallen wordt de akte van geboorte zonder vertraging opgemaakt.

  Art. 57. <W 30-03-1984, art. 3> De akte van geboorte vermeldt :
  1° de dag, het uur, de plaats van geboorte, alsmede het geslacht, de naam en de voornamen van het kind;
  2° het jaar, de dag, de plaats van geboorte, de naam, de voornamen en de woonplaats van de moeder en de vader, zo de afstamming langs vaderszijde vaststaat;
  3° de naam, de voornamen en de woonplaats van de aangever.

  Art. 57bis. (Opgeheven) <W 31-03-1987, art. 4>

  Art. 58. Ieder die een pasgeboren kind gevonden heeft, is gehouden het met de kleren en de andere bij het kind gevonden voorwerpen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand af te geven en alle omstandigheden mede te delen betreffende de tijd wanneer en de plaats waar het gevonden werd.
  Hiervan wordt een omstandig proces-verbaal opgemaakt, waarin bovendien vermeld worden de vermoedelijke leeftijd van het kind, zijn geslacht, de namen die aan het kind worden gegeven, en de burgerlijke overheid aan wie het wordt toevertrouwd. Dit proces-verbaal wordt in de registers ingeschreven.

  Art. 59. <W 31-03-1987, art. 5> Wordt een kind tijdens een zeereis geboren, dan begeeft de commandant van het schip zich persoonlijk en onverwijld naar het pasgeboren kind en ontvangt hij de aangifte van de moeder of van de vader, of van beide ouders, of, bij gebreke van dezen, van enige persoon die bij de bevalling tegenwoordig is geweest.
  De akte van geboorte wordt achteraan op de monsterrol bijgeschreven.

  Art. 60. <W 31-03-1987, art. 6.> In de eerste haven waar het schip binnenloopt, is de commandant gehouden om twee door hem ondertekende en voor echt verklaarde letterlijke afschriften van de door hem opgestelde akten van geboorte neer te leggen, namelijk, in een Belgische haven, op het kantoor van de waterschout en in een vreemde haven, in handen van de consul.
  Een van die afschriften blijft op het kantoor van de waterschout of op de kanselarij van het consulaat berusten; het andere wordt gezonden aan de minister van verkeerswezen, die een door hem voor echt verklaard afschrift van elk van die akten doet toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats van het kind; een afschrift wordt dadelijk in de registers ingeschreven.

  Art. 61. (Opgeheven) <W 31-03-1987, art. 7>

  Art. 62. <W 31-03-1987, art. 8> § 1. De akte van erkenning vermeldt :
  1. de voornamen, de naam, de plaats en datum van geboorte van het kind;
  2. de voornamen, de naam, de woonplaats, de plaats en datum van geboorte van degene die het kind erkent en van de ouder ten aanzien van wie de afstamming reeds voor de erkenning vaststond;
  3. in voorkomend geval, de toestemming van de personen bedoeld in (artikel 329bis), met vermelding van de voornamen, de naam, de woonplaats en de plaats en datum van geboorte van de wettelijke vertegenwoordiger van het kind indien hij in de erkenning heeft toegestemd. <W 2006-07-01/75, art. 2, A, 030; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op : 01-07-2007>
  Indien de in (artikel 329bis, § 3) bedoelde personen niet hebben toegestemd in de akte van erkenning maar er niet tegen zijn opgekomen binnen de in dat artikel gestelde termijn of indien hun verzoek tot nietigverklaring is afgewezen bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest, wordt daarvan melding gemaakt op de kant van de akte van erkenning. <W 2006-07-01/75, art. 2, B), 030; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op : 01-07-2007>
  § 2. Zodra de akte van erkenning van het kind is opgemaakt, wordt daarvan melding gemaakt op de kant van zijn akte van geboorte.
  § 3. De ambtenaar van de burgerlijke stand die een akte van erkenning opmaakt, is gehouden daarvan binnen drie dagen kennis te geven aan de echtgenoot van de erkenner. Paragraaf 3 van artikel 50 is van toepassing.