Belgisch Burgerlijk Wetboek : Boek III. - Op welke wijze eigendom verkregen wordt

Algemene bepalingen

Artikel 711. Eigendom van goederen wordt verkregen en gaat over door erfopvolging, door schenking onder de levenden of hij testament, en uit kracht van verbintenissen.

Art. 712. Eigendom wordt ook verkregen door natrekking of incorporatie en door verjaring.

Art. 713. Goederen die geen eigenaar hebben, behoren toe aan de Staat.

Art. 714. Er zijn zaken die aan niemand toebehoren en waarvan het gebruik aan allen gemeen is.
  Politiewetten bepalen hoe het genot daarvan geregeld wordt.

Art. 715. Het recht om te jagen of te vissen wordt eveneens door bijzondere wetten geregeld.

Art. 716. De eigendom van een schat behoort aan wie hem in zijn eigen erf vindt; wordt de schat in eens anders erf gevonden, dan behoort hij voor de ene helft toe aan de vinder en voor de andere helft aan de eigenaar van het erf.
  Een schat is iedere verborgen of bedolven zaak waarop niemand zijn recht van eigendom kan bewijzen en die door louter toeval ontdekt wordt.

Art. 717. De rechten op zaken die in zee zijn geworpen, op voorwerpen, van welke aard ook, die door de zee worden aangespoeld, en op planten en kruiden die groeien langs de oevers der zee, worden eveneens door bijzondere wetten geregeld.
  Hetzelfde geldt voor verloren zaken waarvan de eigenaar zich niet aanmeldt.