Boek I : Personen : Titel XI. - Meerderjarigheid, voorlopig bewind, onbekwaamverklaringen en bijstand van een gerechtelijk raadsman
Hoofdstuk III. - Bijstand
van een gerechtelijk raadsman
Art. 513. Aan verkwisters kan worden verboden rechtsgedingen
te
voeren, dadingen te treffen, leningen aan te gaan, roerende kapitalen
in ontvangst te nemen en daarvan kwijting te geven, hun goederen te
vervreemden of met hypotheek te bezwaren, zonder de bijstand van een
raadsman, die hun door de rechtbank wordt toegevoegd.
Art. 514. Het verbod
om te
handelen zonder de bijstand van een raadsman, kan worden gevorderd door
hen die het recht hebben de onbekwaamverklaring aan te vragen; hun
vordering wordt op dezelfde wijze ingesteld en uitgewezen, met
uitzondering evenwel van wat is voorgeschreven bij de artikelen 1244 en
1245 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het onderzoek door een of
meer geneesheren-neuro-psychiaters en het bijstaan van de betrokkene
door een geneesheer; in dit geval kan betrokkene in raadkamer worden
ondervraagd; daarvan wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat door de
rechter en de griffier wordt ondertekend; de procureur des Konings
woont de ondervraging bij en de verzoeker mag erbij tegenwoordig zijn.
Art. 515. Geen vonnis inzake onbekwaamverklaring of
benoeming
van een raadsman kan, hetzij in eerste aanleg, hetzij in beroep, worden
gewezen dan op de conclusie van het openbaar ministerie.