Burgerlijk Wetboek
Titel XI. - Bewaargeving en sekwester - Hoofdstuk II. - Eigenlijke bewaargeving

Afdeling V. - Bewaargeving uit noodzaak

  Art. 1949. Bewaargeving uit noodzaak is de bewaargeving waartoe men wordt gedwongen door enig ongeval, zoals brand, instorting, plundering, schipbreuk, of een andere onvoorziene gebeurtenis.

  Art. 1950. Het bewijs door getuigen kan toegelaten worden voor de bewaargeving uit noodzaak, zelfs wanneer het een waarde betreft van meer dan ((375 EUR)). <W 10-12-1990, art. 2>. <KB 2000-07-20/58, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

  Art. 1951. Voor het overige is de bewaargeving uit noodzaak aan al de hierboven bepaalde regels onderworpen.

  Art. 1952. <W 04-07-1972, art. 1> De hotelhouder is als bewaarnemer aansprakelijk voor beschadiging, vernieling of ontvreemding van zaken welke een gast die in het hotel zijn intrek neemt en er logeert, naar het hotel meebrengt; de bewaargeving van die zaken moet worden beschouwd als een bewaargeving uit noodzaak.
  Als meegebrachte zaken worden aangemerkt de zaken :
  a) welke zich in het hotel bevinden gedurende de tijd dat de gast er een slaapgelegenheid ter beschikking heeft;
  b) welke de hotelhouder of een persoon die hem zijn diensten verleent, buiten het hotel onder zijn toezicht neemt gedurende de tijd dat de gast er een slaapgelegenheid ter beschikking heeft;
  c) welke de hotelhouder of een persoon die hem zijn diensten verleent, binnen of buiten het hotel onder zijn toezicht neemt gedurende een redelijke tijd voor of na de tijd dat de gast er een slaapgelegenheid ter beschikking heeft.
  De in dit artikel bedoelde aansprakelijkheid is per schadegeval beperkt tot 100 maal de logiesprijs per dag van de slaapgelegenheid. De Koning kan, in voorkomend geval, de gegevens voor het vaststellen van die prijs bepalen.

  Art. 1953. <W 04-07-1972, art. 2> De aansprakelijkheid van de hotelhouder is onbeperkt :
  a) wanneer de zaken in handen van de hotelhouder of van personen die hem hun diensten verlenen, ter bewaring zijn gegeven;
  b) wanneer hij heeft geweigerd zaken in bewaring te nemen, ten aanzien waarvan hij tot bewaarneming verplicht is;
  c) wanneer de beschadiging, de vernieling of de ontvreemding van de in artikel 1952 bedoelde zaken het gevolg is van schuld van hem zelf of van personen die hem hun diensten verlenen.
  De hotelhouder is verplicht waardepapieren, geld en waardevolle zaken in bewaring te nemen; hij mag de inbewaarneming daarvan alleen weigeren, indien zij gevaarlijk zijn of indien zij, de grootte van het hotel en de omstandigheden in aanmerking genomen, een buitensporige handelswaarde hebben of overlast veroorzaken.
  Hij kan verlangen dat het hem toevertrouwde voorwerp is opgeborgen in een afgesloten of verzegelde verpakking.

  Art. 1954. <W 04-07-1972, art. 3> De hotelhouder is niet aansprakelijk voor zover de beschadiging, de vernieling of de ontvreemding te wijten is aan :
  a) de gast of een persoon die hem vergezelt, bij hem in dienst is of hem bezoekt;
  b) overmacht;
  c) gewapenderhand gepleegde diefstal;
  d) de aard of het gebrek van de zaak.

  Art. 1954bis. <Ingevoegd bij W 04-07-1972, art. 4> De rechten van de gast gaan teniet indien hij niet onmiddellijk na de vaststelling van de opgelopen schade kennis daarvan geeft, behoudens wanneer de schade veroorzaakt is door de schuld van de hotelhouder of van de personen die hem diensten verlenen.

  Art. 1954ter. <Ingevoegd bij W 04-07-1972, art. 5> Iedere verklaring of beding, waarbij de aansprakelijkheid van de hotelhouder voor het schadelijk feit wordt uitgesloten of beperkt, is nietig.

  Art. 1954quater. <Ingevoegd bij W 04-07-1972, art. 6> De artikelen 1952, 1953 en 1954bis zijn niet van toepassing op voertuigen, noch op zaken die tot hun lading behoren en ter plaatse zijn achtergelaten, noch op levende dieren.

Art. 1955. BW