Burgerlijk Wetboek
 Titel XI. - Bewaargeving en sekwester : Hoofdstuk III. - Sekwester

Afdeling II. - Bij overeenkomst bedongen sekwester

Art. 1956. Het bij overeenkomst bedongen sekwester is de bewaargeving, door een of meer personen, van een zaak waarover geschil bestaat, in handen van een derde, die zich verbindt de zaak, nadat het geschil zal zijn uitgemaakt, terug te geven aan degene aan wie zij krachtens de beslissing zal toekomen.

Art. 1957. Het sekwester geschiedt niet noodzakelijk om niet.

Art. 1958. Wanneer het om niet geschiedt, is het onderworpen aan dezelfde regels als de eigenlijk bewaargeving, behoudens de hierna bepaalde verschillen.

Art. 1959. Het sekwester kan niet alleen roerende goederen, maar ook onroerende goederen tot voorwerp hebben.

Art. 1960. De bewaarnemer die met het sekwester belast is, kan daarvan niet worden ontslagen voordat het geschil is uitgemaakt, behalve met toestemming van alle belanghebbende partijen, of om een wettig geoordeelde reden.

Rechtsleer: 2007