Boek 3 : Titel XIV. - Borgtocht - Hoofdstuk II. - Gevolgen van borgtocht

Afdeling II. - Gevolgen van borgtocht tussen de schuldenaar en de borg

...
Artikel 2032. BW : De borg kan, zelfs voordat hij betaald heeft, de schuldenaar in rechte aanspreken om door hem schadeloos gesteld te worden :
  1° Indien hij tot betaling in rechte vervolgd wordt;
  2° Indien de schuldenaar failliet gegaan is, of in staat van kennelijk onvermogen verkeert;
  3° Indien de schuldenaar zich verbonden heeft om hem binnen een bepaalde tijd het ontslag van zijn borgtocht te bezorgen;
  4° Indien de schuld opeisbaar is geworden door het verschijnen van de termijn waarop zij betaalbaar was gesteld;
  5° Na verloop van tien jaren, indien de hoofdverbintenis geen bepaalde vervaltijd heeft, tenzij de hoofdverbintenis van dien aard is dat zij, zoals bij voorbeeld een voogdij, niet voor een bepaalde tijd kan vervallen.

De verhouding tussen de borg en de hoofdschuldenaar.


Art. 2033.