Boek 3 : Titel XIV. - Borgtocht

Hoofdstuk III. - Tenietgaan van borgtocht

...
  Art. 2037. De borg is ontslagen, wanneer hij door toedoen van de schuldeiser niet meer in de rechten, hypotheken en voorrechten van die schuldeiser kan treden.


Rechtsleer:
Deze bepaling is een toepassing van de regel dat geen van de bij borgstelling betrokken partijen de positie van de anderen mag aantasten.