Boek 3 : Titel XIV. - Borgtocht

Wet van 3 juni 2007 met betrekking tot de kosteloze borgtocht

ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2. In artikel 2023 van het Burgerlijk Wetboek worden de woorden « het rechtsgebied van het hof van beroep van de plaats waar betaling gedaan moet worden » vervangen door het woord « België ».
Art. 3. In titel XIV van boek III van het Burgerlijk Wetboek wordt een hoofdstuk V ingevoegd, bestaande uit de artikelen 2043bis tot 2043octies, met als opschrift :

« Hoofdstuk V. - Kosteloze borgtocht ».

Art. 4. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 2043bis ingevoegd, luidende :

« Art. 2043bis. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
a) kosteloze borgtocht : de handeling waarmee een natuurlijke persoon kosteloos een hoofdschuld verzekert ten gunste van een schuldeiser. De kosteloze aard van de borgtocht slaat op het ontbreken van enig economisch voordeel, zowel rechtstreeks als indirect, dat de borg kan genieten dankzij de borgstelling;
b) schuldeiser : iedere verkoper in de zin van artikel 1 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument;
c) schuldenaar : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon. »

Art. 5. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 2043ter ingevoegd, luidende :
« Art. 2043ter. De bewijslast om aan te tonen dat de borgtocht niet kosteloos werd verstrekt, ligt bij de schuldeiser. In dat geval zijn de bepalingen van dit hoofdstuk niet van toepassing. »

Art. 6. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 2043quater ingevoegd, luidende :
« Art. 2043quater. Op de borgtocht bedoeld in artikel 2043bis zijn, met uitzondering van de artiklen 2014, eerste lid, 2018 en 2019, de hoofdstukken I tot IV van toepassing, tenzij als de regels die zij bevatten onverenigbaar zijn met de bepalingen van dit hoofdstuk. »

Art. 7. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 2043quinquies ingevoegd, luidende :
« Art. 2043quinquies. § 1. Op straffe van nietigheid moet de borgtocht in de zin van dit hoofdstuk het voorwerp uitmaken van een geschreven overeenkomst die verschilt van de hoofdovereenkomst.
§ 2. De duur van de hoofdverplichting moet worden vermeld in de borgtochtovereenkomst, en in het geval van een borgtocht voor een hoofdverplichting die werd afgesloten voor onbepaalde duur, mag de duur van de borgtochtovereenkomst vijf jaar niet overschrijden.
§ 3. Op straffe van nietigheid moet de borgtochtovereenkomst ten minste de volgende vermeldingen bevatten, door de borg met de hand geschreven :
« door me borg te stellen voor ... voor de som beperkt tot ... (in cijfers) als dekking van de betaling van de hoofdsom en interesten voor een duur van ..., verbind ik me ertoe aan de schuldeiser van ... de verschuldigde sommen terug te betalen op mijn goederen en inkomsten, indien, en in de mate dat, ... er niet zelf aan heeft voldaan ».
§ 4. Na advies van de Commissie voor Onrechtmatige Bedingen bedoeld in de artikelen 35 en 36 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, kan de Koning bepalen welke vermeldingen moeten voorkomen in de overeenkomst, alsook de informatie met betrekking tot de hoofdverplichting die het voorwerp uitmaakt van de borgtocht.
§ 5. Artikel 1326 is niet van toepassing. »

Art. 8. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 2043sexies ingevoegd, luidende :
« Art. 2043sexies. § 1. Op straffe van nietigheid en wanneer de borg in de zin van artikel 2043bis een bepaalde schuld verzekert, wordt de omvang van de borgtocht beperkt tot de som die is vermeld in de overeenkomst, verhoogd met interesten tegen de wettelijke of conventionele rente zonder dat deze interesten evenwel hoger mogen zijn dan 50 % van de hoofdsom.
§ 2. Op straffe van nietigheid kan er geen borgtocht worden afgesloten waarvan het bedrag kennelijk niet in verhouding is tot de terugbetalingsmogelijkheden van de borg, waarbij deze mogelijkheid beoordeeld moet worden in het licht van de roerende en onroerende goederen en inkomsten van deze laatste. »

Art. 9. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 2043septies ingevoegd, luidende :
« Art. 2043septies. In geval van regelmatige uitvoering van de overeenkomst door de schuldenaar brengt de schuldeiser de borg daar op zijn minst eenmaal per jaar van op de hoogte.
Elke mededeling inzake niet uitvoering die wordt gedaan aan de schuldenaar door de schuldeiser met betrekking tot de betaling van de schuld moet gelijktijdig en in dezelfde vorm worden gedaan aan de borg. Bij gebrek daaraan kan de schuldeiser zich niet beroepen op de aangroei van de schuld, vanaf de datum waarop hij ter zake in gebreke blijft. »

Art. 10. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 2043octies ingevoegd, luidende :
« Art. 2043octies. De verbintenissen van de erfgenamen van een borg inzake de borgtocht zijn beperkt tot het erfdeel dat aan elk van hen toekomt.
Niettegenstaande enige andersluidende overeenkomst bestaat er geen hoofdelijkheid tussen de erfgenamen van een borg voor de verbintenissen van de borg. »

Art. 11. Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Deze wet is van toepassing op de borgtochtovereenkomsten die zijn afgesloten na haar inwerkingtreding.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekengemaakt.
Gegeven te Brussel, 3 juni 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Consumentenzaken,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
_______
Nota
(1) Gewone zitting 2006-2007.
Kamer van volksvertegenwoordigers.
Stukken. - Wetsontwerp, 51-2730 - Nr. 1. - Amendementen, 51-2730 -Nr. 2. - Verslag, 51-2730 - Nr. 3. - Tekst aangenomen door de commissie, 51-2730 - Nr. 4. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 51-2730 - Nr. 5.
Integraal verslag. - 8 februari 2007.
Senaat
Stukken. - Ontwerp geëvoceerd door de Senaat, 3-2056 - Nr. 1. - Amendementen, 3-2056 - Nr. 2. - Verslag, 3-2056 - Nr. 3. - Beslissing om niet te amenderen, 3-2056 - Nr. 4.
Handelingen. - 12 april 2007.

       
Publicatie in het Belgisch Staatsblad : 2007-06-27