Belgisch Burgerlijk Wetboek

HOOFDSTUK III. - OORZAKEN DIE DE VERJARING VERHINDEREN.

  Art. 2236. Zij die voor een ander bezitten, kunnen nooit, door welk tijdsverloop ook, iets door verjaring verkrijgen.
  Alzo kunnen de huurder, de bewaarnemer, de vruchtgebruiker, en alle anderen, die de zaak van de eigenaar ter bede onder zich hebben, deze niet door verjaring verkrijgen.

  Art. 2237. De erfgenamen van hen die de zaak onder zich hadden uit kracht van een der in het vorige artikel genoemde titels, kunnen die evenmin door verjaring verkrijgen.

  Art. 2238. Nochtans kunnen de in de artikelen 2236 en 2237 genoemde personen de zaak door verjaring verkrijgen, indien de titel van hun bezit veranderd is, hetzij uit een oorzaak die van een derde voortkomt, hetzij door hun tegenspraak tegen het recht van de eigenaar.

  Art. 2239. De personen aan wie de huurders, bewaarnemers en andere houders ter bede der zaak door een titel van eigendomsoverdracht hebben overgedragen, kunnen die door verjaring verkrijgen.

  Art. 2240. Men kan geen verjaring verkrijgen in strijd met zijn titel, in die zin dat men de oorzaak en het beginsel van zijn bezit voor zich zelf niet kan veranderen.

  Art. 2241. Men kan verjaring verkrijgen in strijd met zijn titel, in die zin dat men zich door verjaring bevrijdt van de verbintenis die men heeft aangegaan.