Belgisch Burgerlijk Wetboek: TITEL X. - LENING.

Art. 1874. (anno 2006:) Er zijn twee soorten van lening :

De lening van zaken die niet teniet gaan door het gebruik dat men ervan maakt,

En de lening van zaken die teniet gaan door het gebruik dat men ervan maakt.

De eerste soort heet bruiklening of commodaat.

De tweede heet verbruiklening of eenvoudige lening.

HOOFDSTUK I. - BRUIKLENING OF COMMODAAT.

- AFDELING I. - AARD VAN DE BRUIKLENING. Art. 1875-1879

- AFDELING II. - VERPLICHTINGEN VAN DE LENER. Art. 1880-1887

- AFDELING III. - VERPLICHTINGEN VAN DEGENE DIE IN BRUIKLEEN GEEFT. Art. 1888-1891

HOOFDSTUK II. - VERBRUIKLENING OF EENVOUDIGE LENING.

- AFDELING I. - AARD VAN DE VERBRUIKLENING. Art. 1892-1897

- AFDELING II. - VERPLICHTINGEN VAN DE UITLENER. Art. 1898-1901

- AFDELING III. - VERPLICHTINGEN VAN DE LENER. Art. 1902-1904

HOOFDSTUK III. - LENING OP INTEREST.

Art. 1905-1907, 1907bis, 1907ter, 1908-1914

 

2747.com / law / / / Belgie

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht

 

Belgisch Burgerlijk Wetboek anno 2006:

HOOFDSTUK I. - BRUIKLENING OF COMMODAAT.

AFDELING I. - AARD VAN DE BRUIKLENING.

Art. 1875. Bruiklening of commodaat is een contract waarbij de ene partij aan de andere een zaak afgeeft om daarvan gebruik te maken, onder verplichting voor degene die de zaak ontvangt, die terug te geven na daarvan gebruik te hebben gemaakt.

Art. 1876. Deze lening is essentieel een overeenkomst om niet.

Art. 1877. De uitlener blijft eigenaar van de geleende zaak.

Art. 1878. Alles wat in de handel is, en niet door het gebruik teniet gaat, kan het voorwerp zijn van deze overeenkomst.

Art. 1879. De verbintenissen die uit de bruiklening ontstaan, gaan over op de erfgenamen van degene die te leen geeft, en op de erfgenamen van degene die te leen ontvangt.

Indien men echter de lening alleen gedaan heeft uit aanmerking van de lener, en aan zijn persoon in het bijzonder, kunnen zijn erfgenamen het genot van de geleende zaak niet blijven behouden.

 

HOOFDSTUK II. - VERBRUIKLENING OF EENVOUDIGE LENING.

AFDELING I. - AARD VAN DE VERBRUIKLENING.

Art. 1892. Verbruiklening is een contract waarbij de ene partij een zekere hoeveelheid zaken die door het gebruik teniet gaan, aan de andere partij afgeeft, onder verplichting voor deze om aan de eerstgenoemde evenzoveel van gelijke soort en hoedanigheid terug te geven.

Art. 1893. Uit kracht van deze lening wordt de lener eigenaar van de geleende zaak; en indien deze, op welke wijze ook, teniet gaat, is het verlies ervan voor zijn rekening.

Art. 1894. Zaken die, hoewel van dezelfde soort, individueel verschillen, zoals dieren, kan men niet als verbruiklening te leen geven : dat is dan bruiklening.

Art. 1895. De verbintenis die voortvloeit uit een lening van geld, is steeds bepaald door de numerieke geldsom die in het contract is uitgedrukt.

Indien er voor het tijdstip van de betaling vermeerdering of vermindering van de waarde van de muntspeciŽn heeft plaatsgehad, moet de schuldenaar de geleende numerieke geldsom teruggeven en moet hij slechts die som teruggeven in de muntspeciŽn die gangbaar zijn op het ogenblik van de betaling.

Art. 1896. De in het vorige artikel gestelde regel geldt niet, indien de lening in staven geschied is.

Art. 1897. Indien staven of waren zijn te leen gegeven, moet de schuldenaar, hoezeer de waarde daarvan ook vermeerderd of verminderd mocht zijn, altijd een gelijke hoeveelheid en hoedanigheid, en niets anders, teruggeven.

2747.com / law / / / Belgie

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht