Boek 1 : Titel II. - Akten
van de burgerlijke stand
Hoofdstuk III.
- Akten van aangifte en akten van huwelijk
<W 1999-05-04/63, art. 2, 006; Inwerkingtreding :
01-01-2000>
Art. 63. <W 1999-05-04/63, art. 3, 006;
Inwerkingtreding :
01-01-2000> § 1. Zij die een huwelijk willen aangaan,
moeten
daarvan onder voorlegging van de in artikel 64 bedoelde documenten,
aangifte doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente
waar een van de aanstaande echtgenoten zijn inschrijving in het
bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister heeft op de datum van de
opmaak van de akte van aangifte.
Indien geen van de aanstaande echtgenoten een inschrijving
heeft
in een van de in het eerste lid bedoelde registers, of indien de
actuele verblijfplaats van één van hen of beiden
om
gegronde redenen niet met deze inschrijving overeenstemt, kan de
aangifte gebeuren bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de
actuele verblijfplaats van een van de aanstaande echtgenoten.
Voor Belgen die in het buitenland verblijven en die niet
zijn
ingeschreven in het bevolkingsregister van een Belgische gemeente, kan
de aangifte gebeuren bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de
gemeente van de laatste inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen-
of wachtregister van een van de aanstaande echtgenoten, of van de
gemeente waar een bloedverwant tot en met de tweede graad van een van
de aanstaande echtgenoten zijn inschrijving heeft op de datum van de
opmaak van de akte, of van de geboorteplaats van een van de aanstaande
echtgenoten. Bij ontstentenis hiervan kan de aangifte gebeuren bij de
ambtenaar van de burgerlijke stand van Brussel.
§ 2. De aangifte gebeurt door
één der aanstaande echtgenoten of door beiden.
De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt van deze
aangifte een akte op.
Zij wordt ingeschreven in een enkel register, dat genummerd
en
geparafeerd wordt zoals bedoeld in artikel 41, en dat op het einde van
ieder jaar wordt neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste
aanleg.
§ 3. Indien één van de
aanstaande echtgenoten
of beiden op de dag van de opmaak van de akte hun inschrijving in het
bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister of hun actuele
verblijfplaats niet hebben binnen de gemeente, zendt de ambtenaar van
de burgerlijke stand die de akte heeft opgemaakt, onmiddellijk een
afschrift van de akte aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de
gemeente van inschrijving in een van deze registers of van de actuele
verblijfplaats in België van deze aanstaande echtgenoot of
echtgenoten.
De ambtenaar van de burgerlijke stand die de in vorig lid
bedoelde kennisgeving heeft ontvangen gaat na of er geen
huwelijksbeletselen zijn. In voorkomend geval meldt hij dit binnen de
tien dagen na de ontvangst van de kennisgeving aan de ambtenaar van de
burgerlijke stand die de akte van aangifte heeft opgemaakt.
§ 4. Wanneer de belanghebbende partijen in gebreke
blijven
de in artikel 64 bedoelde documenten over te leggen, weigert de
ambtenaar van de burgerlijke stand over te gaan tot de opmaak van de
akte.
De ambtenaar van de burgerlijke stand brengt zijn met
redenen
omklede beslissing zonder verwijl ter kennis van de belanghebbende
partijen. Tezelfdertijd wordt een afschrift hiervan, samen met een
kopie van alle nuttige documenten, overgemaakt aan de procureur des
Konings van het gerechtelijk arrondissement waarin de weigering
plaatsvond.
Indien één van de aanstaande
echtgenoten of beiden
op de dag van de weigering van de opmaak van de akte hun inschrijving
in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister of hun actuele
verblijfplaats niet hebben binnen de gemeente, zendt de ambtenaar van
de burgerlijke stand die weigert de akte op te maken een kennisgeving
hiervan aan de ambtenaar van de burgerlijke stand aan wie het in
§
3 bedoelde afschrift van de akte van aangifte had moeten worden
overgemaakt.
Door de belanghebbende partijen kan tegen de weigering door
de
ambtenaar van de burgerlijke stand binnen de maand na de kennisgeving
van zijn beslissing, beroep worden ingesteld bij de rechtbank van
eerste aanleg.
Art. 64. <W 1999-05-04/63, art. 4, 006;
Inwerkingtreding :
01-01-2000> § 1. Bij de aangifte van het huwelijk
worden aan de
ambtenaar van de burgerlijke stand voor ieder der aanstaande
echtgenoten de volgende documenten voorgelegd :
1° een voor eensluidend verklaard afschrift van de
akte van geboorte;
2° een bewijs van identiteit;
3° een bewijs van nationaliteit;
4° (een bewijs van de ongehuwde staat of van de
ontbinding
of nietigverklaring van het laatste voor een Belgisch ambtenaar van de
burgerlijke stand voltrokken huwelijk en in voorkomend geval een bewijs
van de ontbinding of de nietigverklaring van de huwelijken gesloten
voor een buitenlandse overheid, tenzij ze een voor een Belgisch
ambtenaar van de burgerlijke stand voltrokken huwelijk voorafgaan;)
<W 2005-12-03/33, art. 2, 025; Inwerkingtreding :
01-02-2006>
5° een bewijs van de inschrijving in het
bevolkings-,
vreemdelingen- of wachtregister en/of een bewijs van de actuele
verblijfplaats (evenals in voorkomend geval een bewijs van de gewone
verblijfplaats in België sinds meer dan drie maanden);
<W
2004-07-16/31, art. 129, 020; Inwerkingtreding : 01-10-2004>
6° in voorkomend geval, een gelegaliseerd
schriftelijk
bewijs uitgaande van de bij de aangifte van het huwelijk afwezige
aanstaande echtgenoot, waaruit diens instemming met de aangifte blijkt;
7° ieder ander authentiek stuk waaruit blijkt dat in
hoofde
van de betrokkene is voldaan aan de door de wet gestelde voorwaarden om
een huwelijk te mogen aangaan.
§ 2. Indien de overgelegde documenten in een
vreemde taal
zijn opgemaakt, kan de ambtenaar van de burgerlijke stand om een voor
eensluidend verklaarde vertaling ervan verzoeken.
(§ 3. Indien de aanstaande echtgenoot in
België is
geboren en voor zover het huwelijk in België wordt voltrokken,
vraagt de ambtenaar van de burgerlijke stand het eensluidend verklaard
afschrift van de akte van geboorte op aan de houder van het register.
Hetzelfde geldt wanneer de akte van geboorte in
België is
overgeschreven en de ambtenaar van de burgerlijke stand de plaats van
de overschrijving ervan kent.
Eenzelfde regeling is onder dezelfde voorwaarden van
toepassing
op de andere akten van de burgerlijke stand die in België zijn
opgemaakt of overgeschreven en waarvan, in voorkomend geval, de
voorlegging wordt vereist.
De aanstaande echtgenoot kan evenwel, om persoonlijke
redenen,
verkiezen om zelf het eensluidend verklaard afschrift van de akte voor
te leggen.
(§ 4. De aanstaande echtgenoot, indien deze op de
datum van
het verzoek tot opmaak van de akte van aangifte ingeschreven is in het
bevolkings- of vreemdelingenregister en voor zover het huwelijk in
België wordt voltrokken, wordt bovendien vrijgesteld van de
voorlegging van het bewijs van nationaliteit, van ongehuwde staat en
van inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister. De
ambtenaar van de burgerlijke stand voegt een uittreksel uit het
Rijksregister bij het dossier.
Niettemin kan de ambtenaar van de burgerlijke stand, indien
hij
zich onvoldoende ingelicht acht, belanghebbende om de voorlegging van
ieder ander bewijs tot staving van die gegevens verzoeken.)) <W
2005-12-03/33, art. 2, 025; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
<Erratum, zie B.St. 23-01-2006, p. 3673>
Art. 65. (Opgeheven) <W 26-12-1891, art. 10>
Art. 66. <W 1999-05-04/63, art. 5, 006;
Inwerkingtreding :
01-01-2000> De akten van verzet tegen het huwelijk worden op het
origineel en op het afschrift ondertekend door hen die zich tegen het
huwelijk verzetten, of door hun gemachtigden, voorzien van een
bijzondere en authentieke volmacht; zij worden met het afschrift van de
volmacht, betekend aan de persoon of aan de woonplaats van de partijen
en aan de ambtenaar van de burgerlijke stand die de akte van aangifte
heeft opgemaakt.
De ambtenaar van de burgerlijke stand viseert het origineel.
Art. 67. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt
onverwijld
in het register van de (aangiften) beknopt melding van elk verzet;
eveneens maakt hij, op de kant van de inschrijving van zodanig verzet,
melding van de vonnissen of van de akten van opheffing waarvan een
uitgifte hem is ter hand gesteld. <W 1999-05-04/63, art. 6, 006;
Inwerkingtreding : 01-01-2000>
Art. 68. In geval van verzet mag de ambtenaar van de
burgerlijke
stand het huwelijk niet voltrekken vooraleer men hem de opheffing van
het verzet heeft ter hand gesteld, op straffe van driehonderd frank
geldboete en van vergoeding van alle schade.
Art. 69. (opgeheven) <W 1999-05-04/63, art. 7, 006;
ED : 01-01-2000>
Art. 70. <W 1999-05-04/63, art. 8, 006;
Inwerkingtreding :
01-01-2000> De echtgenoot die in de onmogelijkheid verkeert zich
de
akte van geboorte te verschaffen, kan deze vervangen door een akte van
bekendheid, afgegeven door de vrederechter van zijn geboorteplaats of
door die van zijn woonplaats.
Art. 71. <W 07-01-1908, art. 1> In de akte van
bekendheid
verklaren twee getuigen, van het mannelijke of vrouwelijke geslacht,
bloedverwanten of geen bloedverwanten, de voornamen, de naam, het
beroep en de woonplaats van de aanstaande echtgenoot, en die van zijn
ouders, indien deze bekend zijn; de plaats en, zo mogelijk, het
tijdstip van zijn geboorte en de redenen die beletten de akte ervan
over te leggen. De getuigen tekenen met de vrederechter de akte van
bekendheid en, indien er zijn die niet in staat zijn te tekenen of niet
kunnen tekenen, wordt dit vermeld.
Art. 72. De akte van bekendheid wordt vertoond aan de
rechtbank
van eerste aanleg van de plaats waar het huwelijk moet worden
voltrokken. De rechtbank, de procureur des Konings gehoord, verleent of
weigert haar homologatie naargelang zij oordeelt dat de verklaringen
van de getuigen en de redenen die het overleggen van de akte van
geboorte beletten, al dan niet voldoende zijn.
Art. 72bis. <Ingevoegd bij W 07-01-1908, art.
2> Indien
een van de aanstaande echtgenoten in de onmogelijkheid verkeert zich
zodanige akte van bekendheid te verschaffen, kan die akte, met verlof
van de rechtbank, op verzoekschrift verleend, het openbaar ministerie
gehoord, vervangen worden door een beëdigde verklaring van de
aanstaande echtgenoot zelf. Deze verklaring wordt in de akte van
huwelijk vermeld.
Art. 73. (Opgeheven) <W 19-01-1990, art. 4>
Art. 74. (Opgeheven) <W 26-12-1891, art. 10>
Art. 75. <W 07-01-1908, art. 1> Op de door de
partijen
aangewezen dag na verloop van de termijn (zoals bedoeld in artikel
165), doet de ambtenaar van de burgerlijke stand in het gemeentehuis,
in tegenwoordigheid van twee getuigen, bloedverwanten of geen
bloedverwanten, aan de partijen voorlezing van de hierboven vermelde
stukken betreffende hun staat en de formaliteiten van het huwelijk,
alsook van hoofdstuk VI van de titel. Het huwelijk, betreffende de
wederzijdse rechten en verplichtingen der echtgenoten. Hij ontvangt van
elke partij, de ene na de andere, de verklaring dat zij elkaar willen
aannemen tot echtgenoten; hij verklaart in naam van de wet dat zij door
de echt verbonden zijn en maakt daarvan dadelijk een akte op. <W
1999-05-04/63, art. 9, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2000>
Art. 76. De akte van huwelijk vermeldt :
1° (De voornamen, de naam, de woonplaats en, indien
zij
bekend zijn, de datum en de plaats van geboorte van de echtgenoten);
<W 31-03-1987, art. 10>
2° Of zij meerderjarig of minderjarig zijn;
3° (De voornamen, de naam en de woonplaats van de
ouders); <W 31-03-1987, art. 10>
(4° Voor de minderjarigen, het vonnis of arrest dat
toestemming verleent tot het huwelijk;) <W 19-01-1990, art.
5>
5° (...) <W 15-01-1983, art. 1>
6° (opgeheven); <W 1999-05-04/63, art. 10,
006; Inwerkingtreding : 01-01-2000>
7° Het verzet, indien er een geweest is; de
opheffing ervan, of de vermelding dat er geen verzet geweest is;
8° De verklaring van de partijen dat zij elkaar
aannemen tot
echtgenoten en de uitspraak door de openbare ambtenaar dat zij door de
echt verbonden zijn;
9° De voornamen, de naam, de leeftijd (...) en de
woonplaats
van de getuigen, alsook hun verklaring, of zij bloedverwant of
aanverwant zijn van de partijen, van welke zijde en in welke graad;
<W 1999-05-04/63, art. 10, 006; Inwerkingtreding :
01-01-2000>
(10° de datum van het huwelijkscontract, de naam en
de
standplaats van de notaris die het heeft opgemaakt en het
huwelijksvermogensstelsel van de echtgenoten (en, in internationale
gevallen, de eventuele keuze door de echtgenoten gedaan van het
nationaal recht dat op hun huwelijksvermogen van toepassing is);
wanneer deze vermeldingen ontbreken, kunnen de van het wettelijk
stelsel afwijkende bepalingen niet worden tegengeworpen aan derden die,
onbekend met het huwelijkscontract, overeenkomsten met de echtgenoten
hebben aangegaan.) <W 14-07-1976, art. IV, 1> <W
2004-07-16/31, art. 130, 020; Inwerkingtreding : 01-10-2004>
(11° de door een echtgenoot ter gelegenheid van het
huwelijk
gekozen naam overeenkomstig het recht van de Staat waarvan hij de
nationaliteit heeft.) <W 2004-12-27/30, art. 240, 021;
Inwerkingtreding : 10-01-2005>