Belgisch Burgerlijk Wetboek
Boek III - Titel XVII. - Inpandgeving

Hoofdstuk II. - Genotspand

  Art. 2085. Genotspand kan alleen schriftelijk gevestigd worden.
  Door dit contract verkrijgt de schuldeiser enkel het recht om de vruchten van het onroerend goed te innen, onder verplichting om die jaarlijks toe te rekenen op de interest, indien hem interest verschuldigd is, en vervolgens op het kapitaal van zijn schuldvordering.

  Art. 2086. Tenzij anders is bedongen, is de schuldeiser gehouden de jaarlijkse belastingen en lasten van het onroerend goed dat hij in genotspand heeft, te betalen.
  Hij moet eveneens, op straffe van schadevergoeding, voorzien in het onderhoud en in de nuttige en noodzakelijke herstellingen van het onroerend goed, met dien verstande dat alle met betrekking tot die onderscheidene onderwerpen gedane uitgaven, van de vruchten worden voorafgenomen.

  Art. 2087. De schuldenaar kan het genot van het door hem in genotspand gegeven onroerend goed niet terugvorderen voordat de schuld ten volle gekweten is.
  Maar de schuldeiser, die zich van de in het vorige artikel omschreven verplichtingen wil bevrijden, kan altijd, tenzij hij van dit recht heeft afstand gedaan, de schuldenaar noodzaken het genot van zijn onroerend goed terug te nemen.

  Art. 2088. Niet-betalilng op de overeengekomen tijd maakt de schuldeiser geenszins tot eigenaar van het onroerend goed; elk hiermee strijdig beding is nietig; in het bedoelde geval kan hij de uitwinning van zijn schuldenaar op wettelijke wijze vervolgen.

  Art. 2089. Wanneer partijen bedongen hebben dat de vruchten met de interesten zullen verrekend worden, hetzij voor het geheel, hetzij tot een zeker bedrag, wordt deze overeenkomst, evenals elke andere die door de wetten niet verboden is, ten uitvoer gebracht.

  Art. 2090. De bepalingen van de artikelen 2077 en 2083 op pand zijn mede van toepassing op genotspand.

  Art. 2091. Alles wat in dit hoofdstuk bepaald is, laat de rechten onverminderd, die derden mochten hebben op het onroerend erf dat als genotspand is afgegeven.
  Indien de schuldeiser, pandhouder van een onroerend erf, bovendien op dit erf voorrechten of hypoteken heeft, die wettelijk zijn gevestigd en bewaard, kan hij die volgens zijn rang en evenals ieder ander schuldeiser doen gelden.