Belgisch Burgerlijk Wetboek

Titel XV. - Dading

Art. 2044

Art. 2045. Om een dading aan te gaan, moet men bekwaam zijn om te beschikken over de voorwerpen die in de dading begrepen zijn.

  (De voogd kan voor de minderjarige of voor de onbekwaamverklaarde alleen met inachtneming van de vormen omschreven in artikel 410, § 1, een dading aangaan en hij kan met de meerderjarig geworden minderjarige over de voogdijrekening alleen overeenkomstig artikel 416, eerste lid, een dading aangaan.) <W 2001-04-29/39, art. 42, 008; Inwerkingtreding : 01-08-2001>

  De gemeenten en de openbare instellingen kunnen geen dading aangaan (dan met de machtiging voorgeschreven bij artikel 49 van de organieke wet van 10 maart 1925 op de openbare onderstand). <W 15-12-1949, art. 27>.

  Art. 2046.