Boek 1 : Titel II. - Akten van de burgerlijke stand
Hoofdstuk I. - Algemene bepalingen
Art. 34. De akten van de burgerlijke stand vermelden het
jaar, de dag en het uur dat zij zijn opgemaakt, de voornamen, de naam,
de leeftijd, (...) en de woonplaats van allen die erin worden genoemd.
<W 31-03-1987, art. 1>
Art. 35. De ambtenaren van de burgerlijke stand mogen in de
akten die zij opmaken, niets invoegen, noch als aantekening, noch als
vermelding, buiten hetgeen door de verschijnende partijen moet worden
verklaard.
Art. 36. In de gevallen waarin de belanghebbende partijen
niet gehouden zijn in persoon te verschijnen, kunnen zij zich laten
vertegenwoordigen door een gemachtigde, voorzien van een bijzondere en
authentieke volmacht.
Art. 37. <W 19-01-1990, art. 3> De getuigen
die bij de akten van de burgerlijke stand worden voorgebracht, moeten
ten minste achttien jaar oud zijn. Zij worden gekozen door de
belanghebbende personen.
Art. 38. De ambtenaar van de burgerlijke stand leest de
akten voor aan de verschijnende partijen of aan hun gemachtigde en aan
de getuigen.
In de akten wordt vermeld dat aan die formaliteit voldaan is.
Art. 39. Deze akten worden getekend door de ambtenaar van de
burgerlijke stand, door de verschijnende partijen en de getuigen; of er
wordt melding gemaakt van de oorzaak die de verschijnende partijen en
de getuigen belet te tekenen.
Art. 40. De akten van de burgerlijke stand worden, in iedere
gemeente, ingeschreven in een of meer in dubbel gehouden registers.
Art. 41. Het eerste en het laatste blad van de registers
worden als zodanig gemerkt door de voorzitter van de rechtbank van
eerste aanleg of door de rechter die hem vervangt, en alle bladen
worden door hem geparafeerd.
Art. 42. De akten worden achter elkaar, zonder enig wit vak,
in de registers ingeschreven. Doorhalingen en verwijzingen worden
goedgekeurd en getekend op dezelfde manier als de akte zelf. Niets
wordt er bij afkorting ingeschreven, noch wordt een datum in cijfers
uitgedrukt.
Art. 43. De registers worden door de ambtenaar van de
burgerlijke stand afgesloten op het einde van ieder jaar; en binnen een
maand wordt het ene dubbel neergelegd in het archief van de gemeente,
het andere op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg.
Art. 44. De volmachten en de overige stukken die bij de
akten van de burgerlijke stand gevoegd moeten blijven, worden, nadat de
persoon die ze overgelegd heeft en de ambtenaar van de burgerlijke
stand ze eerst geparafeerd hebben, op de griffie van de rechtbank
neergelegd, samen met het dubbel van de registers, dat op dezelfde
griffie neergelegd moet worden.
Art. 45. § 1. Een ieder kan zich door de bewaarders
van de registers van de burgerlijke stand uittreksels doen afgeven uit
de akten die in deze registers zijn ingeschreven. In die uittreksels
wordt geen melding gemaakt van de afstamming van de personen op wie de
akten betrekking hebben.
(Alleen de openbare overheden, de persoon op wie de akte
betrekking heeft, zijn echtgenoot of overlevende echtgenoot, zijn
wettelijke vertegenwoordiger, zijn bloedverwanten in de opgaande lijn
of nederdalende lijn, zijn erfgenamen, hun notaris en hun advocaat
kunnen een eensluidend afschrift verkrijgen van een akte van de
burgerlijke stand die minder dan honderd jaar oud is, dan wel een
uittreksel uit de akte met de afstamming van de personen op wie de akte
betrekking heeft.
De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg kan, op
mondeling of schriftelijk verzoek van een ieder die doet blijken van
een familiaal, wetenschappelijk of een ander wettig belang, zonder
enige andere vorm van proces en zonder kosten, toestemming verlenen om
bepaalde opzoekingen te laten verrichten of een eensluidend afschrift
of een uittreksel te laten afgeven over de afstamming van de personen
op wie de akte betrekking heeft.) <W 31-03-1987, art. 2>
Het verzoek wordt gericht aan de voorzitter van de rechtbank
van het arrondissement waar het register wordt bewaard; voor de
registers gehouden door diplomatieke of consulaire ambtenaren of door
legerofficieren die belast zijn met het opmaken van de akten van de
burgerlijke stand betreffende militairen buiten het grondgebied van het
Rijk, wordt het gericht aan de voorzitter van de rechtbank te Brussel.
De in de registers ingeschreven akten, alsmede de
eensluidend verklaarde en behoorlijk gezegelde afschriften daarvan,
hebben bewijskracht zolang zij niet van valsheid zijn beticht.
§ 2. De eensluitende afschriften en de uittreksels
vermelden de dagtekening van hun afgifte; zij worden kosteloos voorzien
van het zegel van het gemeentebestuur of van het zegel van de rechtbank
van eerste aanleg waarvan de griffie het afschrift of het uittreksel
afgeeft.
De eensluitende afschriften en de uittreksels die bestemd
zijn om in het buitenland te dienen en waarvan de legalisatie vereist
is, worden gelegaliseerd door de Minister van Buitenlandse Zaken of
door de ambtenaar die hij daartoe machtigt.
(De eensluidende afschriften en de uittreksels die bestemd
zijn om in België of in het buitenland te dienen en die niet
gelegaliseerd behoeven te worden, mogen worden afgegeven door de
beambten van het gemeentebestuur die daartoe speciaal zijn gemachtigd
door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Voor de handtekening van de
beambten van het gemeentebestuur moet melding worden gemaakt van de
ontvangen machtiging.) <W 23-06-1980, art. 1>
Art. 46. Wanneer er geen registers hebben bestaan of de
registers verloren zijn, wordt het bewijs daarvan toegelaten zowel door
bescheiden als door getuigen, en in die gevallen kunnen het huwelijk,
de geboorte en het overleden bewezen worden zowel door registers en
papieren, afkomstig van de overleden ouders, als door getuigen.
Art. 47. (Opgeheven) <W 2004-07-16/31, art. 139, 020;
Inwerkingtreding : 01-10-2004>
Art. 48. <Hersteld bij W 2004-07-16/31, art. 128,
020; Inwerkingtreding : 01-10-2004> § 1. Iedere Belg,
of zijn wettelijke vertegenwoordiger, kan verzoeken dat een in een
vreemd land opgemaakte akte van de burgerlijke stand die op hem
betrekking heeft, wordt overgeschreven in de registers van de
burgerlijke stand van de gemeente van zijn woonplaats of van zijn
eerste vestiging bij de terugkeer op het grondgebied van het Rijk. Van
deze overschrijving wordt melding gemaakt op de kant van de lopende
registers, volgens de dagtekening van het feit waarop de akte
betrekking heeft.
Bij gebreke van een woonplaats of verblijfplaats in
België, kan de overschrijving van een in het eerste lid
bedoelde akte gebeuren in de registers van de burgerlijke stand van de
gemeente van de laatste woonplaats in België van betrokkene of
van een van zijn ascendenten, of van de gemeente van zijn
geboorteplaats, of bij gebreke hiervan, in de registers van de
burgerlijke stand van Brussel.
§ 2. De procureur des Konings kan verzoeken dat een
in een vreemd land opgemaakte akte van de burgerlijke stand betreffende
een Belg, overeenkomstig § 1 wordt overgeschreven in de
registers van de burgerlijke stand.
Art. 49. In alle gevallen waarin van een akte, de
burgerlijke stand betreffende, melding gemaakt moet worden op de kant
van een andere reeds ingeschreven akte, wordt zulks op verzoek van de
belanghebbende partijen gedaan door de ambtenaar van de burgerlijke
stand in de lopende registers of in de registers die in het archief van
de gemeente zijn neergelegd, en door de griffier van de rechtbank van
eerste aanleg in de registers die op de griffie berusten; te dien einde
geeft de ambtenaar van de burgerlijke stand binnen drie dagen daarvan
bericht aan de procureur des Konings bij dezelfde rechtbank en de
procureur des Konings waakt ervoor dat de vermelding in beide registers
op eenvormige wijze geschiedt.
Art. 50. <W 2001-04-29/39, art. 2, 011;
Inwerkingtreding : 01-08-2001> § 1. De ambtenaar van de
burgerlijke stand die de aangifte van geboorte van een kind ontvangt
wiens afstamming ten aanzien van zijn ouders niet vaststaat of die in
zijn registers het beschikkende gedeelte van een rechterlijke
beslissing overschrijft waarbij een vordering betreffende de betwisting
van de afstamming wordt toegewezen ten aanzien van de ouders of ten
aanzien van de enige ouder met betrekking tot wie de afstamming
vaststaat, is gehouden daarvan binnen drie dagen kennis te geven aan de
vrederechter bedoeld in artikel 390.
§ 2. De ambtenaar van de burgerlijke stand die een
akte van overlijden opmaakt, is gehouden daarvan binnen drie dagen
kennis te geven aan de vrederechter bedoeld in artikel 390. Hetzelfde
geldt wanneer de overledene voogd of adoptieve ouder was van een
minderjarige, van een persoon in staat van verlengde minderjarigheid of
van een onbekwaamverklaarde.
De ambtenaar van de burgerlijke stand die in zijn registers
het beschikkende gedeelte van een rechterlijke beslissing overschrijft
waarbij een onbekwaamverklaarde meerderjarige onder voogdij wordt
geadopteerd of het beschikkende gedeelte van een rechterlijke
beslissing waarbij de adoptie van een minderjarig kind wordt herroepen
zonder dat beslist wordt dat het weer onder het ouderlijk gezag van
zijn ouders wordt geplaatst, is gehouden daarvan binnen drie dagen
kennis te geven aan de vrederechter, bedoeld in artikel 390.
§ 3. De vervaldag is in de termijn begrepen.
Is die dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke
feestdag, dan wordt de vervaldag uitgesteld tot de eerstvolgende
werkdag.
Art. 51. Ieder bewaarder van de registers is
burgerrechtelijk aansprakelijk voor de veranderingen die daarin
aangebracht worden, behoudens zijn verhaal, indien daartoe grond
bestaat, op hen die deze veranderingen hebben aangebracht.
Art. 52. Elke verandering, elke valsheid in de akten van de
burgerlijke stand, elke inschrijving van zodanige akten op een los blad
en anders dan in de daartoe bestemde registers, leveren grond op tot
schadevergoeding aan de partijen, onverminderd de in het Strafwetboek
gestelde straffen.
Art. 53. De procureur des Konings bij de rechtbank van
eerste aanleg is gehouden de staat van de registers na te zien, wanneer
zij op de griffie neergelegd worden; hij maakt een beknopt
proces-verbaal van het onderzoek op, klaagt de door de ambtenaren van
de burgerlijke stand begane overtredingen of misdrijven aan en vordert
tegen hen veroordeling tot geldboete.
Art. 54. In alle gevallen waarin een rechtbank van eerste
aanleg beslist over akten betreffende de burgerlijke stand, kunnen de
belanghebbende partijen tegen het vonnis opkomen.