Wet van 10 mei 2007 betreffende de transseksualiteit

In boek I, titel II, hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek wordt een artikel 62bis ingevoegd, luidende :
« Art. 62bis. § 1. Elke Belg of elke in de bevolkingsregisters ingeschreven vreemdeling, die de voortdurende en onomkeerbare innerlijke overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren dan datgene dat is vermeld in de akte van geboorte, en die lichamelijk zodanig aan dat andere geslacht is aangepast als uit medisch oogpunt mogelijk en verantwoord is, kan van die overtuiging aangifte doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand.
De niet-ontvoogde minderjarige transseksueel die aangifte doet van zijn overtuiging wordt bijgestaan door zijn moeder, zijn vader of zijn wettelijke vertegenwoordiger.
De aangifte wordt gedaan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar hij is ingeschreven in de bevolkingsregisters.
De Belg die niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters doet aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn geboorteplaats. Indien hij niet in België is geboren, doet hij aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand te Brussel.
Bij de aangifte geeft de Belg die niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters de ambtenaar van de burgerlijke stand het adres mee waarop een weigering om de akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht op te maken, kan worden meegedeeld.
§ 2. Bij de aangifte overhandigt de betrokkene aan de ambtenaar van de burgerlijke stand een verklaring van de psychiater en de chirurg, in de hoedanigheid van behandelende artsen, waaruit blijkt :
1° dat de betrokkene de voortdurende en onomkeerbare innerlijke overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren dan datgene dat is vermeld in de akte van geboorte;
2° dat de betrokkene een geslachtsaanpassing heeft ondergaan die hem zodanig in overeenstemming heeft gebracht met dat andere geslacht, waartoe betrokkene overtuigd is te behoren, als dit uit medisch oogpunt mogelijk en verantwoord is;
3° dat de betrokkene niet meer in staat is om overeenkomstig het vroegere geslacht kinderen te verwekken.
§ 3. In voorkomend geval kan de ambtenaar van de burgerlijke stand om een voor eensluidend verklaarde vertaling van de verklaring van de behandelende artsen verzoeken.
§ 4. Na deze aangifte maakt de ambtenaar een akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht op.
De akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht heeft uitwerking vanaf haar inschrijving in het register van de akten van geboorten.
Deze inschrijving gebeurt wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand vaststelt dat geen verhaal tegen de akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht werd aangetekend en ten vroegste 30 dagen na het verstrijken van de verhaaltermijn.
De ambtenaar van de burgerlijke stand die de akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht opmaakt, is gehouden hiervan binnen drie dagen kennis te geven aan de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg.
§ 5. De ambtenaar van de burgerlijke stand vermeldt op de kant van de geboorteakte die betrekking heeft op de betrokkene het nieuwe geslacht of geeft kennis van de akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht aan de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand.
§ 6. De ambtenaar van de burgerlijke stand die weigert een akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht op te maken, brengt zijn met redenen omklede beslissing onverwijld ter kennis van de belanghebbende partij. Terzelfder tijd wordt een afschrift hiervan, samen met een afschrift van alle nuttige documenten, overgezonden aan de procureur des Konings van het gerechtelijke arrondissement waarin de weigering plaatsvond.
§ 7. Tegen de weigering van de ambtenaar van de burgerlijke stand kan beroep ingesteld worden.
De verhaalprocedure heeft als gevolg dat de ambtenaar van de burgerlijke stand, in afwachting van de rechterlijke uitspraak, de akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht niet inschrijft in de registers.
§ 8. De akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht laat de bestaande afstamming en de daaruit voortvloeiende rechten, bevoegdheden en verplichtingen onverlet. Alle vorderingen met betrekking tot deze afstamming en de daaruit voortvloeiende rechten, bevoegdheden en verplichtingen kunnen nog worden ingesteld na de opmaak van de akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht.
De bepalingen van boek I, titel VII, hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op de persoon van het mannelijk geslacht die aangifte deed volgens artikel 62bis en waarvoor een akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht is opgesteld. ».

Art. 3. In boek I, titel II, hoofdstuk II, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 62ter ingevoegd, luidende :
« Art. 62ter. De akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht vermeldt :
1° de naam, de voornamen, de plaats en datum van geboorte en het nieuwe geslacht;
2° de nieuwe afstammingsband met de moeder en de vader, zo de afstamming langs vaderszijde vaststaat. ».


HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek.

Art. 4. In deel IV, boek IV van het Gerechtelijk Wetboek wordt een hoofdstuk XXV ingevoegd, dat de artikelen 1385duodecies tot 1385quaterdecies omvat, luidende :
« Hoofdstuk XXV. - Verhalen betreffende de wijziging van het geslacht van een persoon. ».
Art. 5. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1385duodecies ingevoegd, luidende :
« Art. 1385duodecies § 1. Elke belanghebbende en de procureur des Konings kunnen, bij een aan de rechtbank van eerste aanleg gericht verzoekschrift, een verhaal instellen tegen de met toepassing van artikel 62bis van het Burgerlijk Wetboek genomen beslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Het verhaal wordt ingesteld binnen zestig dagen te rekenen van de dag waarop de akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht werd opgemaakt of de dag van de kennisgeving door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de weigering tot opmaak van deze akte.
De griffier brengt de ambtenaar van de burgerlijke stand onverwijld in kennis van een verhaalprocedure.
§ 2. Het verzoekschrift wordt ondertekend door de verzoeker of zijn advocaat. »
Art. 6. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1385terdecies ingevoegd, luidende :
« Art. 1385terdecies. De voorzitter van de kamer waaraan de zaak is toebedeeld, beveelt de overlegging van het verzoekschrift aan het openbaar ministerie en wijst een rechter aan om op een bepaalde dag verslag uit te brengen.
De verzoeker wordt door de griffier, bij gerechtsbrief, opgeroepen om op deze zitting te verschijnen teneinde opheldering te geven. ».
Art. 7. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1385quaterdecies ingevoegd, luidende :
« Art. 1385quaterdecies. § 1. Elk exploot van betekening van een vonnis of arrest betreffende de wijziging van het geslacht van een persoon, wordt onmiddellijk in afschrift meegedeeld aan de griffier.
§ 2. Na het verstrijken van de termijn van hoger beroep of van de voorziening in cassatie of, in voorkomend geval, na de uitspraak van het arrest waarbij de voorziening wordt afgewezen, stuurt de griffier binnen een maand, bij gerechtsbrief, een uittreksel bevattende het beschikkende gedeelte van het vonnis of arrest aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van aangifte.
De griffier brengt de partijen hiervan in kennis.
§ 3. Indien het beschikkende gedeelte van het vonnis of arrest het nieuwe geslacht vaststelt, schrijft de ambtenaar van de burgerlijke stand onverwijld de bestaande akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht in en schrijft hij het beschikkende gedeelte van het vonnis of het arrest over in zijn registers. Van het beschikkende gedeelte wordt melding gemaakt op de kant van de akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht.
Indien nog geen akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht werd opgesteld schrijft de ambtenaar van de burgerlijke stand het beschikkend gedeelte van het vonnis of arrest over in zijn registers.
Na de overschrijving geeft de ambtenaar van de burgerlijke stand onverwijld daarvan kennis aan de procureur des Konings bij de rechtbank die op de vordering heeft beslist.
§ 5. Het vonnis of arrest betreffende de wijziging van het geslacht van een persoon heeft zijn gevolgen vanaf de dag van de overschrijving.
§ 6. De ambtenaar van de burgerlijke stand vermeldt op de kant van de geboorteakte die betrekking heeft op de betrokkene het nieuwe geslacht of geeft kennis van het nieuwe geslacht aan de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand via de akte houdende vermelding van het nieuwe geslacht of via de akte van overschrijving houdende het nieuwe geslacht. ».

HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
Art. 8. In artikel 249 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1998 en bij de wet van 7 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1) in § 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :
« Het recht wordt bepaald op 49 euro voor de vergunningen tot verandering van voornaam verleend aan de personen bedoeld in artikel 2, derde lid, van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen. »;
2) in § 1, tweede lid, 2°, wordt het woord « of » geschrapt;
3) § 1, tweede lid, 3°, wordt aangevuld met het woord « of ».

HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en de voornamen
Art. 9. Artikel 2 van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en de voornamen wordt aangevuld met het volgend lid :
« De personen die de voortdurende en onomkeerbare innerlijke overtuiging hebben tot het andere geslacht te behoren dan datgene dat is vermeld in de akte van geboorte en de daarmee overeenstemmende geslachtsrol hebben aangenomen, voegen bij hun verzoek een verklaring van de psychiater en de endocrinoloog, waaruit blijkt :
1° dat betrokkene de voortdurende en onomkeerbare innerlijke overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren dan datgene dat is vermeld in de akte van geboorte;
2° dat betrokkene een hormonale substitutietherapie ondergaat of heeft ondergaan, teneinde de lichamelijke geslachtskenmerken van het geslacht waartoe de betrokkene overtuigd is te behoren te induceren;
3° dat de voornaamsverandering een essentieel gegeven is bij de rolomkering. ».
Art. 10. In artikel 3 van dezelfde wet wordt, tussen het eerste en het tweede lid, het volgende lid ingevoegd :
« De minister van Justitie staat de voornaamsverandering toe aan de in artikel 2, tweede lid, bedoelde personen tenzij de gevraagde voornamen van die aard zijn dat zij aanleiding geven tot verwarring of de verzoeker of derden zouden kunnen schaden. ».

HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht
Art. 11. In hoofdstuk II van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht wordt een afdeling 1bis ingevoegd, die de artikelen 35bis en 35ter omvat, luidende :
« Afdeling 1bis. Geslachtsaanpassing. ».
Art. 12. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 35bis ingevoegd, luidende :
« Art. 35bis. Internationale bevoegdheid inzake geslachtsaanpassing.
Een aangifte van geslachtsaanpassing kan gedaan worden in België als de aangever Belg is of als hij volgens de bevolkingsregisters of de vreemdelingenregisters zijn hoofdverblijf in België heeft. ».
Art. 13. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 35ter ingevoegd, luidende :
« Art. 35ter. Recht toepasselijk inzake geslachtsaanpassing.
De geslachtsaanpassing wordt beheerst door het recht bedoeld in artikel 34, § 1, eerste lid.
Bepalingen van het krachtens het eerste lid toepasselijk recht die de geslachtsaanpassing verbieden worden niet toegepast. ».

HOOFDSTUK VII. - Overgangsmaatregel
Art. 14. Elke Belg of elke in de bevolkingsregisters ingeschreven vreemdeling die voor de inwerkingtreding van deze wet een geslachtsaanpassing heeft ondergaan, kan overeenkomstig artikel 62bis van het Burgerlijk Wetboek, hiervan aangifte doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, ook al heeft hij reeds een vordering tot wijziging van het geslacht of een vordering tot verbetering van de akten van de burgerlijke stand ingesteld bij de bevoegde rechtbank.

HOOFDSTUK VII. - Inwerkingtreding
Art. 15. Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na die waarin zij is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Brussel, 10 mei 2007 - Publicatie in het Belgisch Staatsblad van 11 juli 2007.