Belgisch Burgerlijk Wetboek: Boek 2 :  Titel III. - Vruchtgebruik, gebruik en bewoning:
Hoofdstuk I. - Vruchtgebruik :
Afdeling I. - Rechten van de vruchtgebruiker
Afdeling II. - Verplichtingen van de vruchtgebruiker

Afdeling III. - Hoe vruchtgebruik eindigt

Art. 617. Vruchtgebruik eindigt :
  Door de (...) dood van de vruchtgebruiker;
  Door het verstrijken van de tijd waarvoor het is verleend; <W 15-12-1949, art. 28>
  Door vermenging of vereniging van de beide hoedanigheden van vruchtgebruiker en van eigenaar in dezelfde persoon;
  Door het niet uitoefenen van het recht gedurende dertig jaren;
  Door het geheel tenietgaan van de zaak waarop het vruchtgebruik is gevestigd.

  Art. 618. Vruchtgebruik kan ook eindigen door het misbruik dat de vruchtgebruiker maakt van zijn genot, hetzij door het erf te beschadigen, hetzij door het bij gebrek aan onderhoud te laten vervallen.
  De schuldeisers van de vruchtgebruiker kunnen in de geschillen tussenkomen, tot behoud van hun rechten; zij kunnen herstel van de gepleegde beschadigingen en waarborgen voor de toekomst aanbieden.
  De rechters kunnen, al naar de ernst van de omstandigheden, hetzij het gehele verval van het recht van vruchtgebruik uitspreken, hetzij bevelen dat de eigenaar niet opnieuw in het genot zal treden van de zaak waarop het vruchtgebruik gevestigd is, dan onder verplichting om aan de vruchtgebruiker of aan zijn rechthebbenden jaarlijks een bepaalde som te betalen, tot op het ogenblik waarop het vruchtgebruik had moeten eindigen.

  Art. 619. Vruchtgebruik dat aan andere dan aan bijzondere personen wordt verleend, duurt slechts dertig jaren.

  Art. 620. Vruchtgebruik verleend totdat een derde persoon een bepaalde leeftijd zal hebben bereikt, blijft tot dan voortduren, al is de derde persoon voor de gestelde leeftijd overleden.

  Art. 621. De verkoop van de aan vruchtgebruik onderworpen zaak wijzigt geenszins het recht van de vruchtgebruiker; hij behoudt het genot van zijn vruchtgebruik, indien hij daarvan niet uitdrukkelijk afstand heeft gedaan.

  Art. 622. De schuldeisers van de vruchtgebruiker kunnen de afstand doen vernietigen, die deze tot hun nadeel mocht hebben gedaan.

  Art. 623. Wanneer slechts een gedeelte van de aan vruchtgebruik onderworpen zaak teniet gaat, blijft het vruchtgebruik bestaan op hetgeen over is.

  Art. 624. Wanneer het vruchtgebruik slechts op een gebouw is gevestigd en dit gebouw door brand of door een ander ongeval vernield wordt of door ouderdom instort, heeft de vruchtgebruiker geen recht van genot op de grond of op de materialen.
  Wanneer het vruchtgebruik was gevestigd op een erf waarvan het gebouw deel uitmaakte, heeft de vruchtgebruiker het genot van de grond en van de materialen.