Boekhouding |
Vennootschappen dienen uiteraard een boekhouding te voeren.
" Art. 17. - § 1. Ieder jaar en ten laatste binnen zes maanden na
afsluitingsdatum van het boekjaar, legt de raad van bestuur de jaarrekening van het
voorbije boekjaar, opgemaakt overeenkomstig dit artikel, alsook de begroting van het
volgende boekjaar, ter goedkeuring voor aan de algemene vergadering.
§ 2. De verenigingen voeren een vereenvoudigde boekhouding die ten minste betrekking
heeft op de mutaties in contant geld of op de rekeningen, overeenkomstig een door de
Koning vastgesteld model.
§ 6. Binnen dertig dagen na de goedkeuring ervan door de algemene vergadering wordt de
jaarrekening van de verenigingen bedoeld in § 3 door de bestuurders neergelegd bij de
Nationale Bank van België.
Overeenkomstig het voorgaande lid worden gelijktijdig neergelegd :een stuk met de naam en
voornaam van de bestuurders die in functie zijn;
De Koning bepaalt de nadere regels volgens welke en de voorwaarden waaronder de in het
eerste en het tweede lid bedoelde stukken moeten worden neergelegd, alsmede het bedrag en
de wijze van betaling van de kosten van de openbaarmaking. De neerlegging wordt alleen
aanvaard indien de op grond van dit lid vastgestelde bepalingen worden nageleefd.
Binnen vijftien werkdagen na de aanvaarding van de neerlegging wordt daarvan melding gemaakt in een door de Nationale Bank van België aangelegd bestand op een drager en volgens de nadere regels die de Koning vaststelt. De tekst van de vermelding wordt door de Nationale Bank van België neergelegd ter griffie van de burgerlijke rechtbank die het dossier van de vereniging als bedoeld in artikel 26novies aanlegt en wordt bij dat dossier gevoegd.
De Nationale Bank van België reikt aan degenen die er, zelfs schriftelijk, om vragen, een
afschrift in de door de Koning vastgestelde vorm uit, hetzij van alle stukken die haar op
grond van het eerste en het tweede lid worden overgezonden, hetzij van de stukken als
bedoeld in het eerste en het tweede lid die haar worden overgezonden en betrekking hebben
op de met name genoemde verenigingen en op bepaalde jaren. De Koning stelt het bedrag vast
dat aan de Nationale Bank van België moet worden betaald voor de verkrijging van de in
dit lid bedoelde afschriften.
De griffies van de rechtbanken ontvangen van de Nationale Bank van België kosteloos en
onverwijld een afschrift van alle stukken bedoeld in het eerste en het tweede lid in de
vorm die door de Koning is vastgesteld.
De Nationale Bank van België is bevoegd om, volgens de nadere regels die door de Koning
zijn vastgesteld, algemene en anonieme statistieken op te maken en bekend te maken over
het geheel of een gedeelte van de gegevens vervat in de stukken die haar met toepassing
van het eerste en het tweede lid worden overgezonden. "