Wetboek van Vennootschappen

Boek I. - Inleidende bepalingen

Titel I. - Vennootschap en rechtspersoonlijkheid : Art. 1 - Art. 2 - Art. 3

Artikel 3 anno 2007:

§ 1. De vennootschappen worden beheerst door de overeenkomsten van partijen, door het burgerlijk recht en, indien ze een handelsaard hebben, door de bijzondere wetten op de koophandel.

§ 2. De burgerlijke of handelsaard van een vennootschap wordt bepaald door haar doel.

§ 3. Zulks geldt zelfs wanneer in de statuten is bepaald dat de vennootschap niet is opgericht met het oogmerk aan de vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel te bezorgen.

§ 4. Burgerlijke vennootschappen met handelsvorm zijn vennootschappen waarvan het doel burgerlijk is, en die, zonder hun burgerlijke aard te verliezen, de rechtsvorm van een handelsvennootschap aannemen met het oog op het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid. Zij hebben niet de hoedanigheid van koopman.