Hoofdstuk I. - Belgische verenigingen zonder winstoogmerk

<W 2002-05-02/51, art. 4, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>


Hierna volgt de wettekst van artikel 1 tot en met 26 septies anno 2006:

  Artikel 1. <W 2002-05-02/51, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> De zetel van een Belgische vereniging zonder winstoogmerk, in dit hoofdstuk " vereniging " genoemd, is gevestigd in België.
  De vereniging geniet rechtspersoonlijkheid, onder de voorwaarden omschreven in dit hoofdstuk.
  De vereniging zonder winstoogmerk is die, welke niet nijverheids- of handelszaken drijft en welke niet tracht een stoffelijk voordeel aan haar leden te verschaffen.

  Art. 2. <W 2002-05-02/51, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> De statuten van een vereniging vermelden tenminste :
  1° de naam, voornamen, woonplaats, (...) van iedere stichter, of ingeval het een rechtspersoon betreft, de naam, de rechtsvorm en het adres van de zetel; <L 2003-12-22/42, art. 394, 011 ; Inwerkingtreding : 31-12-2003>
  2° de naam en het adres van de zetel van de vereniging, alsook de vermelding van het gerechtelijk arrondissement waaronder zij ressorteert;
  3° het minimumaantal leden, dat niet minder mag zijn dan drie;
  4° de precieze omschrijving van het doel of van de doeleinden waarvoor zij is opgericht;
  5° de voorwaarden en de formaliteiten betreffende toetreding en uittreding van de leden;
  6° de bevoegdheden van de algemene vergadering en de wijze van bijeenroeping ervan, alsook de wijze waarop haar beslissingen aan de leden en aan derden ter kennis worden gebracht;
  7° a) de wijze van benoeming, ambtsbeëindiging en afzetting van de bestuurders, de omvang van hun bevoegdheden en de wijze waarop zij die uitoefenen, ofwel alleen, ofwel gezamenlijk, ofwel als college, en de duur van hun mandaat;
  b) in voorkomend geval, de wijze van benoeming, ambtsbeëindiging en afzetting van de personen gemachtigd de vereniging overeenkomstig artikel 13, vierde lid, te vertegenwoordigen, de omvang van hun bevoegdheden en de wijze waarop zij die uitoefenen, ofwel alleen, ofwel gezamenlijk, ofwel als college;
  c) in voorkomend geval, de wijze van benoeming, ambtsbeëindiging en afzetting van de personen aan wie het dagelijks bestuur van de vereniging is opgedragen overeenkomstig artikel 13bis , eerste lid, de omvang van hun bevoegdheden en de wijze waarop zij die uitoefenen, ofwel alleen, ofwel gezamenlijk, ofwel als college;
  d) (...); <W 2004-07-09/30, art. 88, 012; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
  8° het maximumbedrag van de bijdragen of van de stortingen ten laste van de leden;
  9° de bestemming van het vermogen van de vereniging ingeval zij wordt ontbonden, welk vermogen tot een belangenloze doelstelling moet worden aangewend;
  10° de duur van de vereniging ingeval zij niet voor onbepaalde tijd is aangegaan.
  Deze statuten worden bij authentieke of bij onderhandse akte vastgesteld. In dat laatste geval moeten zij in afwijking van artikel 1325 van het Burgerlijk Wetboek, slechts in twee originelen worden opgesteld.

  Art. 2bis. <Ingevoegd bij W 2002-05-02/51, art. 7, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> Onverminderd de artikelen 3, § 2, en 11, gaan de leden in die hoedanigheid geen enkele persoonlijke verplichting aan inzake de verbintenissen die de vereniging aangaat.

  Art. 2ter. <Ingevoegd bij W 2002-05-02/51, art. 8, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> De statuten van de vereniging kunnen bepalen onder welke voorwaarden derden die een band hebben met de vereniging als toegetreden lid van de vereniging kunnen worden beschouwd. De rechten en plichten van de leden omschreven in deze wet zijn niet van toepassing op de toegetreden leden. Hun rechten en plichten worden bepaald door de statuten.

  Art. 3. <W 2002-05-02/51, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> § 1. De vereniging bezit rechtspersoonlijkheid vanaf de dag dat haar statuten, de akten betreffende de benoeming van de bestuurders en in voorkomend geval van de personen gemachtigd om de vereniging overeenkomstig artikel 13, vierde lid, te vertegenwoordigen worden neergelegd overeenkomstig artikel 26novies , § 1.
  De akten betreffende de benoeming van de bestuurders en de personen gemachtigd om de vereniging te vertegenwoordigen bevatten de vermeldingen bedoeld in artikel 9.
  § 2. Niettemin kunnen in naam van de vereniging reeds verbintenissen worden aangegaan vooraleer zij rechtspersoonlijkheid bezit. Tenzij anders is overeengekomen, zijn de personen die, in welke hoedanigheid ook, dergelijke verbintenissen aangaan, persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk indien de vereniging binnen twee jaar na het ontstaan van de verbintenis geen rechtspersoonlijkheid heeft verkregen en zij bovendien de verbintenissen niet heeft overgenomen binnen zes maanden na het verkrijgen van de rechtspersoonlijkheid. Verbintenissen overgenomen door de vereniging worden geacht door haar te zijn aangegaan vanaf het ontstaan van die verbintenissen.

  Art. 3bis. <Ingevoegd bij W 2002-05-02/51, art. 10; Inwerkingtreding : 01-07-2003> De nietigheid van een vereniging kan alleen in de hiernavolgende gevallen worden uitgesproken :
  1° wanneer de statuten de vermeldingen bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2° en 4°, niet bevatten;
  2° wanneer één van de doeleinden waarvoor zij is opgericht, strijdig is met de wet of met de openbare orde.

  Art. 3ter. <Ingevoegd bij W 2002-05-02/51, art. 11; ED : 01-07-2003> Onverminderd artikel 26novies , §§ 2 en 3, heeft de nietigheid gevolgen te rekenen van de dag waarop zij is uitgesproken.
  De beslissing waarbij de nietigheid van een vereniging wordt uitgesproken, brengt de vereffening van de vereniging mee overeenkomstig artikel 19. Onverminderd de gevolgen van het feit dat zij zich in vereffening bevindt, doet de nietigheid van de vereniging geen afbreuk aan de rechtsgeldigheid van haar verbintenissen of van die welke ten aanzien van haar zijn aangegaan.

  Art. 4. <W 2002-05-02/51, art. 12, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> Een besluit van de algemene vergadering is vereist voor :
  1° de wijziging van de statuten;
  2° de benoeming en de afzetting van de bestuurders;
  3° de benoeming en de afzetting van de commissarissen en het bepalen van hun bezoldiging ingeval een bezoldiging wordt toegekend;
  4° de kwijting aan de bestuurders en de commissarissen;
  5° de goedkeuring van de begroting en van de rekening;
  6° de ontbinding van de vereniging;
  7° de uitsluiting van een lid;
  8° de omzetting van de vereniging in een vennootschap met een sociaal oogmerk;
  9° alle gevallen waarin de statuten dat vereisen.

  Art. 5. <W 2002-05-02/51, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> De algemene vergadering wordt door de raad van bestuur bijeengeroepen in de gevallen bepaald bij de wet of de statuten of wanneer ten minste één vijfde van de leden het vraagt.

  Art. 6. <W 2002-05-02/51, art. 14, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> Alle leden worden ten minste acht dagen tevoren voor de algemene vergadering opgeroepen. De agenda wordt bij de oproepingsbrief gevoegd. Elk voorstel, ondertekend door ten minste één twintigste van de leden, wordt op de agenda gebracht.
  De leden kunnen zich op de algemene vergadering laten vertegenwoordigen door een ander lid of, zo de statuten het toelaten, door een persoon die geen lid is.

  Art. 7. (Op de algemene vergadering heeft ieder lid een gelijk stemrecht en worden de besluiten genomen bij meerderheid van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde leden, behalve in de gevallen waarin de wet of de statuten anders bepalen.) <W 2002-05-02/51, art. 15, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  Bij het nemen van besluiten mag niet van de agenda afgeweken worden, tenzij de statuten zulks uitdrukkelijk toelaten.

  Art. 8. <W 2002-05-02/51, art. 16, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> Over een statutenwijziging kan de algemene vergadering alleen op geldige wijze beraadslagen en besluiten wanneer de wijzigingen uitdrukkelijk zijn vermeld in de oproeping en wanneer ten minste twee derde van de leden op de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
  Een wijziging kan alleen worden aangenomen met een meerderheid van twee derde van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde leden.
  Wanneer de wijziging evenwel betrekking heeft op het doel of op de doeleinden waarvoor de vereniging is opgericht, kan zij alleen worden aangenomen met een meerderheid van vier vijfde van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde leden.
  Ingeval op de eerste vergadering minder dan twee derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kan een tweede vergadering worden bijeengeroepen, die geldig kan beraadslagen en besluiten alsook de wijzigingen aannemen met de meerderheden bedoeld in het tweede of het derde lid ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden. De tweede vergadering mag niet binnen vijftien dagen volgend op de eerste vergadering worden gehouden.

  Art. 9. <W 2002-05-02/51, art. 17, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> De akten betreffende de benoeming of de ambtsbeëindiging van de bestuurders, van de personen aan wie het dagelijks bestuur is opgedragen, van de commissarissen en van de personen gemachtigd om de vereniging te vertegenwoordigen, vermelden hun naam, hun voornamen, hun woonplaats, hun geboortedatum en plaats of, ingeval het rechtspersonen betreft, hun naam, hun rechtsvorm, hun BTW-identificatienummer en hun zetel.
  De akten betreffende de benoeming van de bestuurders, van de personen aan wie het dagelijks bestuur is opgedragen en van de personen gemachtigd om de vereniging te vertegenwoordigen vermelden bovendien de omvang van hun bevoegdheden en de wijze waarop zij die uitoefenen, ofwel alleen, ofwel gezamenlijk, ofwel als college.

  Art. 10. <W 2002-05-02/51, art. 18, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003 in wat betreft lid 1 en Inwerkingtreding : 01-01-2005 in wat betreft lid 2> Op de zetel van de vereniging wordt door de raad van bestuur een register van de leden gehouden. Dit register vermeldt de naam, voornamen en woonplaats van de leden of, ingeval het een rechtspersoon betreft, de naam, de rechtsvorm en het adres van de zetel. Bovendien moeten alle beslissingen betreffende de toetreding, uittreding of uitsluiting van leden door toedoen van de raad van bestuur in dat register worden ingeschreven binnen acht dagen nadat hij van de beslissing in kennis is gesteld.
  Alle leden kunnen op de zetel van de vereniging het register van de leden raadplegen, alsmede alle notulen en beslissingen van de algemene vergadering, van de raad van bestuur en van de personen, al dan niet met een bestuursfunctie, die bij de vereniging of voor rekening ervan een mandaat bekleden, evenals alle boekhoudkundige stukken van de vereniging. De Koning bepaalt de nadere regels waaronder dit inzagerecht wordt uitgeoefend. (Deze bepalingen zijn niet van toepassing ingeval de vereniging een commissaris heeft benoemd.) <W 2004-07-09/30, art. 83, 012; Inwerkingtreding : 25-07-2004>

  Art. 11. <W 2002-05-02/51, art. 19, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen en andere stukken die uitgaan van verenigingen zonder winstoogmerk, vermelden de naam van de vereniging, onmiddellijk voorafgegaan of gevolgd door de woorden " vereniging zonder winstoogmerk " of door de afkorting " vzw ", en het adres van de zetel van de vereniging.
  Eenieder die in naam van een vereniging meewerkt aan een in het eerste lid vermeld stuk waarop één van deze vermeldingen niet is aangebracht kan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor alle of voor een gedeelte van de verbintenissen die de vereniging krachtens dit stuk heeft aangegaan.

  Art. 12. <W 2002-05-02/51, art. 20, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> Elk lid van een vereniging is vrij uit te treden door het indienen van zijn ontslag bij de raad van bestuur. Onverminderd artikel 2, eerste lid, 5°, kan een lid dat zijn bijdrage niet betaalt, worden geacht ontslag te nemen.
  De uitsluiting van een lid kan slechts door de algemene vergadering worden uitgesproken met een meerderheid van twee derde van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde leden.
  Een lid dat ontslag neemt of dat wordt uitgesloten, heeft geen aanspraak op het bezit van de vereniging en kan betaalde bijdragen niet terugvorderen, tenzij de statuten anders bepalen.

  Art. 13. <W 2002-05-02/51, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> De raad van bestuur bestaat uit ten minste drie personen. Als evenwel maar drie personen lid zijn van de vereniging, bestaat de raad van bestuur uit slechts twee personen. Het aantal bestuurders moet in elk geval altijd lager zijn dan het aantal personen dat lid is van de vereniging.
  De raad van bestuur bestuurt de vereniging en vertegenwoordigt haar in en buiten rechte. Alle bevoegdheden die de wet niet uitdrukkelijk verleent aan de algemene vergadering, worden toegekend aan de raad van bestuur.
  De statuten kunnen de bevoegdheden die op grond van het vorige lid aan de raad van bestuur worden toegekend, beperken. Deze beperkingen, alsook de taakverdeling die de bestuurders eventueel zijn overeengekomen, kunnen niet aan derden worden tegengeworpen, zelfs niet indien zij zijn bekendgemaakt.
  De bevoegdheid om de vereniging in en buiten rechte te vertegenwoordigen, kan evenwel op de wijze bepaald in de statuten worden opgedragen aan één of meer personen, al dan niet bestuurder of lid die ofwel alleen, ofwel gezamenlijk, ofwel als college optreden. Deze beslissing is tegenwerpbaar aan derden onder de voorwaarden bepaald in artikel 26novies , § 3.

  Art. 13bis. <Ingevoegd bij W 2002-05-02/51, art. 22; Inwerkingtreding : 01-07-2003> Het dagelijks bestuur van de vereniging, alsook de vertegenwoordiging van de vereniging wat dat bestuur aangaat, mogen op de wijze bepaald in de statuten worden opgedragen aan één of meer personen, al dan niet bestuurder of lid, die ofwel alleen, ofwel gezamenlijk, ofwel als college optreden.
  Deze beslissing is tegenwerpbaar aan derden onder de voorwaarden bepaald in artikel 26novies , § 3. Beperkingen van hun vertegenwoordigingsbevoegdheid zijn evenwel niet tegenwerpbaar aan derden.

  Art. 14. <W 2002-05-02/51, art. 22, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> De vereniging is aansprakelijk voor de fouten die kunnen worden toegerekend aan haar aangestelden of aan de organen waardoor zij handelt.

  Art. 14bis. <Ingevoegd bij W 2002-05-02/51, art. 24; Inwerkingtreding : 01-07-2003> Onverminderd artikel 26septies gaan de bestuurders geen enkele persoonlijke verplichting aan inzake de verbintenissen die de vereniging aangaat.

  Art. 15. <W 2002-05-02/51, art. 26, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> De personen die met het dagelijks bestuur zijn belast, gaan geen enkele persoonlijke verplichting aan inzake de verbintenissen die de vereniging aangaat.

  Art. 16. <W 2004-12-27/30, art. 273, 013 ; Inwerkingtreding : 20-06-2005 ; zie ook zijn art. 290> Met uitzondering van handgiften, behoeft elke gift onder de levenden of bij testament aan een vereniging een machtiging door de minister van Justitie of zijn vertegenwoordiger. Deze machtiging is evenwel niet vereist voor de aanneming van giften waarvan de waarde niet hoger is dan 100 000 euro.
  De gift wordt geacht te zijn gemachtigd indien de minister van Justitie of zijn vertegenwoordiger niet heeft gereageerd binnen een termijn van drie maanden te rekenen van het aan hem gerichte verzoek tot machtiging.
  De minister van Justitie bepaalt welke stukken bij het verzoek moeten worden gevoegd.
  Ingeval het door de vereniging toegezonden dossier niet volledig is, stelt de minister van Justitie of zijn vertegenwoordiger de vereniging daarvan bij aangetekende brief in kennis, met vermelding van de ontbrekende stukken. De termijn van drie maanden wordt opgeschort met ingang van de datum van die verzending tot aan de toezending van alle gevraagde stukken.
  De machtiging kan alleszins niet worden verleend indien de vereniging niet voldaan heeft aan de artikelen 3 en 9, of als zij, in schending van artikel 26novies, haar jaarrekening, vanaf haar oprichting of althans van de laatste drie boekjaren, niet ter griffie van de rechtbank van koophandel heeft neergelegd.
  Het bedrag bedoeld in het eerste lid kan worden gewijzigd bij een in ministerraad overlegd koninklijk besluit.

  Art. 17. <W 2002-05-02/51, art. 27, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2004> § 1. Ieder jaar en ten laatste binnen zes maanden na afsluitingsdatum van het boekjaar, legt de raad van bestuur de jaarrekening van het voorbije boekjaar, opgemaakt overeenkomstig dit artikel, alsook de begroting van het volgende boekjaar, ter goedkeuring voor aan de algemene vergadering.
  § 2. De verenigingen voeren een vereenvoudigde boekhouding die tenminste betrekking heeft op de mutaties in contant geld of op de rekeningen, overeenkomstig een door de Koning vastgesteld model.
  § 3. De verenigingen houden evenwel hun boekhouding en maken hun jaarrekening op overeenkomstig de bepalingen van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen, wanneer bij de afsluiting van het boekjaar, met betrekking tot ten minste twee van de volgende drie criteria de onderstaande cijfers op hen van toepassing zijn :
  1° het equivalent, gemiddeld over het jaar, van 5 voltijdse werknemers ingeschreven in het personeelsregister dat wordt gehouden overeenkomstig het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten;
  2° in totaal 250.000 EUR aan andere dan uitzonderlijke ontvangsten, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde;
  3° een balanstotaal van 1.000.000 EUR.
  De Koning past de verplichtingen die voor verenigingen voortvloeien uit de voornoemde wet van 17 juli 1975 aan de bijzondere aard van hun werkzaamheden en hun wettelijk statuut aan. De Koning kan bovenvermelde bedragen aanpassen aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen.
  § 4. De §§ 2 en 3 zijn niet van toepassing op verenigingen die wegens de aard van hun hoofdactiviteit onderworpen zijn aan bijzondere, uit een wetgeving of een overheidsreglementering voortvloeiende regels betreffende het houden van hun boekhouding en betreffende hun jaarrekening, voorzover zij minstens gelijkwaardig zijn aan die bepaald op grond van deze wet.
  § 5. De verenigingen moeten één of meer commissarissen belasten met de controle van de financiële toestand, van de jaarrekening en van de regelmatigheid in het licht van de wet en van de statuten, van de verrichtingen die in de jaarrekening moeten worden vastgesteld wanneer het aantal tewerkgestelde werknemers, gemiddeld over het jaar, het equivalent van 100 voltijdse werknemers ingeschreven in het personeelsregister dat wordt gehouden krachtens het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten te boven gaat, of wanneer de vereniging bij de afsluiting van het boekjaar met betrekking tot ten minste twee van de volgende drie criteria de onderstaande cijfers te boven gaat :
  1° het equivalent, gemiddeld over het jaar, van 50 voltijdse werknemers ingeschreven in het personeelsregister dat wordt gehouden overeenkomstig het voormelde koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978;
  2° in totaal 6.250.000 EUR aan andere dan uitzonderlijke ontvangsten, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde;
  3° een balanstotaal van 3.125.000 EUR.
  De commissarissen worden door de algemene vergadering benoemd onder de leden, natuurlijke personen of rechtspersonen, van het Instituut van bedrijfsrevisoren.
  De Koning kan bovenvermelde bedragen aanpassen aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen.
  § 6. Binnen dertig dagen na de goedkeuring ervan door de algemene vergadering wordt de jaarrekening van de verenigingen bedoeld in § 3 door de bestuurders neergelegd bij de Nationale Bank van België.
  Overeenkomstig het voorgaande lid worden gelijktijdig neergelegd :
  1° een stuk met de naam en voornaam van de bestuurders en in voorkomend geval van de commissarissen die in functie zijn;
  2° in voorkomend geval, het verslag van de commissarissen.
  De Koning bepaalt de nadere regels volgens welke en de voorwaarden waaronder de in het eerste en het tweede lid bedoelde stukken moeten worden neergelegd, alsmede het bedrag en de wijze van betaling van de kosten van de openbaarmaking. De neerlegging wordt alleen aanvaard indien de op grond van dit lid vastgestelde bepalingen worden nageleefd.
  Binnen vijftien werkdagen na de aanvaarding van de neerlegging wordt daarvan melding gemaakt in een door de Nationale Bank van België aangelegd bestand op een drager en volgens de nadere regels die de Koning vaststelt. De tekst van de vermelding wordt door de Nationale Bank van België neergelegd ter griffie van de (rechtbank van koophandel) die het dossier van de vereniging als bedoeld in artikel 26novies aanlegt en wordt bij dat dossier gevoegd. <W 2003-01-16/34, art. 69, 010; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  De Nationale Bank van België reikt aan degenen die er, zelfs schriftelijk, om vragen, een afschrift in de door de Koning vastgestelde vorm uit, hetzij van alle stukken die haar op grond van het eerste en het tweede lid worden overgezonden, hetzij van de stukken als bedoeld in het eerste en het tweede lid die haar worden overgezonden en betrekking hebben op de met name genoemde verenigingen en op bepaalde jaren. De Koning stelt het bedrag vast dat aan de Nationale Bank van België moet worden betaald voor de verkrijging van de in dit lid bedoelde afschriften.
  De griffies van de rechtbanken ontvangen van de Nationale Bank van België kosteloos en onverwijld een afschrift van alle stukken bedoeld in het eerste en het tweede lid in de vorm die door de Koning is vastgesteld.
  De Nationale Bank van België is bevoegd om, volgens de nadere regels die door de Koning zijn vastgesteld, algemene en anonieme statistieken op te maken en bekend te maken over het geheel of een gedeelte van de gegevens vervat in de stukken die haar met toepassing van het eerste en het tweede lid worden overgezonden.
  (§ 7. De artikelen 130 tot 133, 134, §§ 1 en 3, 135 tot 137, 139 en 140, 142 tot 144, met uitzondering van artikel 144, eerste lid, 4° en 5°, van het Wetboek van vennootschappen zijn van overeenkomstige toepassing op de verenigingen die een commissaris hebben benoemd. Ten behoeve van dit artikel moeten de woorden " wetboek ", " vennootschap " en " rechtbank van koophandel ", aangewend in voornoemde artikelen van het Wetboek van vennootschappen, worden begrepen als respectievelijk " wet ", " vereniging " en " rechtbank van eerste aanleg ".) <W 2004-07-09/30, art. 84, 012; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
  (§ 8. De Commissie voor boekhoudkundige normen opgericht bij de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen heeft ten aanzien van de verenigingen zonder winstoogmerk tot taak de regering en het Parlement op hun verzoek of uit eigen beweging van advies te dienen, door middel van adviezen en aanbevelingen bij te dragen tot de ontwikkeling van de leer van het boekhouden en de beginselen te bepalen van een regelmatige boekhouding.) <W 2004-12-27/30, art. 274, 013; Inwerkingtreding : 01-01-2005>

  Art. 18. <W 2002-05-02/51, art. 28, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> De rechtbank kan op verzoek van een lid, van een belanghebbende derde of van het openbaar ministerie de ontbinding uitspreken van een vereniging die :
  1° niet in staat is haar verbintenissen na te komen;
  2° haar vermogen of de inkomsten uit dat vermogen voor een ander doel aanwendt dan die waarvoor zij is opgericht;
  3° in ernstige mate in strijd handelt met de statuten, of in strijd handelt met de wet of de openbare orde;
  4° gedurende drie opeenvolgende boekjaren niet heeft voldaan aan de verplichting om een jaarrekening neer te leggen overeenkomstig artikel 26novies , § 1, tweede lid, 5°, tenzij de ontbrekende jaarrekeningen worden neergelegd vooraleer de debatten worden gesloten;
  5° minder dan drie leden telt.
  De rechtbank kan de vernietiging van de betwiste handeling uitspreken ook indien zij de eis tot ontbinding afwijst.

  Art. 19. <W 2002-05-02/51, art. 29, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> In geval van ontbinding van een vereniging door de rechtbank benoemt deze, onverminderd artikel 19bis , één of meer vereffenaars die, na aanzuivering van het passief, de bestemming van het actief vaststellen.
  Deze bestemming kan geen andere zijn dan die bepaald in de statuten of, bij ontstentenis van enige statutaire bepaling daaromtrent, besloten door de algemene vergadering die de vereffenaars bijeenroepen. Bij ontstentenis van een bepaling in de statuten of van een besluit van de algemene vergadering geven de vereffenaars aan het actief een bestemming die zoveel mogelijk overeenkomt met het doel waarvoor de vereniging is opgericht.
  De leden, de schuldeisers en het openbaar ministerie kunnen bij de rechtbank beroep instellen tegen het besluit van de vereffenaars.

  Art. 19bis. <Ingevoegd bij W 2002-05-02/51, art. 30; Inwerkingtreding : 01-07-2003> De vordering tot ontbinding op grond van artikel 18, eerste lid, 4°, kan slechts worden ingesteld na het verstrijken van een termijn van dertien maanden te rekenen van de afsluiting van het derde boekjaar.
  De rechtbank die deze ontbinding uitspreekt, kan hetzij tot de onmiddellijke afsluiting van de vereffening beslissen, hetzij de vereffeningswijze bepalen en één of meer vereffenaars aanwijzen. Wanneer de vereffening is beëindigd, brengen de vereffenaars verslag uit aan de rechtbank, waarbij hij of zij, in voorkomend geval, aan de rechtbank een overzicht voorleggen van de waarden van de vereniging en van het gebruik ervan.
  De rechtbank spreekt de afsluiting van de vereffening uit.
  De Koning bepaalt welke procedure moet worden gevolgd voor de consignatie van de activa die de vereniging zouden toebehoren en wat er met die activa moet gebeuren ingeval nieuwe passiva aan het licht komen.

  Art. 20. <W 2002-05-02/51, art. 31, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> De algemene vergadering kan de ontbinding van de vereniging alleen uitspreken onder dezelfde voorwaarden als die welke betrekking hebben op de wijziging van het doel of de doeleinden van de vereniging.
  Artikel 8, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  Art. 21. <W 2002-05-02/51, art. 32, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> Tegen een vonnis waarbij de ontbinding van een vereniging of de nietigverklaring van een van haar handelingen wordt uitgesproken, kan hoger beroep worden ingesteld.
  Hetzelfde geldt voor een vonnis dat uitspraak doet over het besluit van de vereffenaar of de vereffenaars.

  Art. 22. <W 2002-05-02/51, art. 33, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> In geval van ontbinding van een vereniging door de algemene vergadering, wordt de bestemming van het actief, bij ontstentenis van statutaire bepalingen, vastgesteld door de algemene vergadering of door de vereffenaars, overeenkomstig artikel 19, tweede lid.
  De vereffening geschiedt door één of meer vereffenaars die hun opdracht vervullen hetzij overeenkomstig de statuten, hetzij krachtens een besluit van de algemene vergadering, hetzij, bij ontstentenis daarvan, krachtens een rechterlijke beslissing die door enige belanghebbende of door het openbaar ministerie kan worden gevorderd.

  Art. 23. <W 2002-05-02/51, art. 34, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> Elke beslissing van de rechter, van de algemene vergadering of van de vereffenaars betreffende de ontbinding of de nietigheid van de vereniging, de vereffeningsvoorwaarden, de benoeming en de ambtsbeëindiging van de vereffenaars, de afsluiting van de vereffening en de bestemming van het actief wordt binnen een maand na de dagtekening ervan neergelegd overeenkomstig artikel 26novies , § 1.
  De akten betreffende de benoeming en de ambtsbeëindiging van de vereffenaars vermelden hun naam, voornamen en woonplaats, of, ingeval het rechtspersonen betreft, hun naam, rechtsvorm en zetel.
  Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen en andere stukken die uitgaan van een vereniging in verband waarmee een beslissing tot ontbinding is genomen, vermelden de naam van de vereniging, onmiddellijk voorafgegaan of gevolgd door de woorden " vereniging zonder winstoogmerk in vereffening " of door de afkorting en de woorden " vzw in vereffening ".
  Eenieder die in naam van een dergelijke vereniging meewerkt aan een in het vorige lid vermeld stuk waarop één van deze vermeldingen niet is aangebracht kan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor alle of voor een gedeelte van de verbintenissen die de vereniging krachtens dit stuk heeft aangegaan.

  Art. 24. <W 2002-05-02/51, art. 35, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> Het actief kan slechts worden aangewend na aanzuivering van het passief.

  Art. 25. (Eerste lid opgeheven) <W 2002-05-02/51, art. 36, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  (De bestemming van het actief) mag de rechten van derden niet schaden. <W 2002-05-02/51, art. 36, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  (De vordering van de schuldeisers verjaart door verloop van vijf jaar te rekenen van de bekendmaking van de beslissing betreffende de bestemming van het actief.) <W 2002-05-02/51, art. 36, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>

  Art. 26. <W 2002-05-02/51, art. 37, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> Elke vordering ingesteld door een vereniging die de formaliteiten omschreven in de artikelen 10, 23 en 26novies , § 1, tweede lid, 5°, niet in acht heeft genomen, wordt opgeschort. De rechter bepaalt een termijn waarbinnen de vereniging moet voldoen aan deze verplichtingen. Indien de vereniging niet binnen die termijn aan haar verplichtingen voldoet, is de vordering niet ontvankelijk.

  Art. 26bis. <ingevoegd bij W 1995-04-13/50, art, 104, 003; Inwerkingtreding : 01-07-1996> De vereniging kan worden omgezet in één van de rechtsvormen genoemd in artikel 2 van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935, voor zover het gaat om een vennootschap met een sociaal oogmerk overeenkomstig artikel 164bis van dezelfde wetten.
  Deze omzetting laat de rechtspersoonlijkheid van de vereniging die blijft voortbestaan in de nieuwe vorm, onverlet.

  Art. 26ter. <ingevoegd bij W 1995-04-13/50, art, 105, 003; Inwerkingtreding : 01-07-1996> Het voorstel tot omzetting wordt toegelicht in een verslag dat. door de raad van beheer wordt opgemaakt en vermeld in de agenda van de algemene vergadering, die een besluit moet nemen.
  Bij dat verslag wordt een staat van activa en passiva van de vereniging gevoegd die niet meer dan drie maanden voordien is vastgesteld. Een bedrijfsrevisor of een accountant ingeschreven op het tableau van externe accountants van bet Instituut der Accountants die door de raad van beheer wordt aangewezen, brengt over deze staat verslag uit en vermeldt inzonderheid of daarin de toestand van de vereniging op volledige, getrouwe en juiste wijze is weergegeven.
  Een afschrift van die verslagen, alsook het ontwerp van statuten wijziging worden gevoegd bij de oproepingsbrief voor de algemene vergadering.

  Art. 26quater. <ingevoegd bij W 1995-04-13/50, art, 106, 003; Inwerkingtreding : 01-07-1996> § 1. Het besluit tot omzetting is onderworpen aan de voorwaarden van artikel 8, tweede en derde lid.
  § 2. Onmiddellijk na het besluit tot omzetting worden de statuten van de vennootschap vastgesteld volgens dezelfde regels. Indien zulks niet geschiedt, blijft het besluit tot omzetting zonder gevolg.
  § 3. In de oproepingsbrief voor de algemene vergadering wordt de tekst van de §§ 1 en 7 van dit artikel opgenomen.

  Art. 26quinquies. <ingevoegd bij W 1995-04-13/50, art, 107, 003; Inwerkingtreding : 01-07-1996> De bepalingen van de artikelen 170 en 171 van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935, zijn van toepassing.

  Art. 26sexies. <ingevoegd bij W 1995-04-13/50, art, 108, 003; Inwerkingtreding : 01-07-1996> § 1. Het netto-actief van de vereniging, zoals dat blijkt uit de staat bedoeld in artikel 26ter, moet in het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap worden opgenomen of op een onbeschikbare reserverekening worden geboekt.
  § 2. Het bedrag van dat netto-actief mag overeenkomstig het bepaalde in artikel 164quater van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935, niet aan de vennoten worden terugbetaald of uitgekeerd.

  Art. 26septies. <ingevoegd bij W 1995-04-13/50, art, 109, 003; Inwerkingtreding : 01-07-1996> De bestuurders van de vereniging die wordt omgezet, zijn niettegenstaande enig andersluidend beding, ten aanzien van de belanghebbenden hoofdelijk gehouden tot:
  1° betaling van het eventuele verschil tussen het netto-actief van de vennootschap op het tijdstip van de omzetting en het bij de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935, voorgeschreven minimumbedrag van het maatschappelijk kaptitaal of van het vast gedeelte daarvan;
  2° vergoeding van de schade die het onmiddellijk en rechtstreeks gevolg is van de overwaardering van het netto-actief, zoals dat blijkt uit de in artikel 26ter bedoelde staat;
  3° vergoeding van de schade die het onmiddellijk en rechtstreeks gevolg is van, hetzij de nietigheid van de omzetting wegens schending van de regels bepaald in de artikelen 13ter, eerste lid, 2° tot 4°, 144, tweede lid, 1° tot 3°, die naar analogie worden toegepast, of 170, eerste lid, van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935, hetzij van het ontbreken of van de onjuistheid van de vermeldingen voorgeschreven in de artikelen 30, eerste lid, met uitzondering van het 11° en het 15° tot het 18°, 121, eerste lid, met uitzondering van het 8° tot het 12° en 170, tweede lid, van dezelfde gecoördineerde wetten.