Minimumkapitaal in een NV

PARLEMENTAIRE VRAAG (Nį 8558) OVER HET NIET IN OVEREENSTEMMING ZIJN VAN DE VENNOOTSCHAPPEN MET HET WETTELIJK MINIMUMKAPITAAL

... Met het antwoord van de Minister van Justitie
De vraag van Karel Van Hoorebeke (VU&ID) aan de Minister van Justitie : Uit een krantenbericht van de Financieel Economische Tijd van 30 augustus 2002 blijkt dat ongeveer 8.000 naamloze vennootschappen in BelgiŽ nog steeds niet over het wettelijk minimumkapitaal van 61.500 euro beschikken. Nochtans hebben die NV’s 5 jaar de tijd gehad om het kapitaal te verhogen. Ik zou daaromtrent dan ook de volgende vragen willen stellen:

Welke maatregel zult u nemen of zijn er genomen om de niet-reglementaire NV’s op te sporen en aan te manen zich in regel te stellen met het wettelijk minimumkapitaal?

Welke maatregelen zult u nemen om de andere verplichtingen die de vennootschappen hebben voor het beschermen van aandeelhouders, schuldeisers en andere derden te controleren, zoals onder meer het opmaken van de jaarrekening? Blijkbaar leggen heel wat vennootschappen hun jaarrekeningen niet of niet tijdig voor en dat is toch een belangrijk element van controle die derden, aandeelhouders en schuldeisers, kunnen uitoefenen op de vennootschap.

Hebt u voldoende middelen ter beschikking gesteld of zult u voldoende middelen ter beschikking stellen van de rechtbanken van koophandel en de parketten opdat deze controles op correcte en efficiŽnte wijze kunnen worden uitgeoefend?

Het antwoord van de Minister, Marc Verwilghen : Met betrekking tot de problematiek zijn er twee mogelijkheden.

De eerste mogelijkheid vindt men in artikel 111 van de wet van 13 april 1995. Daarin is bepaald dat de bestuurders aansprakelijk zijn indien het kapitaal van een naamloze vennootschap niet is aangepast aan het minimumbedrag van 2,5 miljoen Belgische frank of 61.500 euro.

De tweede mogelijkheid is artikel 182 van het wetboek van vennootschappen waar de ontbinding kan worden ingeroepen van een vennootschap die gedurende 3 opeenvolgende boekjaren niet heeft voldaan aan de verplichting om een jaarrekening op te maken.

Hoe dan ook, het is noodzakelijk om hierover overleg te hebben met het College van de procureurs-generaal. Ik heb het dan ook gevraagd om mij een overzicht te bezorgen van de actuele toestand, zodat er, zodra de problematiek in kaart is gebracht op het niveau van de verschillende arrondissementen, een eenvormig beleid op kan worden uitgestippeld. Dat is ook de bedoeling van de richtlijnen van het College van de procureurs-generaal.

In deze komt er dus vrij snel een reactie, aangezien ik voor uw vraag de vraag al had gesteld aan het College van de procureurs-generaal.