Hoofdstuk I. - Belgische verenigingen zonder winstoogmerk

 Artikel 16 anno 2007:

Met uitzondering van handgiften, behoeft elke gift onder de levenden of bij testament aan een vereniging een machtiging door de minister van Justitie of zijn vertegenwoordiger. Deze machtiging is evenwel niet vereist voor de aanneming van giften waarvan de waarde niet hoger is dan 100 000 euro.

  De gift wordt geacht te zijn gemachtigd indien de minister van Justitie of zijn vertegenwoordiger niet heeft gereageerd binnen een termijn van drie maanden te rekenen van het aan hem gerichte verzoek tot machtiging.

  De minister van Justitie bepaalt welke stukken bij het verzoek moeten worden gevoegd.

  Ingeval het door de vereniging toegezonden dossier niet volledig is, stelt de minister van Justitie of zijn vertegenwoordiger de vereniging daarvan bij aangetekende brief in kennis, met vermelding van de ontbrekende stukken. De termijn van drie maanden wordt opgeschort met ingang van de datum van die verzending tot aan de toezending van alle gevraagde stukken.

  De machtiging kan alleszins niet worden verleend indien de vereniging niet voldaan heeft aan de artikelen 3 en 9, of als zij, in schending van artikel 26novies, haar jaarrekening, vanaf haar oprichting of althans van de laatste drie boekjaren, niet ter griffie van de rechtbank van koophandel heeft neergelegd.

  Het bedrag bedoeld in het eerste lid kan worden gewijzigd bij een in ministerraad overlegd koninklijk besluit.


<W 2004-12-27/30, art. 273, 013 ; Inwerkingtreding : 20-06-2005 ; zie ook zijn art. 290>