Luik A en luik C worden ieder in 1 exemplaar neergelegd.
De notaris die een akte wijziging statuten in het Belgisch Staatsblad moet publiceren, moet dus ook voor deze publicatie een formulier neerleggen op de griffie van de rechtbank van koophandel, en daarenboven bovenstaand formulier neerleggen. Hij heeft dus twee soorten formulieren neer te leggen.
B.S. 05/02/2003, blz. 4778
Wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot
modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en
houdende diverse bepalingen
Deze wet is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 5 februari 2003.
Uitvoeringsbesluiten zullen voor elk artikel van deze wet de datum van inwerkingtreding
bepalen.
Deze wet is een realisatie van een van de doelstellingen van het e-governmentproject en
beoogt onder meer tegemoet te komen aan een vraag van de ondernemingen naar een
administratieve vereenvoudiging van hun administratieve verplichtingen en naar een
efficiëntere werking van de overheidsdiensten..
Zij voorziet onder meer in :
- de creatie van een ondernemingsregister, de « Kruispuntbank van Ondernemingen » binnen
de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O, Middenstand en Energie
- de toekenning van een uniek ondernemingsnummer (een uniek identificatienummer) aan
ondernemingen
- de integratie van lokale handelsregisters en het centraal handelsregister in de
Kruispuntbank van ondernemingen
- de oprichting van erkende ondernemingsloketten. Deze loketten zullen als aanspreekpunt
optreden tussen de ondernemingen en de overheid. De huidige "Kamers van Ambachten en
Neringen" worden afgeschaft.
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
TITEL I. - Algemene bepalingen
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2. Voor de toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt verstaan
onder :
1° « beheersdienst » : de dienst binnen de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O.,
Middenstanden Energie belast met het beheer van de Kruispuntbank van Ondernemingen;
2° « dienst » : openbare dienst, instelling, natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan
wie taken van openbare dienst of van algemeen belang zijn toevertrouwd in uitvoering van
deze wet;
3° « onderneming » : de rechtspersoon, de natuurlijke persoon en de vereniging die zich
in de Kruispuntbank van Ondernemingen moet inschrijven;
4° « handelsonderneming » : alle in artikel 4 vermelde personen die op Belgisch
grondgebied, hetzij vanuit de maatschappelijke zetel, hetzij vanuit een vestigingseenheid,
hetzij in geval van leurhandel vanuit de woonplaats, daden van koophandel uitoefenen,
zoals die worden omschreven in het Wetboek van Koophandel en die aldus vermoed worden de
hoedanigheid van « handelaar » te hebben;
5° « ambachtsonderneming » : de onderneming opgericht door een private persoon die in
België gewoonlijk krachtens een contract van huur van diensten, hoofdzakelijk materiële
prestaties levert, voor zover daarmee geen leveringen van waren of slechts toevallige
leveringen van waren gepaard gaan en aldus vermoed wordt de hoedanigheid van «
ambachtsman » te hebben;
6° « vestigingseenheid » : een plaats die men geografisch gezien kan identificeren door
een adres, waar ten minste een activiteit van de onderneming wordt uitgeoefend of van
waaruit de activiteit wordt uitgeoefend;
7° « ondernemingsloket » : instelling die erkend is in uitvoering van Titel IV van deze
wet en belast is met taken van openbare dienst of van algemeen belang bedoeld in deze wet;
8° « handelsregister » : deelverzameling van de Kruispuntbank van Ondernemingen
omvattende de gegevens van de in de Kruispuntbank van Ondernemingen geregistreerde
handels- en ambachtsondernemingen;
9° « rechtspersonenregister » : deelverzameling van de Kruispuntbank van Ondernemingen
omvattende de gegevens van de in de Kruispuntbank van Ondernemingen geregistreerde
rechtspersonen;
10° « de minister » : de minister bevoegd voor Middenstand.
TITEL II. - Kruispuntbank van Ondernemingen
HOOFDSTUK 1. - Oprichting van de Kruispuntbank van Ondernemingen
Art. 3. Binnen de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie wordt
een register opgericht, « Kruispuntbank van Ondernemingen » geheten.
Dit register en de daarmee gepaard gaande invoering van een uniek ondernemingsnummer heeft
tot doel door de realisatie van het principe van de unieke gegevensinzameling de
administratieve verplichtingen opgelegd aan ondernemingen te vereenvoudigen en de werking
van de overheidsdiensten efficiënter te organiseren.
De Kruispuntbank van Ondernemingen is belast met het opnemen, het bewaren, het beheren en
het ter beschikking stellen van de gegevens die betrekking hebben op de identificatie van
de ondernemingen overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de wettelijke of
reglementaire bepalingen die de oorspronkelijke verzameling van de in artikel 6 bedoelde
gegevens toelaten door de overheden, administraties en diensten aangewezen krachtens
artikel 7.
Art. 4. In de Kruispuntbank van Ondernemingen worden gegevens opgenomen betreffende :
1° de rechtspersonen naar Belgisch recht;
2° de rechtspersonen naar buitenlands of internationaal recht die in België beschikken
over een zetel of zich dienen te registreren in uitvoering van een door de Belgische
wetgeving opgelegde verplichting;
3° iedere natuurlijke persoon, rechtspersoon of vereniging die in België :
- hetzij een handels- of ambachtsonderneming voert;
- hetzij als werkgever aan de sociale zekerheid is onderworpen;
- hetzij aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen is;
- hetzij als zelfstandige een intellectueel, vrij of dienstverlenend beroep uitoefent;
4° evenals de vestigingseenheden van de personen bedoeld in 1°, 2° en 3°, in zoverre
de registratie van deze vestigingseenheid nodig is voor de uitvoering van de Belgische
wetgeving.
HOOFDSTUK 2. - Inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen
Art. 5. Iedere onderneming of vestigingseenheid bedoeld in artikel 4, wordt in de
Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven en verkrijgt op het ogenblik van de
inschrijving een ondernemings- of vestigingseenheidnummer. Dit nummer vormt hun uniek
identificatienummer.
Art. 6. § 1. De inschrijving die gebeurt krachtens artikel 5 omvat de volgende gegevens :
1° de naam, de benaming of de firmanaam;
2° de nauwkeurige aanduiding van de onderscheiden adressen, in voorkomend geval, van de
maatschappelijke zetel van de onderneming en van de verschillende vestigingseenheden in
België;
3° de rechtsvorm;
4° de rechtstoestand;
5° de oprichting- en stopzettingdatum van de onderneming of de vestigingseenheid;
6° de identificatiegegevens van de oprichters, mandatarissen en lasthebbers van de
onderneming;
7° de door de onderneming uitgeoefende economische activiteiten;
8° de overige basisidentificatiegegevens, die moeten verstrekt worden op het ogenblik van
de oprichting van de rechtspersoon of in toepassing van Titel III;
9° de aanduiding van de toelatingen en vergunningen waarover de onderneming beschikt of
de hoedanigheden waaronder deze gekend is bij de verschillende overheden, administraties
en diensten;
10° verwijzingen naar de bij de griffies van de rechtbanken neergelegde stukken van de
rechtspersonen en naar de jaarrekeningen en balansen neergelegd bij de Nationale Bank van
België.
§ 2. De Koning kan, na advies van het in artikel 27 bedoelde toezichtcomité en bij een
besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in § 1 opgesomde gegevens aanvullen
met andere gegevens vereist voor de identificatie van ondernemingen of van
gemeenschappelijk belang voor meerdere overheidsdiensten.
§ 3. Iedere wijziging die wordt aangebracht aan de in §§ 1 en 2 bedoelde gegevens, moet
onverwijld in de Kruispuntbank van Ondernemingen worden opgenomen met aanduiding van de
datum waarop zij in werking treedt en van de er voor verantwoordelijke dienst.
§ 4. Deze gegevens worden bewaard gedurende dertig jaar te rekenen van de dag van het
verlies van de rechtspersoonlijkheid voor de rechtspersonen, of van de definitieve
stopzetting van de activiteit voor de andere bij artikel 4 bedoelde houders van een
inschrijving.
Art. 7. Na advies van de in artikel 26 bedoelde coördinatiecommissie, wijst de Koning,
bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de overheden, administraties en
diensten aan die, betreffende de categorieën van ondernemingen die Hij aanduidt en
volgens de functionele verdeling die Hij vastlegt, belast zijn met de eenmalige inzameling
en het actualiseren van de gegevens bedoeld in artikel 6.
Bij het uitoefenen van deze taak zijn de overheden, administraties en diensten onderworpen
aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die de oorspronkelijke verzameling van de in
artikel 6 bedoelde gegevens toelaten.
Art. 8. Voor de uitvoering van hun opdrachten zoals omschreven in deze wet en zijn
uitvoeringsbesluiten, hebben de Kruispuntbank van Ondernemingen en de overheden,
administraties en diensten bedoeld bij artikel 7, eerste lid :
1° toegang tot het Rijksregister van de natuurlijke personen, ingesteld door de wet van 8
augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van natuurlijke personen;
2° het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken.
Art. 9. De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de
modaliteiten en de aard van de inschrijvingen en de wijzigingen vast, die rechtstreeks op
een elektronisch beveiligde wijze door de ondernemingen, bedoeld in artikel 4, mogen
worden meegedeeld aan de Kruispuntbank van Ondernemingen.
HOOFDSTUK 3. - Toekenning en gebruik
van het ondernemings- en vestigingseenheidnummer
van de Kruispuntbank van Ondernemingen
Art. 10. Het ondernemingsnummer en het vestigingseenheidnummer toegekend op het ogenblik
van de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen worden onmiddellijk na de
toekenning medegedeeld aan de onderneming door de krachtens artikel 7, eerste lid,
aangewezen overheden, administraties en diensten.
De Koning bepaalt de toekenningregels, de wijze van afleveren en de samenstelling van het
ondernemings- en vestigingseenheidnummer.
Art. 11. Het gebruik van het ondernemingsnummer is verplicht in de betrekkingen die de
ondernemingen hebben met de administratieve en rechterlijke overheden, evenals in de
betrekkingen die deze laatste onderling hebben.
De krachtens artikel 7, eerste lid, aangewezen overheden, administraties en diensten
nemen, teneinde de unieke gegevensinzameling mogelijk te maken, de nodige maatregelen
opdat het ondernemings- en vestigingseenheidnummer een sleutel vormt die toegang geeft tot
zowel de gegevens die opgenomen zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen, als tot de
gegevens die zijn opgenomen in de door hen beheerde repertoria en geautomatiseerde
bestanden, onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen die de toegang tot deze
gegevens regelen.
Art. 12. Wat de handels- en ambachtsondernemingen betreft, doet het toegekende
ondernemingsnummer respectievelijk dienst als handelsregisternummer of als
inschrijvingsnummer als ambachtsman.
Art. 13. Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, brieven, orders en andere
stukken uitgaande van handels- en ambachtsondernemingen dienen steeds het
ondernemingsnummer te vermelden.
Deze documenten moeten eveneens de domiciliëring en het nummer vermelden van ten minste
één rekening waarvan de onderneming houdster is bij een in België gevestigde
kredietinstelling die geen gemeentelijke spaarkas is en waarop de wet van 22 maart 1993 op
het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen van toepassing is.
De voor de uitoefening van een handels- of ambachtswerkzaamheid gebruikte gebouwen en
marktkramen, evenals de vervoermiddelen, die hoofdzakelijk voor deze werkzaamheden worden
gebruikt, dragen op zichtbare wijze de in het eerste lid vermelde aanduidingen.
Art. 14. Elk op verzoek van een handels- of ambachtsonderneming betekend
deurwaardersexploot vermeldt steeds net ondernemingsnummer.
Bij gebreke aan vermelding van het ondernemingsemmer op het deurwaardersexploot, verleent
de rechtbank uitstel aan de handels- of ambachtsonderneming om haar inschrijving in de
Kruispuntbank van Ondernemingen op de datum van het inleiden van de vordering te bewijzen.
Indien de handels- of ambachtsonderneming haar inschrijving in deze hoedanigheid in de
Kruispuntbank van Ondernemingen op de datum van het inleiden van haar vordering niet
bewijst binnen de door de rechtbank gestelde termijn of indien blijkt dat de onderneming
niet ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen, verklaart de rechtbank de
vordering van ambtswege onontvankelijk.
Indien de handels- of ambachtsonderneming wel in deze hoedanigheid is ingeschreven in de
Kruispuntbank van Ondernemingen, maar haar vordering gebaseerd is op een activiteit
waarvoor de onderneming op de datum van de inleiding van de vordering niet is ingeschreven
of die giet valt onder het maatschappelijk doel waarvoor de onderneming op deze datum is
ingeschreven, is de vordering van die onderneming eveneens onontvankelijk. De
onontvankelijkheid is evenwel gedekt, indien de onontvankelijkheid niet voor elke andere
exceptie of verweermiddel wordt ingeroepen.
Art. 15. Door de akten van rechtspleging, die krachtens artikel 14 onontvankelijk worden
verklaard, worden de verjaring, alsmede de op straffe van nietigheid bepaalde
rechtsplegingstermijnen gestuit.
Art. 16. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de
verplichtingen bedoeld in de artikelen 13 en 14, uitbreiden tot andere categorieën van
ondernemingen die in de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn opgenomen.
HOOFDSTUK 4. - Toegang en gebruik van de gegevens
opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen
Art. 17. Volgende gegevens, opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen, zijn gelet op
hun aard, raadpleegbaar zonder voorafgaande machtiging :
1° de door de Kruispuntbank van Ondernemingen toegekende ondernemings- en
vestigingseenheidnummers;
2° alle gegevens die moeten worden bekendgemaakt in uitvoering van :
- het Wetboek van vennootschappen;
- de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de
internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;
- de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van de
Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van de Europese
economische samenwerkingsverbanden;
- de faillissementswet van 8 augustus 1997;
- de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen;
3° de gegevens die door handels- of ambachtsondernemingen moeten worden medegedeeld in
uitvoering van artikel 37;
4° de gegevens vereist om na te gaan of een onderneming al dan niet aan de
BTW-verplichtingen is onderworpen;
5° de bijzondere erkenningen of toelatingen waarover een onderneming beschikt, van zodra
deze het voorwerp uitmaken van een verplichte bekendmaking.
Art. 18. § 1. De Koning stelt, op advies van de coördinatiecommissie en van het
toezichtcomité, bedoeld in de artikelen 26 en 27, de nadere regelen voor de toegang tot
de Kruispuntbank van Ondernemingen vast.
§ 2. De toegang tot andere gegevens dan deze opgesomd in artikel 17 vereist een
voorafgaande machtiging van het toezichtcomité.
Vooraleer haar machtiging te geven, gaat het toezichtcomité na of deze toegang geschiedt
in overeenstemming met deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
Deze machtiging kan toegestaan worden :
- aan overheden, administraties en diensten in de mate dat zij die gegevens nodig hebben
voor het vervullen van hun opdrachten en wettelijke of reglementaire verplichtingen;
- aan andere instanties in de mate dat deze gegevens beantwoorden aan een welbepaald,
uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigd doeleinde, dat zwaarder doorweegt dan het
belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de onderneming waarop de gegevens
betrekking hebben.
§ 3. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na
advies van het toezichtcomité, in welke gevallen geen machtiging vereist is.
§ 4. Ieder type uitwisseling tussen overheidsdiensten, op basis van het ondernemings- of
vestigingseenheidnummer, van andere gegevens dan deze opgenomen in de Kruispuntbank van
Ondernemingen moet vooraf gemeld worden aan het toezichtcomité, dat deze meldingen
registreert in een kadaster, dat door iedereen kan geraadpleegd worden.
De Koning bepaalt, na advies van het toezichtcomité, de modaliteiten met betrekking tot
deze melding, het Kadaster en de raadpleging.
Art. 19. Iedere onderneming heeft recht op mededeling van de hem betreffende gegevens die
opgenomen zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Indien blijkt dat de medegedeelde
gegevens overeenkomstig de ter zake geldende wetgeving onnauwkeurig, onvolledig of onjuist
zijn, kan de houder van een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen de
verbetering van deze gegevens vragen op de wijze en binnen de termijnen vastgesteld door
de Koning.
Art. 20. De Koning bepaalt, na advies van het toezichtcomité, welke in artikel 17
opgesomde gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen, gelet op hun openbaar karakter,
vrij mogen worden gecommercialiseerd en onder welke voorwaarden en waarborgen.
Enkel de beheersdienst mag deze basisgegevens aan ondernemingen verstrekken.
Art. 21. § 1. Onverminderd artikel 20 kan eenieder bij een ondernemingsloket inzage nemen
van de gegevens van het handelsregister betreffende een bepaalde handels of
ambachtsonderneming en zich volledige of gedeeltelijke afschriften dan wel uittreksels van
het register doen afgeven op de wijze bepaald door de Koning.
§ 2. De afschriften of uittreksels van het handelsregister worden voor eensluidend
gewaarmerkt, tenzij de aanvrager afstand doet van dit vormvoorschrift.
§ 3. De afschriften of uittreksels vermelden niet de inhoud van rechterlijke beslissingen
die betrekking hebben op :
1° een faillissement en één van de veroordelingen bepaald in de artikelen 486, 489bis
en 489ter van het Strafwetboek, in geval van rehabilitatie;
2° een gerechtelijk akkoord na de tenuitvoerlegging van het gerechtelijk akkoord;
3° onbekwaamverklaring of benoeming van een gerechtelijk raadsman, wanneer een vonnis van
opheffing is gewezen;
4° de in artikel 62 bedoelde veroordelingen.
HOOFDSTUK 5. - Realisatie van het principe
van de unieke gegevensinzameling
Art. 22. Overheden, administraties en diensten die gemachtigd zijn de gegevens van de
Kruispuntbank van Ondernemingen te raadplegen, mogen deze gegevens niet meer opnieuw
rechtstreeks opvragen bij de ondernemingen bedoeld in artikel 4 of bij de lasthebbers van
deze laatste.
Eens een gegeven is medegedeeld aan en opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen
kunnen de diensten die gemachtigd zijn de gegevens van de Kruispuntbank Ondernemingen te
raadplegen, het niet rechtstreeks meedelen ervan niet langer ten laste leggen aan
betrokkene.
HOOFDSTUK 6. - Verplichtingen van de griffies van de rechtbanken
Art. 23. § 1. De griffier van de rechtbank die ze heeft uitgesproken, stelt de
Kruispuntbank van Ondernemingen in kennis van de inhoud van de vonnissen of arresten :
1° tot het onbekwaam verklaren of het onder gerechtelijk raadsman stellen van een
natuurlijk persoon-handelaar of tot het opheffen van deze maatregelen;
2° tot ontneming of teruggave van de beheersbevoegdheden of een deel ervan aan een
echtgenoot natuurlijk persoon-handelaar die onder gemeenschap van goederen is gehuwd;
3° tot uitspraak van scheiding van goederen ten aanzien van echtgenoten van wie één een
natuurlijk persoon-handelaar is;
4° tot homologatie van de akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel van
echtgenoten van wie één een natuurlijk persoon-handelaar is;
5° tot verklaring van afwezigheid van een natuurlijk persoon-handelaar;
6° tot aanwijzing van een voorlopig bewindvoerder over een handels- of
ambachtsonderneming of een opheffing van deze maatregel;
7° geldende als verklaring van afstand of van opheffing van een handels- of
ambachtsonderneming;
8° tot aanwijzing van een sekwester over de goederen van een onderneming;
9° die aan een onderneming verbod opleggen tot het uitoefenen van haar activiteit;
10° tot verbod een werkzaamheid of een functie uitte oefenen overeenkomstig de artikelen
1, 1bis, 2 en 3bis van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het
rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten,
beroepen of werkzaamheden uit te oefenen of waarbij aan de rechtbanken van koophandel de
bevoegdheid wordt toegekend om dergelijk verbod uit te spreken;
11° waarbij beslist wordt dat een onderneming geen daden van bestuur of van beheer kan
stellen zonder machtiging van de commissaris inzake opschorting of waarbij deze beslissing
wordt gewijzigd;
12° tot faillietverklaring, tot uitspraak van de opheffing van het faillissement, tot
uitspraak van de sluiting van de faillissementsverrichting, tot vaststelling van de
verschoonbaarheid of onverschoonbaarheid van de gefailleerde en tot verklaring van
rehabilitatie ten aanzien van de gefailleerde;
13° tot veroordeling wegens de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 489, 489bis en
489ter van het Strafwetboek;
14° tot afwijzing, als zijnde onontvankelijk of ongegrond, van een verzoek om een
gerechtelijk akkoord, waarbij een voorlopige opschorting wordt verleend, verlengd of
beëindigd;
15° tot goedkeuring, afwijzing, wijziging of herroeping van een herstel- of
betalingsplan;
16° waarbij ontbinding, vereffening of nietigverklaring van de rechtspersoon wordt
uitgesproken;
17° tot veroordeling wegens de bij de artikel 62 bedoelde misdrijven;
18° waarbij wordt vastgesteld dat niet meer voldaan is aan de krachtens de bijzondere
wetten en reglementen gestelde voorwaarden voor de uitoefening van de activiteiten van een
onderneming;
19° waarbij aan een echtgenoot verboden wordt een werkzaamheid uit te oefenen waarvoor
een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen vereist is.
§ 2. De griffier stelt de Kruispuntbank van Ondernemingen in kennis van elk mogelijk
verzet of beroep tegen een in § 1 bedoeld gewezen vonnis.
§ 3. De griffier van de rechtbank die ze heeft uitgesproken stelt de Kruispuntbank van
Ondernemingen in kennis van de rechterlijke beslissingen waarbij een in § 1 bedoeld
vonnis of arrest wordt vernietigd of waarbij eerherstel wordt verleend na een dergelijk
vonnis of arrest.
§ 4. Alle kennisgevingen en mededelingen, waarvan sprake in de voorgaande paragrafen,
geschieden op de wijze door de Koning bepaald.
HOOFDSTUK 7. - Ambtshalve inschrijving,
wijziging of doorhaling van gegevens
Art. 24. § 1. Alle belanghebbenden, zowel natuurlijke personen als rechtspersonen, kunnen
bij de beheersdienst de verbetering van elke onjuiste vermelding in een inschrijving of
wijziging in de Kruispuntbank van Ondernemingen vragen alsook de doorhaling van de in
strijd met deze wet of haar uitvoeringsbesluiten aanvaarde inschrijvingen of wijzigingen.
§ 2. Alle diensten, die toegang hebben tot de gegevens van de Kruispuntbank van
Ondernemingen zijn gehouden, van zodra zij hetzij foutieve of het ontbreken van gegevens
vaststellen in de Kruispuntbank van Ondernemingen, hetzij vaststellen dat een
inschrijving, wijziging of doorhaling niet is gebeurd, dit te melden aan de beheersdienst.
§ 3. De beheersdienst is bevoegd tot het ambtshalve inschrijven van een onderneming,
wijzigen of doorhalen van gegevens van ondernemingen in de Kruispuntbank van
Ondernemingen, indien deze inschrijvingen, wijzigingen of doorhalingen niet door de
onderneming zelf werd aangegeven binnen de voorgeschreven termijn via de daartoe
aangewezen dienst.
Art. 25. § 1. Volgens de aard van de vaststelling, meldt de beheersdienst de gegevens
bedoeld in artikel 24, § 3, aan de dienst die in toepassing van artikel 7, eerste lid,
werd aangeduid als bron van het betrokken gegeven, of gaat zij over tot ambtshalve
wijziging indien het gegevens betreft waarvoor de Kruispuntbank van Ondernemingen zelf als
bron werd aangeduid.
§ 2. Voorafgaandelijk aan de ambtshalve inschrijving, wijziging of doorhaling, maakt de
beheersdienst zijn voornemen door middel van een ter post aangetekend schrijven bekend aan
de betrokken onderneming of aan haar rechtsopvolgers, met aanduiding van de dienst waarbij
de inschrijving, wijziging of doorhaling moet geregistreerd worden.
Betrokkenen beschikken over een periode van dertig dagen na de verzending van het
aangetekend schrijven om vrijwillig bij de in het aangetekend schrijven aangeduide dienst
over te gaan tot de gevraagde inschrijving, wijziging of doorhaling.
Laat betrokkene na binnen de gestelde termijn over te gaan tot de gevraagde inschrijving,
wijziging of doorhaling dan wordt door de beheersdienst op het ogenblik van de ambtshalve
invoer van de betreffende gegevens, naast het eventueel in toepassing van deze wet
verschuldigd inschrijvingsgeld, een administratieve geldboete opgelegd ten bedrage van
maximum 500 euro.
HOOFDSTUK 8. - Bijzondere bepalingen
omtrent de werking van de Kruispuntbank van Ondernemingen
Art. 26. Er wordt bij de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie
een coördinatiecommissie opgericht, voorgezeten dooreen vertegenwoordiger van de Eerste
minister. De coördinatiecommissie verstrekt advies overeenkomstig de artikelen 7, 18, §
1, en 73.
Deze adviezen worden overgemaakt aan het begeleidingscomité, opgericht bij de
beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen, dat belast is met de begeleiding van
de werking van de Kruispuntbank voor ondernemingen.
De Koning bepaalt bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de samenstelling
en de werkingsmodaliteiten van de coördinatiecommissie en het begeleidingscomité.
Art. 27. Binnen de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt een
sectoraal comité voor de Kruispuntbank van Ondernemingen, « Toezichtscomité genaamd »
opgericht, dat belast is met de afgifte van Je machtiging bedoeld in artikel 18, § 2.
Het comité verstrekt tevens de adviezen bedoeld in de artikelen 6, § 2, 18, § 1, en 20,
binnen dertig dagen na de aanhangigmaking door de beheersdienst. Bij ontstentenis van
advies binnen de voorgeschreven termijn, wordt het advies geacht het voorstel te volgen
dat de beheersdienst in de adviesaanvraag had geformuleerd.
Dat sectoraal comité is samengesteld uit drie leden van de Commissie, van wie de
voorzitter of een ander, door de Commissie in die hoedanigheid aangewezen lid, dat het
comité voorzit, alsmede uit drie externe leden aangewezen door de Kamer van
volksvertegenwoordigers overeenkomstig de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na
overleg in de Ministerraad, bepaalde voorwaarden en nadere regels. Bij staking van stemmen
beslist de stem van de voorzitter.
De werkingsregels van dat sectoraal comité worden, zonder afbreuk te doen aan deze wet,
bepaald in of krachtens de wet. Die regels bekrachtigen het recht van de voorzitter van
het sectoraal comité om een aan dat comité voorgelegd dossier voor de Commissie zelf te
brengen en de beslissing van het comité zo nodig te herzien.
Art. 28. In afwachting van de installatie en de benoeming van de leden van het
Toezichtscomité, is de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer
belast met de opdrachten die aan het Toezichtscomité worden toebedeeld krachtens deze
wet. De termijn van 30 dagen voorzien om een advies te verlenen en bepaald door artikel 27
wordt beperkt tot 20 dagen voor wat betreft de besluiten die prioritair nodig zijn in het
raam van de opstartfase van de Kruispuntbank voor Ondernemingen.
Art. 29. De personen die bij het uitoefenen van hun functies tussenkomen in het opnemen,
het bewaren, het beheren en het ter inzage stellen van de gegevens bedoeld in artikel 6,
zijn gehouden aan het beroepsgeheim.
Zij nemen alle nodige voorzorgsmaatregelen om de veiligheid van de opgenomen gegevens te
verzekeren en met name te beletten dat deze gegevens vervormd of beschadigd worden, of
meegedeeld worden aan persoren die geen machtiging hebben om er kennis van te nemen.
Zij waken over de rechtmatigheid van de mededeling van de gegevens.
Art. 30. De Koning wijst, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de
personen aan die in oorlogstijd, in omstandigheden daarmee gelijkgesteld krachtens artikel
7 van de wet van 12 mei 1927 op de militaire opeisingen of tijdens de bezetting van het
grondgebied door de vijand, belast worden met de vernietiging van de gegevensbanken van de
Kruispuntbank van Ondernemingen.
De Koning stelt de voorwaarden en de modaliteiten van deze vernietiging vast.
Art. 31. De kosten voor de werking en het gebruik van de Kruispuntbank van Ondernemingen
worden gedragen door een krediet ingeschreven op de begroting van de Federale
Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
De Koning kan een vergoeding vaststellen voor het gebruik van de Kruispuntbank van
Ondernemingen door diensten die geen opdrachten uitvoeren voor de federale overheid. In
voorkomend geval bepaalt Hij per categorie van gebruikers en voorwerp van de aanvraag, het
bedrag van de vergoeding.
Art. 32. Artikel 66 van de wet van 2 mei 2002 tot wijziging van de wet van 27 juni 1921
betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder
winstoogmerk en de stichtingen, wordt vervangen door de volgende bepaling :
« De Koning bepaalt voor elk artikel van deze wet de datum waarop het in werking treedt.
»
TITEL III. - Inschrijving van handelsondernemingen
en ambachtsondernemingen
HOOFDSTUK 1. - Verplichting tot inschrijving
Art. 33. § 1. Alle handels- en ambachtsondernemingen zijn verplicht om zich vóór de
aanvang van hun activiteiten in deze hoedanigheid te laten inschrijven in de Kruispuntbank
van Ondernemingen bij een ondernemingsloket naar keuze.
Deze verplichting is zowel van toepassing op het ogenblik van de oprichting van de
onderneming als bij de opening van een nieuwe vestigingseenheid.
§ 2. Deze inschrijving vormt, behoudens tegenbewijs, een vermoeden van de hoedanigheid
van koopman of ambachtsman, naargelang de aard van de inschrijving.
§ 3. In afwijking van § 1, behoeven de vennoten onder firma en de werkende vennoten,
ofschoon zij handelaars zijn, niet afzonderlijk in de Kruispuntbank van Ondernemingen te
worden ingeschreven.
Art. 34. De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het
bedrag vast van het inschrijvingsrecht voor de Kruispuntbank van Ondernemingen als
handels- of ambachtsonderneming.
Hij kan hierbij een onderscheid maken op basis van de juridische aard van de onderneming.
De aldus vastgestelde bedragen kunnen op 1 januari worden aangepast aan de procentuele
verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen indien het
geïndexeerde bedrag minstens 10 euro hoger is dan het van toepassing zijnde bedrag. Het
bedrag van de verhoging wordt naar beneden toe afgerond op het veelvoud van 10 euro.
HOOFDSTUK 2. - Verplichting tot wijziging
Art. 35. § 1. Niettegenstaande de bepalingen van § 2, moeten de ondernemingen die
voornemens zijn een andere handels- of ambachtsactiviteit uit te oefenen dan deze waarvoor
zij werden ingeschreven, vooraf om een wijziging van hun inschrijving in de Kruispuntbank
van Ondernemingen verzoeken. Deze verplichting geldt op dezelfde wijze voor de handels- en
ambachtsondernemingen die voornemens zijn in België een nieuwe vestigingseenheid op te
richten.
Wanneer de uitoefening van een nieuwe handels- of ambachtswerkzaamheid voortvloeit uit een
overdracht van de bedrijvigheid van een onderneming, om niet of onder bezwarende titel,
onder levenden of ingevolge overlijden, dan moeten deze ondernemingen, in afwijking van §
1, binnen een termijn van één maand na de overdracht of de aanvaarding van de
nalatenschap tot wijziging overgaan.
§ 2. Binnen een termijn van één maand vanaf de verandering in hun toestand moeten de
handels- en ambachtsondernemingen verzoeken om een wijziging van hun inschrijving in de
Kruispuntbank van Ondernemingen indien één van de vermeldingen van de inschrijving, door
de Koning bepaald overeenkomstig artikel 37, niet meer overeenstemt met de werkelijke
toestand.
HOOFDSTUK 3. - Verplichting tot doorhaling
Art. 36. In geval van beëindiging van alle activiteiten of sluiting van één van de
vestigingseenheden, moeten de handels- of ambachtsonderneming of haar rechtsopvolgers,
binnen één maand na de beëindiging, om de doorhaling van de inschrijving verzoeken.
Wanneer de in het eerste lid vermelde beëindiging voortvloeit uit een overdracht van de
bedrijvigheid van een onderneming, om niet of onder bezwarende titel, onder levenden of
ingevolge overlijden, dan moet de doorhaling gebeuren binnen een termijn van één maand
na de overdracht of de aanvaarding van de nalatenschap.
HOOFDSTUK 4. - Gemeenschappelijke bepalingen aan de inschrijving, wijziging of doorhaling
Art. 37. Het verzoek tot inschrijving, wijziging of doorhaling moet gebeuren door de
onderneming zelf, dit wil zeggen door de inschrijvingsplichtige natuurlijke personen
respectievelijk de daartoe bevoegde vertegenwoordigers van de inschrijvingsplichtige
handels- of ambachtsonderneming.
Het verzoek geschiedt op de door de Koning vastgestelde wijze.
De Koning bepaalt de vermeldingen die het verzoek tot inschrijving, wijziging of
doorhaling moet bevatten.
Art. 38. De ondernemingsloketten moeten onverwijld de inschrijving, wijziging of
doorhaling doen, die hen worden gevraagd.
Art. 39. De ondernemingsloketten dienen elk verzoek tot inschrijving, wijziging of
doorhaling te weigeren en de redenen voor die weigering te rechtvaardigen :
1° indien zij vaststellen dat het verzoek afkomstig is van iemand die daartoe niet
verplicht of bevoegd is;
2° bij verzuim van één van de stukken of vermeldingen die het verzoek dient te bevatten
overeenkomstig artikel 37 en haar uitvoeringsbesluiten;
3° indien niet voldaan is aan de door deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten, of krachtens
andere wetten, opgelegde voorafgaandelijke inschrijvingsvoorwaarden, waarvan de controle
is toevertrouwd aan deze loketten.
Art. 40. § 1. De weigering van de inschrijving, wijziging of doorhaling in de
Kruispuntbank van Ondernemingen wordt geacht definitief te zijn, tenzij de aanvrager een
nieuwe aanvraag indient die wel voldoet aan de gestelde voorwaarden, of een beroep indient
tegen de beslissing van het ondernemingsloket bij de vestigingsraad binnen de 30 werkdagen
volgend op de datum van weigering van inschrijving.
§ 2. De loketten delen de beslissingen tot weigering nee aan de Kruispuntbank van
Ondernemingen.
Art. 41. Een ondernemingsloket verstrekt de onderneming, op de wijze door de Koning
bepaald, op haar eerste verzoek een afschrift van het verzoek tot inschrijving, wijziging
of doorhaling met vermelding van de datum waarop deze handeling in de Kruispuntbank van
Ondernemingen is geschied.
TITEL IV. - Inrichting van de ondernemingsloketten
HOOFDSTUK 1. - Ondernemingsloketten
Afdeling 1. - Instelling en taken ondernemingsloketten
Art. 42. Niemand mag, zonder de voorafgaandelijke en schriftelijke erkenning van de
minister de activiteit van ondernemingsloket uitoefenen.
Art. 43. Onverminderd de taken die hen opgedragen worden door of in uitvoering van deze
wet of andere wetten, hebben de ondernemingsloketten als taak :
1° de ondernemingen in de Kruispuntbank van Ondernemingen inschrijven;
2° in de door de Koning bepaalde gevallen de voorwaarden nagaan waaraan de handels- en
ambachtsondernemingen moeten voldoen krachtens de bijzondere wetten en reglementen voor de
uitoefening van de voorgenomen activiteiten van de handels- of ambachtsonderneming;
3° het verrichten van administratieve formaliteiten ten aanzien van alle federale
administraties volgens de modaliteiten bepaald door de Koning, bij besluit vastgesteld na
overleg in de Ministerraad;
4° de toegang tot de gegevens opgenomen in het handelsregister waarborgen, onder de door
de Koning bepaalde voorwaarden;
5° het ontvangen voor rekening van de Schatkist van het inschrijvingsrecht vastgesteld in
uitvoering van artikel 34 en van alle andere door de Koning bepaalde publicatiekosten,
inschrijvingsrechten, registratierechten of zegelrechten;
6° het bewaren van de archieven volgens de modaliteiten vastgesteld door de Koning.
Bijkomend kunnen ondernemingsloketten aan startende en andere ondernemingen adviserende en
begeleidende diensten verlenen met uitzondering van de diensten die bij wet exclusief
voorbehouden zijn voor bepaalde vrije, dienstverlenende en intellectuele beroepen uit de
economische sector.
Art. 44. § 1. De ondernemingsloketten dienen de inschrijvingsdossiers van
handelsondernemingen, waarvoor ze in uitvoering van artikel 43, 2°, niet gemachtigd zijn
zelf te beslissen omtrent de inschrijving, voorafgaandelijk voor te leggen aan de hiertoe
aangewezen dienst van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en
Energie.
§ 2. Deze dienst onderzoekt of, enerzijds voor inschrijving in het handelsregister en
anderzijds voor de toegang tot de gewenste professionele activiteit, de vereiste
voorwaarden zijn vervuld. Zodra alle documenten die toelaten het dossier van de handels-
of ambachtsonderneming te onderzoeken, aangekomen zijn, brengt hij de onderneming en het
ondernemingsloket op de hoogte van de volledigheid van het dossier. Hij verleent een
schriftelijk en gemotiveerd advies binnen een termijn van 15 dagen volgend op de
betekening van de volledigheid van het dossier.
§ 3. Bij gebreke aan een schriftelijk en gemotiveerd advies binnen een termijn van
vijftien dagen volgend op de betekening van de volledig verklaring van het dossier wordt
het advies geacht positief te zijn.
Afdeling 2. - Erkenningsvoorwaarden voor de ondernemingsloketten
Art. 45. Om erkend te worden dienen de ondernemingsloketten :
1° de vorm aan te nemen van een vereniging zonder winstoogmerk, overeenkomstig de wet van
27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale
verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;
2° opgericht te zijn op initiatief van :
- een representatieve werkgevers- of zelfstandigenorganisatie, die vertegenwoordigd is in
of erkend is door de Hoge Raad voor de Middenstand en de K.M.O., de Centrale Raad voor het
Bedrijfsleven, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), de Conseil Economique et
Social de la Région Wallonne (CESRW), de Economische en Sociale Raad voor het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest (ESRBHG) of een paritair comité opgericht in toepassing van de wet
van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire
comités;
- een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen, erkend in uitvoering van het
koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der
zelfstandigen, of een sociaal secretariaat voor werkgevers, erkend in uitvoering van het
koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot
herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke
zekerheid der arbeiders;
- de kamers erkend door de Federatie der Kamers voor handel en nijverheid van België;
- een samenwerkingsverband tussen verschillende van de hierboven vermelde organisaties;
3° in de statuten als doelstelling op te nemen, de uitvoering van de taken van
ondernemingsloket in de zin van deze wet;
4° over de nodige uitrusting te beschikken om haar taken efficiënt uit te voeren : het
ondernemingsloket dient te beschikken over een aangepaste informaticastructuur, een
administratief en boekhoudkundig secretariaat, controle- en beveiligingsmechanismen voor
de informaticastructuur, aangepaste interne controleprocedures teneinde te voldoen aan
haarverplichtingen;
5° niet in staat van vereffening verkeren, noch het voorwerp uitmaken van een procedure
tot vereffening of tot staking van haar werkzaamheden;
6° in orde te zijn met de verplichtingen inzake de betaling van
socialezekerheidsbijdragen en met haar verplichtingen inzake de betaling van belastingen
en taksen overeenkomstig de Belgische wetgeving;
7° over een voldoende eigen private financiële en economische draagkracht te beschikken
om haar taken, omschreven in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, uit te voeren;
8° de noodzakelijke beroepsbekwaamheid bewijzen om de opdrachten, voorzien in deze wet,
uit te voeren en de ondernemingen te adviseren en bij te staan. De ministers bevoegd voor
Middenstand en Economie bepalen de bewijsmodaliteiten van deze beroepsbekwaamheid;
9° een verzekering met betrekking tot de beroepsaansprakelijkheid afsluiten;
10° binnen de twee jaar na hun erkenning jaarlijks minstens 2 000 inschrijvingen van
ondernemingen of vestigingseenheden of wijzigingen realiseren.
Art. 46. § 1. De aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij de minister door middel van
een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs.
§ 2. De aanvraag moet vergezeld zijn van een bedrijfsplan en van alle documenten vereist
door de erkenningsvoorwaarden.
In het bedrijfsplan dient duidelijk te worden aangegeven op welke manier de activiteit als
ondernemingsloket zal gefinancierd worden, hoe zal voorzien worden in de vereiste
beroepsbekwaamheid en welke geografische zone het ondernemingsloket wil bestrijken. Deze
voorwaarden zijn eveneens vereist voor elke vestigingseenheid van het loket.
§ 3. De openbare instellingen kunnen als gemachtigde optreden in naam van hun cliënten
bij een ondernemingsloket.
§ 4. De minister kan overgaan tot de erkenning van een ondernemingsloket georganiseerd
door een vereniging onder winstoogmerk, hoofdzakelijk of uitsluitend gefinancierd met
openbare middelen en die informatie-, begeleidings- of adviesactiviteiten uitoefent voor
onderneningsoprichters als blijkt dat in een zone die door de Europese of regionale
overheid geografisch bepaald wordt als eer zone die in aanmerking moet komen voor
positieve discriminatie, geen actief ondernemingsloket bestaat.
Bij de toepassing van het voorafgaande lid zijn de erkenningsvoorwaarden voorzien in
artikel 45, 2° en 10°, niet van toepassing.
Art. 47. § 1. De minister beschikt over een termijn van één maand vanaf het versturen
van de aanvraag om het dossier volledig te verklaren.
§ 2. Indien het dossier onvolledig werd bevonden, deelt de minister, binnen dezelfde
termijn van één maand, de aanvrager mee dat het dossier niet volledig werd bevonden met
vermelding van de ontbrekende informatie.
De aanvrager beschikt over een termijn van één maand om per aangetekend schrijven de
ontbrekende informatie te bezorgen aan de minister. Bij ontstentenis hiervan vervalt de
aanvraag.
De minister verklaart het dossier volledig binnen de maand na het versturen van de
aanvullende informatie.
§ 3. Bij ontstentenis van de betekening binnen een maand na het verzenden van de aanvraag
of het versturen van de bijkomende informatie wordt het dossier als volledig beschouwd.
Art. 48. De erkenning wordt toegekend of geweigerd door de minister binnen een termijn van
drie maanden na de betekening van de volledigheid van de erkenningsaanvraag. Deze
beslissing wordt de aanvrager betekend per aangetekend schrijven.
Art. 49. De aanvrager heeft de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag in te dienen indien de
redenen voor de weigering niet langer bestaan.
Art. 50. § 1. De erkenning geldt voor een periode van vijf jaar en is hernieuwbaar.
§ 2. De minister wordt belast met de bekendmaking van de lijst van erkende
ondernemingsloketten en publiceert hiertoe ieder jaar vóór 31 maart de lijst van de
erende ondernemingsloketten en hun eventuele vestigingseenheden.
Art. 51. De aanvraag om de erkenning van het ondernemingsloket te vernieuwen wordt zes
maanden voor het verstrijken van de periode waarvoor de vorige erkenning vereend werd,
gericht aan de minister.
Het ondernemingsloket blijft erkend tot de minister zich uitgesproken heeft over de
aanvraag tot vernieuwing.
Art. 52. Elke wijziging van de gegevens verstrekt op het ogenblik van de
erkenningsaanvraag moet binnen de maand worden meegedeeld aan de minister. Deze mededeling
omschrijft en motiveert de wijziging.
Art. 53. De minister kan, overeenkomstig de modaliteiten vastgesteld door de Koning,
ambtshalve beslissen de erkenning te schorsen of in te trekken wanneer de bepalingen van
deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of de erkenningsvoorwaarden niet gerespecteerd worden.
Afdeling 3. - Verplichtingen van de ondernemingsloketten
Art. 54. De ondernemingsloketten moeten de continuïteit van de uitvoering van de taken
voorzien in artikel 43 in de tijd verzekeren.
De Koning kan de nadere regels vastleggen voor de door de ondernemingsloketten te leveren
waarborgen om de continuïteit van de dienstverlening in de tijd te verzekeren.
Art. 55. De ondernemingsloketten zijn gehouden tot een kwalitatieve dienstverlening bij de
uitvoering van hun taken en dienen daarbij de kwaliteitsnormen te respecteren vastgelegd
in uitvoering van deze wet of van andere wetten.
Art. 56. De ondernemingsloketten moeten aan de overheden, de administraties en de
diensten, met inbegrip van de parketten, de griffies van de hoven en van alle
rechtscolleges, de leden van de rechterlijke machten de daartoe gemachtigde ambtenaren van
de ministeries, alsook de besturen van de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de
agglomeraties en de federaties van gemeenten en de gemeenten, en andere instellingen of
organisaties aangeduid door de Koning, wanneer zij daartoe door hen wordt aangezocht,
onverwijld en kosteloos, op de wijze door de Koning bepaald, alle in hun bezit zijnde
inlichtingen verstrekken, inzage verlenen van alle in hun bezit zijnde documenten en
stukken en deze instanties bovendien de afschriften of uittreksels te verstrekken, welke
zij nodig achten.
Afdeling 4. - Vergoeding van de ondernemingsloketten
Art. 57. § 1. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de
Ministerraad, het percentage dat door de ondernemingsloketten mag worden ingehouden ter
vergoeding van hun tussenkomst op de in toepassing van de artikelen 34 of 43, 5°, door
hen geïnde inschrijvings-, registratie-, publicatie- of zegelrechten.
§ 2. Voor hun bijkomende diensten voor de ondernemingen, bedoeld in artikel 43, tweede
lid, kunnen de ondernemingsloketten een eigen prijszetting bepalen per prestatie of
forfaitair op jaarbasis.
HOOFDSTUK 2. - Toezichten controle op de ondernemingsloketten
Art. 58. De Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie wordt belast
met de controle en het toezicht op de ondernemingsloketten.
Art. 59. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke
politie, zijn de ambtenaren, benoemd door de minister belast met de controle en het
toezicht op de ondernemingsloketten.
§ 2. In de uitoefening van hun ambt mogen de in § 1 vermelde ambtenaren :
1° binnentreden gedurende de normale openings- en werkuren in de lokalen die door de
ondernemingsloketten gebruikt worden;
2° op basis van ernstige aanwijzingen overgaan tot onderzoeken, controles en verhoren en
het verzamelen van alle inlichtingen die noodzakelijk zijn om na te gaan of de bepalingen
van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden nageleefd;
3° het ondervragen van elke persoon over elk feit waarvan de kennis ervan ten nutte is
van het toezicht;
4° zonder verplaatsing of onderzoek, elk document, stuk of titel op te vragen nuttig voor
de uitoefening van deze taak, hiervan een kopie te vorderen, of mee te nemen tegen afgifte
vaneen ontvangstbewijs;
5° processen-verbaal op te maken.
§ 3. Bij de uitvoering van hun toevertrouwde opdrachten, zijn zij onderworpen aan het
toezicht van de procureur-generaal.
Art. 60. § 1. De met deze controle belaste dienst ziet toe op de goede uitvoering door de
ondernemingsloketten van de hun in uitvoering van deze wet of andere wetten toegewezen
taken.
§ 2. Indien wordt vastgesteld dat niet alle voorwaarden in acht werden genomen door het
ondernemingsloket, vraagt hij de beheersdienst de inschrijving of wijziging door te halen
met toepassing van artikel 24.
§ 3. Hij kan, overeenkomstig artikel 61, een sanctie voorstellen ten laste van een
ondernemingsloket dat niet alle vereiste voorwaarden en voorschriften in acht heeft
genomen.
Art. 61. § 1. Indien bij een controle blijkt dat een ondernemingsloket zijn opdrachten
niet correct vervult, de verplichtingen bedoeld in de artikelen 54, 55 of 56 niet naleeft,
of de toepassing van de artikelen 58 tot 60 belemmert, kan de dienst belast met de
controle :
1° bij ter post aangetekend schrijven aan het ondernemingsloket een waarschuwing laten
geworden met vermelding van de aangeklaagde feiten, de overtreden bepalingen en de termijn
waarbinnen een eind dient te worden gesteld aan de vastgestelde feiten;
2° wanneer, binnen de vastgestelde termijn, geen gevolg gegeven wordt aan de verwittiging
bedoeld onder 1°, een administratieve geldboete opleggen ten belope van minimaal 100 euro
tot het drievoudige van de in het afgelopen kalenderjaar door het betreffende
ondernemingsloket in toepassing van artikel 57 ontvangen vergoeding;
3° bij herhaling of bij de overtreding van verschillende van de onder § 1 bedoelde
bepalingen, de schorsing of de intrekking van de erkenning van het betreffende
ondernemingsloket voorstellen aan de minister.
§ 2. Vooraleer de in § 1, 2°, bedoelde administratieve geldboete op te leggen, of de in
§ 1, 3°, bedoelde schorsing of intrekking van de erkenning voor te stellen, geeft de met
de controle belaste dienst aan het ondernemingsloket de mogelijkheid gehoord te worden. De
dienst richt daartoe bij ter post aangetekend schrijven een oproep met vermelding van de
aangeklaagde feiten, de overtreden bepalingen, de raadplegingsmodaliteiten van het dossier
en de datum van de hoorzitting die slechts ten minste vijftien dagen na de verzending van
de oproep kan vastgelegd worden.
§ 3. De onder § 1, 1° en 2°, bedoelde verwittigingen en sancties kunnen, binnen de
zestig dagen volgend op hun bekendmaking, het voorwerp uitmaken van een beroep, bij ter
post aangetekend schrijven gericht aan de minister. De minister of de daartoe gemachtigde
ambtenaren horen de belanghebbenden en spreken zich uit binnen de zestig dagen die volgen
op de indiening van het beroep. De beslissingen worden bij ter post aangetekend schrijven
bekend gemaakt.
TITEL V. - Sancties
Art. 62. § 1. Wordt gestraft met een geldboete van 1 tot 25 euro :
1° hij die artikel 13 overtreedt;
2° hij die verzuimt om de in artikel 36 bepaalde doorhaling te vorderen.
§ 2 Wordt gestraft met een geldboete van 26 tot 10.000 euro :
1° hij die gehouden is tot inschrijving in het handelsregister, doch activiteiten
uitoefent zonder de inschrijving in het handelsregister te hebben aangevraagd;
2° hij die is ingeschreven in het handelsregister, doch activiteiten uitoefent of een
vestigingseenheid uitbaat waarvoor hij niet is ingeschreven in het handelsregister of
activiteiten uitoefent die niet vallen onder het doel waarvoor hij is ingeschreven in het
handelsregister;
3° hij die een wijziging van de inschrijving in het handelsregister niet binnen de bij
artikel 35 gestelde termijnen gevraagd heeft;
4° hij die wetens een onjuist verzoek tot inschrijving of wijziging indient;
5° hij die een economische activiteit uitoefent waarvan hij een ondernemingsloket niet
heeft in kennis gesteld of waarvoor hij wetens onjuiste inlichtingen heeft verstrekt.
§ 3. Wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met een
geldboete van 3 euro tot 50 euro of met één van die straffen alleen, hij die de
Beslissingen of besluiten bedoeld in artikel 18 overtreedt.
§ 4. Wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en met een
geldboete van 25 tot 500 euro of met één van die straffen alleen, hij die :
1° het uitoefenen van de rechten zoals bepaald in artikel 19 verhindert;
2° de bepalingen van artikel 20 of 29 overtreedt;
3° de toepassing van artikel 59 verhindert.
§ 5. Wordt gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot zes maanden en met een
geldboete van 100 tot 10.000 euro of met één van die straffen alleen :
1° hij die een economische activiteit uitoefent nadat de inschrijving in het
handelsregister hem werd geweigerd of nadat ze werd doorgehaald;
2° hij die drie dagen na de betekening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of
arrest van veroordeling, de hem verboden economische activiteit verder uitoefent.
In dit laatste geval doet het Openbaar ministerie bovendien de zegels leggen op het lokaal
waarin de activiteit wordt uitgeoefend of treft zij iedere andere gepaste maatregel.
Art. 63. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en
van artikel 85, zijn van toepassing op de inbreuken bedoeld in deze wet.
TITEL VI. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
Art. 64. Artikel 67, § 2, van het wetboek van vennootschappen wordt vervangen als volgt :
« § 2. De neergelegde stukken worden bewaard in het dossier dat voor iedere vennootschap
op deze griffie wordt bijgehouden en de betreffende vennootschappen worden ingeschreven in
het rechtspersonenregister, onderdeel van de Kruispuntbank van Ondernemingen. »
Art. 65. Artikel 78, eerste lid, 4°, van hetzelfde wetboek, wordt vervangen als volgt :
« 4° het woord « rechtspersonenregister » of de afkorting « RPR », gevolgd door het
ondernemingsnummer; ».
Art. 66. Artikel 84, § 2, van hetzelfde wetboek wordt vervangen als volgt :
« § 2. De neergelegde stukken worden bewaard in het dossier dat voor ieder van deze
vennootschappen op deze griffie wordt bijgehouden en de betreffende vennoot schappen
worden ingeschreven in het rechtspersonenregister, onderdeel van de Kruispuntbank van
Ondernemingen. »
Art. 67. Artikel 86, eerste lid, 5°, van hetzelfde wetboek wordt vervangen als volgt :
« 5° het ondernemingsnummer toegekend in toepassing van de wet van... tot oprichting van
een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister en tot
oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen; ».
Art. 68. In artikel 88, eerste lid, van hetzelfde wetboek wordt de zin « Deze dossiers
worden bijgehouden bij het register van de buitenlandse vennootschappen die in België
geen bijkantoor hebben. » vervangen door de zin « Deze vennootschappen worden
ingeschreven in het rechtspersonenregister, onderdeel van de Kruispuntbank van
Ondernemingen. »
Art. 69. 1° In de artikelen 16, vijfde lid, 17, § 6, vierde lid, 26octies, § 1 en § 4,
26novies, § 1, 31, § 1, en 37, § 6, vierde lid, van de wet van 27 juni 1921 betreffende
de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en
de stichtingen, worden de woorden « rechtbank van eerste aanleg » of « burgerlijke
rechtbank » vervangen door de woorden « rechtbank van koophandel ».
2° In artikel 26octies, § 4, eerste zin, van dezelfde wet, worden de woorden « de
rechtbank » vervangen door de woorden « de rechtbank van eerste aanleg ».
Art. 70. Artikel 4 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van
een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, gewijzigd bij de wet van 25 januari 1999,
wordt vervangen als volgt :
« Art. 4. De Kruispuntbank is belast met het inzamelen, het opslaan en het verwerken van
de gegevens met betrekking tot de identificatie van de personen, voor zover verscheidene
instellingen van sociale zekerheid deze gegevens nodig hebben voor de toepassing van de
sociale zekerheid of voor zover de identificatie van deze personen vereist is in
uitvoering van de wet van... houdende oprichting van de Kruispuntbank van Ondernemingen,
tot modernisering van het handelsregister en tot oprichting van erkende
ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen in de mate dat de aan de Kruispuntbank
ter beschikking gestelde gegevens voldoen aan de door Kruispuntbank vastgelegde
kwaliteitsnormen om de betrokken persoon eenduidig te kunnen identificeren.
Deze opdracht heeft geen betrekking op de gegevens die door het Rijksregister worden
opgeslagen en waartoe de instellingen van sociale zekerheid en de overheden,
administraties en diensten bedoeld bij artikel 8, eerste lid, van bovenvermelde wet
toegang hebben. »
Art. 71. Artikel 8 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
« Art. 8. § 1. Bij de verwerking van gegevens in toepassing van deze wet en haar
uitvoeringsbesluiten worden uitsluitend de volgende identificatiemiddelen gebruikt :
1° het identificatienummer van het Rijksregister, indien het gegevens betreft die
betrekking hebben op een natuurlijke persoon die in voormeld Rijksregister opgenomen is;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank, vastgesteld op de wijze bepaald door de
Koning, indien het gegevens betreft die betrekking hebben op een natuurlijk persoon die
niet in voormeld Rijksregister opgenomen is.
§ 2. Het gebruik van het onder § 1, 2°, bedoelde identificatienummer van de
Kruispuntbank is vrij. »
Art. 72. Worden opgeheven :
1° de wet van 18 maart 1965 op het ambachtsregister;
2° het koninklijk besluit van 20 juli 1964 houdende coördinatie van de wetten
betreffende het handelsregister.
TITEL VII. - Slotbepalingen
Art. 73. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na
advies van de Coördinatiecommissie bedoeld in artikel 26, de van kracht zijnde wettelijke
bepalingen opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen teneinde op eenvormige wijze te
voorzien in de identificatie van de titularissen van de inschrijving bedoeld in artikel 4,
het verzamelen van de gegevens bedoeld in artikel 6, de éénmalige verzameling bedoeld in
artikel 7, eerste lid, het onderlinge en wederzijdse gebruik van het ondernemingsnummer
van de Kruispuntbank van Ondernemingen voorzien in artikel 11, evenals de invoering van
het inschrijvingsrecht bedoeld in artikel 34.
De minister van Economische Zaken en de minister belast met Middenstand, kunnen een
termijn voorschrijver binnen dewelke het advies moet worden gegeven, zonder dat deze
korter mag zijn dan een maand. Bij het verstrijken van deze termijn is dit advies niet
meer vereist.
Art. 74. De Koning kan de verwijzingen in wetten en koninklijke besluiten naar de griffies
van de rechtbanken van koophandel in hun hoedanigheid van beheerder van het
handelsregister en de verschillende lokale registers aanpassen overeenkomstig hetgeen in
deze wet bepaald is.
Bovendien kan de Koning de verwijzingen in wetten en koninklijke besluiten naar de
verschillende lokale registers alsook naar het centraal handels- of ambachtenregister
aanpassen overeenkomstig hetgeen in deze wet bepaald is.
Art. 75. § 1. Het personeel, de goederen, rechten en verplichtingen van de Kamers van
Ambachten en Neringen worden overgedragen naar de Federale Overheidsdienst Economie,
K.M.O., Middenstand en Energie.
In afwijking van het eerste lid worden de onroerende goederen en alle rechten en
verplichtingen aangaande onroerende goederen overgedragen aan de Regie der Gebouwen.
De Koning bepaalt de wijze waarop deze overdrachten plaatsvinden.
§ 2. Wanneer de in § 1 vermelde overdrachten hebben plaats gehad, worden de Kamers van
Ambachten en Neringen afgeschaft en worden de artikelen 1 tot 5 van de op 28 mei 1979
gecoördineerde wetten betreffende de organisatie van de Middenstand, opgeheven.
§ 3. De op de datum van bekendmaking van deze wet werkende en plaatsvervangende leden van
de professionele sectie van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote
Ondernemingen, die werden aangewezen door de Kamers van Ambachten en Neringen, behouden en
voleindigen dit mandaat. Zij worden voor dit mandaat beschouwd als aangewezen door de
interfederale bureaus.
Wijzigingen aan de programmawet van 10 februari 1998
tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
Art. 76. Artikel 9 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het
zelfstandig ondernemerschap, gewijzigd door de wet van 3 mei 1999 en het koninklijk
besluit van 20 juli 2000, wordt vervangen door de volgende bepaling :
« Art. 9. De inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen als handels- of
ambachtsonderneming geldt als bewijs dat aan de gestelde eisen inzake
ondernemersvaardigheden werd voldaan, behoudens bewijs van het tegendeel. »
Art. 77. In artikel 10 van dezelfde wet wordt de eerste volzin vervangen door de volgende
woorden : « De volgende personen worden vrijgesteld van bewijs van
ondernemersvaardigheden : ».
Art. 78. In artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° In § 1 wordt de eerste volzin vervangen door de volgende woorden : « De volgende
personen worden voorlopig vrijgesteld van het bewijs van ondernemersvaardigheden : »;
2° § 2 wordt vervangen als volgt :
« § 2. Als de natuurlijke persoon, die overeenkomstig de artikelen 4, § 2, en/of 5, §
2, het bewijs levert van de basiskennis van het bedrijfsbeheer en/of van de beroeps
bekwaamheid, de onderneming verlaat, beschikt de onderneming over zes maanden om opnieuw
te voldoen aan de vereisten bepaald in de artikelen 4, § 1, en/of 5, § 1. »
Art. 79. Artikel 12 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 80. In artikel 16, § 1, van dezelfde wet, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
« Met een geldboete van 250 tot 10.000 euro wordt gestraft ieder die zonder te beschikken
over de basiskennis van het bedrijfsbeheer en/of de beroepsbekwaamheid een
beroepsactiviteit uitoefent waarvan de uitoefening overeenkomstig dit hoofdstuk is
geregeld. »
Art. 81. In artikel 17 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 4 wordt het tweede lid opgeheven;
2° een § 5 wordt toegevoegd, luidend als volgt :
« § 5. De rechtspersoon die houder is van een getuigschrift op zijn naam, mag zijn
beroepswerkzaamheden blijven uitoefenen zolang de natuurlijke persoon die bewezen heeft te
beschikken over de basiskennis van het bedrijfsbeheer en/of over de beroepsbekwaamheid, de
onderneming niet verlaat.
Zodra de bedoelde natuurlijke persoon de onderneming verlaat, beschikt de rechtspersoon
over zes maanden om te voldoen aan de vereisten bepaald in de artikelen 4, § 1 en/of 5,
§ 1. »
Art. 82. Het opschrift van titel IV van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt :
« TITEL IV. - Dienst voor de Administratieve Vereenvoudiging ».
Art. 83. Hoofdstuk I van titel IV van dezelfde wet, bestaande uit de artikelen 37 tot 39,
wordt ingetrokken.
Art. 84. Het opschrift van hoofdstuk II van titel IV van dezelfde wet wordt geschrapt.
Art. 85. Hoofdstuk III van titel IV van dezelfde wet, bestaande uit artikel 44, wordt
ingetrokken.
Art. 86. De krachtens de artikelen 73 tot 75 genomen koninklijke besluiten die niet bij
wet zijn bekrachtigd op de eerste dag van de vierentwintigste maand volgend op deze van
hun publicatie in het Belgisch Staatsblad , houden op uitwerking te hebben.
Art. 87. De Koning bepaalt uitgezonderd dit artikel dat onmiddellijk in werking treedt,
bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voor elk artikel van deze wet
de datum waarop het in werking treedt.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het
Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 16 januari 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
G. VERHOFSTADT
De Minister van Ambtenarenzaken
en Modernisering van openbare besturen,
L. VAN DEN BOSSCHE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Telecommunicatie en overheidsbedrijven
en Participaties, belast met Middenstand,
R. DAEMS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
_______
Nota
(1) Gewone zitting 2002-2003.
Kamer van volksvertegenwoordigers.
Parlementaire stukken. - Wetsontwerp, 50-2058, nr. 1. - Amendementen, 50-2058, nrs. 2 tot
6. - Verslag namens de Commissie voor het Bedrijfsleven, het Wetenschapsbeleid, het
Onderwijs, de Nationale Wetenschappelijke en Culturele Instellingen, de Middenstand en de
Landbouw, 50-2058, nr. 7. - Tekst aangenomen door de Commissie voor het Bedrijfsleven, het
Wetenschapsbeleid, het Onderwijs, de Nationale Wetenschappelijke en Culturele
Instellingen, de Middenstand en de Landbouw, 50-2058, nr. 8. - Amendementen voorgesteld na
indiening van het verslag, 50-2058, nr. 9. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en
overgezonden aan de Senaat, 50-2058, nr. 10.
Parlementaire Handelingen. - 16 december 2002.
Senaat.
Stukken van de Senaat. - Ontwerp geëvoceerd door de Senaat, 2-1396, nr. 1. -
Amendementen, 2-1396, nr. 2. - Verslag namens de Commissie, 2-1396, nr. 3. - Amendementen
opnieuw ingediend na goedkeuring verslag, 2-1396, nr. 4. - Beslissing om niet te
amenderen, 2-1396, nr. 5.
Handelingen van de Senaat. - 23 december 2002.