De vereiste van meerhoofdigheid gedurende het bestaan van de vennootschap

Juridische grondslag

De fundamentele reden waarom de eenhoofige vennootschappen naar Belgisch recht anno 2007 tradintioneel werden verworpen, is de regel volgens welke een schuldenaar met zijn gehele vermogen instaat voor zijn schulden. (art. 7 en 8 Hyp. W.)

Voor vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid kan ook een juridische grondslag gevonden worden in schuldvermenging als uitdovingsgrond voor de verbintenissen in het vennootschapscontract.

Vanaf wanneer is er eenhoofdigheid?

1. Eigendomsoverdracht van alle vermogensbestanddelen verbonden aan een aandeel:

a) Wanneer een enkele persoon alle vermogens- en lidmaatschapsrechten van een vennootschap verwerft, is die vennootschap onbetwistbaar eenhoofdig geworden.

b) Wanneer een enkele persoon de facto alle lidmaatschaprechten uitoefent: Cassatie 15 mei 1970:
- schorsing van de lidmaatschapsrechten van de enige mede-vennoot (geen eenhoofdigheid);
- vererving van aandelen, waarbij de erfgenamen nog niet tot de vennootschap werden toegelaten (geen eenhoofdigheid);
- burgerrechtelijke onverdeeldheid van alle aandelen (geen eenhoofdigheid?);
- vruchtgebruik en naakte eigendom van alle aandelen telkens in 1 hand (wel eenhoofdigheid?).


2. De eenhoofdigheid treedt in vanaf het ogenblik dat het eigendomsrecht van de aandelen tussen partijen is overgegaan. Deze eigendomsoverdracht moet nog niet genoteerd zijn in het aandeelhouderregister.

3. Stromanconstructies: Stroman is hij die in eigen naam handelt, maar in werkelijkheid voor rekening van een achterman handelt, zonder ooit de bedoeling te hebben persoonlijk vennoot te worden.

4. Gehuwde vennoten of aandeelhouders: Bij scheiding van goederen stelt zich geen probleem (iedere echtgenoot telt apart mee). Met een gemeenschappelijk vermogen kunnen zich wel problemen stellen:
- vennootschappen met aandelen aan toonder
- vennootschappen waarvan de aandelen op naam zijn
- vennootschappen zonder (volkomen) rechtspersoonlijkheid

Gevolgen van de eenhoofdigheid: van rechtswege ontbinding

Dit is de stelling van de rechtsleer, maar door de wetswijziging van 5 december 1984 geldt een uitzonderingsregime voor NV en BVBA.

Voor de overige vennootschappen blijft de ontbinding van rechtwege.