Appartementenrecht: rechtspraak anno 2004

Hof van Cassatie 6 maart 2004

Mede-eigenaars van een gebouw behorend tot een groep van gebouwen kunnen geen vereniging vormen die afgezonderd is van de vereniging van de mede-eigenaars van de gebouwen van die groep en die aldus een afzonderlijke rechtspersoonlijkheid zou kunnen verkrijgen om in rechte op te treden.

 

2747.com / law / .. Belgie

contact

Publiek recht

Fiscaal recht

Burgerlijk recht

Appartementenrecht

 

Hof van Cassatie 6 maart 2004

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 28 oktober 1999 gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Veurne.

Verweerder: VERENIGING VAN MEDE-EIGENAARS VAN DE RESIDENTIE WESTHINDER SECTIE I, met zetel gevestigd in de Residentie Westhinder te 8660 De Panne, Leopold I Esplanade 7, en VERENIGING VAN DE MEDE-EIGENAARS VAN DE RESIDENTIE ALEXANDRA, met zetel gevestigd in de Residentie Alexandra te 8660 De Panne, Leopold I-Esplanade 9,

Eiser: KUSTSTADBOUWBEDRIJF, naamloze vennootschap, met maatschappelijke zetel te 8500 Kortrijk, Houtmarkt 9

Overwegende dat artikel 577-5, ,1, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bepaalt onder welke voorwaarde de vereniging van mede-eigenaars rechtspersoonlijkheid verkrijgt ; dat het tweede lid van dit artikel bepaalt dat zij de benaming draagt : "vereniging van mede-eigenaars", gevolgd door de vermeldingen betreffende de ligging van het gebouw of de groep van gebouwen ;

Dat in het eerste lid van die paragraaf, die ook het geval van een groep van gebouwen regelt, sprake is van de vereniging in het enkelvoud gesteld ; dat in het tweede lid van die paragraaf sprake is van de ligging van de groep van gebouwen en niet van elk gebouw afzonderlijk ;

Dat het laatste lid van die paragraaf bepaalt dat, in het geval van een groep van gebouwen, de basisakte moet bepalen in welk gebouw de zetel van de vereniging gevestigd is ;

Dat de tekst van die paragraaf er reeds op wijst dat, in het geval van een groep van gebouwen, artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek, in die zin moet worden uitgelegd dat de bepalingen van Boek II, titel II, hoofdstuk III, "Afdeling II. Gedwongen mede-eigendom van gebouwen of groepen van gebouwen", toepassing vinden op de groep van gebouwen en niet op elk gebouw van de groep afzonderlijk ;

Overwegende dat ook de doelstelling van de wetgever met het invoeren van een vereniging van mede-eigenaars met rechtspersoonlijkheid ertoe strekt op juridisch vlak, niet alleen de betrekkingen tussen de mede-eigenaars onderling te vereenvoudigen, maar ook die van de derden met de mede-eigenaars ;

Dat het strijdt met die doelstelling dat derden die tegen mede-eigenaars van een groep van gebouwen een geding aanspannen, eerst zouden moeten nagaan of dit kadert in de belangen van een bepaald gebouw van de groep of van enkele gebouwen van de groep of enkel van de groep ;

Dat het de doelstelling van de wetgever niet is dat mede-eigenaars van een gebouw behorend tot een groep van gebouwen een vereniging kunnen vormen die afgezonderd is van de vereniging van de mede-eigenaars van de gebouwen van die groep en die aldus ook een afzonderlijke rechtspersoonlijkheid zouden kunnen verkrijgen om in rechte op te treden ;

Overwegende dat uit het voorgaande volgt dat de bepalingen van artikel 577-5, ,1, eerste lid, dat rechtspersoonlijkheid verleent aan een vereniging van mede-eigenaars van een gedwongen mede-eigendom en van artikel 577-9, ,1, dat bepaalt dat de vereniging van mede-eigenaars bevoegd is om in rechte op te treden als eiser en als verweerder, toepassing vinden op de vereniging van mede-eigenaars van een groep van gebouwen en niet op een vereniging van mede-eigenaars van een gebouw van een groep ;

Overwegende dat het bestreden vonnis vaststelt dat de verweerster sub 1, een vereniging van mede-eigenaars is van een gebouw dat deel uitmaakt van een groep van gebouwen en oordeelt dat ze in rechte kan optreden als eiser ;

Dat het bestreden vonnis aldus artikel 577-3, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek schendt ;

Dat het middel in zoverre gegrond is.