Belgisch Burgerlijk Wetboek anno 2007: Boek 2 - Titel II.
Eigendom - Hoofdstuk III. Medeëigendom
Afdeling II. Gedwongen
medeëigendom van gebouwen of groepen van gebouwen
Onderafdeling III.
Beheer van het gebouw of van de groep van gebouwen
Art. 577-8. § 1. Wanneer de syndicus niet in het
reglement
van medeëigendom aangesteld werd, wordt hij benoemd door de
eerste
algemene vergadering of, bij ontstentenis daarvan, bij beslissing van
de rechter, op verzoek van iedere medeëigenaar.
Indien hij is aangesteld in het reglement van
medeëigendom,
neemt zijn mandaat van rechtswege een einde bij de eerste algemene
vergadering.
Het mandaat van de syndicus kan in geen geval vijf jaar te
boven gaan, maar kan worden verlengd.
Onder voorbehoud van een uitrdukkelijke beslissing van de
algemene vergadering, kan hij geen verbintenissen aangaanvoor een
termijn die de duur van zijn mandaat te boven gaat.
§ 2. Een uittreksel uit de akte betreffende de
aanstelling
of benoeming van de syndicus wordt binnen acht dagen na die aanstelling
of benoeming, op onveranderlijke wijze en zodanig dat het op ieder
tijdstip zichtbaar is, aangeplakt aan de ingang van het gebouw waar de
zetel van de vereniging van medeëigenaars gevestigd is.
Behalve de datum van de aanstelling of de benoeming, bevat
het
uittreksel de naam, de voornamen, het beroep en de woonplaats van de
syndicus, of indien het gaat om een vennootschap, haar rechtsvorm, haar
naam en firma, alsmede haar maatschappelijke zetel. Het uittreksel moet
worden aangevuld met alle andere aanwijzingen die het iedere
belanghebbende mogelijk maken onverwijld met de syndicus in contact te
treden, met name de plaats waar, op de zetel van de vereniging van
medeëigenaars, het reglement van orde en het register met de
beslissingen van de algemene vergadering kunnen worden geraadpleegd.
De aanplakking van het uittreksel moet geschieden door
toedoen van de syndicus.
§ 3. Indien de betekening niet kan worden gedaan
overeenkomstig artikel 35 van het Gerechtelijk Wetboek, geschiedt zij
overeenkomstig artikel 38 van dit Wetboek.
De aangetekende brief bedoeld in artikel 38, § 1,
derde
lid, moet dan aan de woonplaats van de syndicus worden gericht.
§ 4. Ongeacht de bevoegdheid die hem door het
reglement van
medeëigendom wordt toegekend, heeft de syndicus tot opdracht :
1° de algemene vergadering bijeen te roepen op de
door het
reglement van medeëigendom vastgestelde dagen of telkens als
er
dringend in het belang van de medeëigendom een beslissing moet
worden genomen;
2° de beslissingen van de algemene vergadering te
notuleren in het register bedoeld in artikel 577-10, § 3;
3° deze beslissingen uit te voeren en te laten
uitvoeren;
4° alle bewarende maatregelen te treffen en alle
daden van voorlopig beheer te stellen;
5° het vermogen van de vereniging van
medeëigenaars te beheren;
6° de vereniging van medeëigenaars, zowel
in rechte als
voor het beheer van de gemeenschappelijke zaken, te vertegenwoordigen;
7° de lijst van de schulden bedoeld in artikel
577-11,
§ 1, over te leggen binnen vijftien dagen te rekenen van het
verzoek van de notaris;
8° aan elke persoon, die het gebouw bewoont
krachtens een
persoonlijk of zakelijk recht, maar die in de algemene vergadering geen
stemrecht heeft, de datum van de vergaderingen mede te delen om hem in
staat te stellen schriftelijk zijn vragen of opmerkingen met betrekking
tot de gemeenschappelijke gedeelten te formuleren. Deze zullen als
zodanig aan de vergadering worden medegedeeld.
9° alle documenten aangaande het gebouw in
mede-eigendom,
de boekhouding en de activa die hij beheerde, over te dragen aan zijn
opvolger.
§ 5. De syndicus is als enige aansprakelijk voor
zijn
beheer; hij kan zijn bevoegdheid niet overdragen dan met de toestemming
van de algemene vergadering en slechts voor een beperkte duur of voor
welomschreven doeleinden.
§ 6. De algemene vergadering kan steeds de syndicus
ontslaan. Zij kan hem eveneens, indien zij dit wenselijk acht, een
voorlopig syndicus toevoegen voor een welbepaalde duur of voor
welbepaalde doeleinden.
§ 7. Bij verhindering of in gebreke blijven van de
syndicus
kan de rechter, voor de duur die hij bepaalt, op verzoek van iedere
medeëigenaar een voorlopig syndicus aanwijzen.
De syndicus moet door de verzoeker in het geding worden
geroepen.
Wetsgeschiedenis: 2007