Bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten
Versie 2006:
Titel III. - Gewestelijke belastingen
Dit is de versie 2006 (ongewijzigd in sinds de invoering in 2001)
Art. 5. § 1. De in artikel 3 bedoelde belastingen
worden
aan de gewesten toegewezen in functie van hun lokalisatie.
§ 2. Voor de toepassing van § 1 worden
deze belastingen geacht als volgt te zijn gelokaliseerd :
1° de belasting op de spelen en weddenschappen : op
de
plaats waar de spelen plaatsvinden en de weddenschappen worden
aangegaan;
2° de belasting op de automatische
ontspanningstoestellen : op de plaats waar het toestel opgesteld is;
3° de openingsbelasting op de slijterijen van
gegiste
dranken : op de plaats waar het lokaal dienende tot slijting gelegen is;
4° - het successierecht van rijksinwoners : op de
plaats
waar de overledene, op het ogenblik van zijn overlijden, zijn fiscale
woonplaats had. Als de fiscale woonplaats van de overledene tijdens de
periode van vijf jaar voor zijn overlijden op meer dan
één plaats in België gelegen was : op de
plaats in
België waar zijn fiscale woonplaats tijdens de voormelde
periode
het langst gevestigd was;
- het recht van overgang bij overlijden van
niet-rijksinwoners :
in het gewest waar de goederen gelegen zijn; indien zij gelegen zijn in
meerdere gewesten, in het gewest waartoe het ontvangstkantoor behoort
in wiens ambtsgebied het deel van de goederen met het hoogste federaal
kadastraal inkomen gelegen is;
5° de onroerende voorheffing : op de plaats waar het
onroerend goed gelegen is;
6° het registratierecht op de overdrachten ten
bezwarende
titel van in België gelegen onroerende goederen met
uitsluiting
van de overdrachten die het gevolg zijn van een inbreng in een
vennootschap behalve voorzover het een inbreng betreft door een
natuurlijk persoon van een woning in een Belgische vennootschap : op de
plaats waar het onroerend goed gelegen is.
Als bij een ruil onroerende goederen in meerdere gewesten
gelegen zijn : in het gewest waartoe het ontvangstkantoor behoort in
wiens ambtsgebied het deel van de goederen met het hoogste federaal
kadastraal inkomen gelegen is;
7° - het registratierecht op de vestiging van een
hypotheek
op een in België gelegen onroerend goed : op de plaats waar
het
onroerend goed gelegen is. Indien, bij eenzelfde handeling, de
onroerende goederen in meerdere gewesten gelegen zijn : in het gewest
waartoe het ontvangstkantoor behoort in wiens ambtsgebied het deel van
de goederen met het hoogste federaal kadastraal inkomen gelegen is;
- het registratierecht op de gedeeltelijke of gehele
verdelingen
van in België gelegen onroerende goederen, de afstanden onder
bezwarende titel, onder medeëigenaars, van onverdeelde delen
in
soortgelijke goederen, en de omzettingen bedoeld in de artikelen
745quater en 745quinquies van het Burgerlijk Wetboek, zelfs indien er
geen onverdeeldheid is : op de plaats waar het onroerend goed gelegen
is;
8° - het registratierecht op de schenkingen onder
de
levenden van roerende of onroerende goederen door een rijksinwoner : op
de plaats waar de schenker, op het ogenblik van de schenking, zijn
fiscale woonplaats heeft. Als de fiscale woonplaats van de schenker
tijdens de periode van vijf jaar voor zijn schenking op meer dan
één plaats in België gelegen was : op de
plaats in
België waar zijn fiscale woonplaats tijdens de voormelde
periode
het langst gevestigd was;
- het registratierecht op de schenkingen onder de levenden
van
in België gelegen onroerende goederen door een
niet-rijksinwoner :
op de plaats waar het onroerend goed gelegen is;
9° het kijk- en luistergeld : op de plaats waar het
televisietoestel wordt gehouden en, wat de toestellen in autovoertuigen
betreft, op de plaats waar de houder van het toestel gevestigd is;
10° de verkeersbelasting : op de plaats waar de
natuurlijke
persoon of rechtspersoon gevestigd is op wiens naam het voertuig
ingeschreven is of moet zijn.
Wanneer de belastingschuldige, natuurlijke persoon of
rechtspersoon, in België geen woonplaats of maatschappelijke
zetel
heeft, wordt de belasting geacht gelokaliseerd te zijn op de plaats van
zijn verblijfplaats of voornaamste inrichting in België;
11° de belasting op de inverkeerstelling : op de
plaats waar
de natuurlijke persoon of rechtspersoon gevestigd is op wiens naam het
voertuig ingeschreven is of moet zijn;
12° het eurovignet : op de plaats waar de
natuurlijke
persoon of rechtspersoon gevestigd is op wiens naam het voertuig
ingeschreven is of moet zijn.
Het gedeelte van het eurovignet dat betrekking heeft op
voertuigen die voorzien zijn van een inschrijvingskenteken uitgereikt
door de autoriteiten van andere landen dan de lidstaten die deelnemen
aan het eurovignetsysteem en dat aan België wordt toegekend,
en
het gedeelte van het eurovignet dat betrekking heeft op voertuigen die
voorzien zijn van een inschrijvingskenteken uitgereikt door de
autoriteiten van andere lidstaten dan België die deelnemen aan
het
eurovignetsysteem : worden geacht gelokaliseerd te zijn in elk gewest
naar verhouding van zijn aandeel in het belastbaar wegennet zoals
bepaald in het koninklijk besluit van 8 september 1997 tot bepaling van
het wegennet waarop het eurovignet van toepassing is.
§ 2bis. (opgeheven)
§ 3. Tenzij het gewest er anders over beslist,
zorgt de
Staat met inachtneming van de door hem vastgestelde procedureregels
kosteloos voor de dienst van de in artikel 3, eerste lid, 1°
tot
8° en 10° tot 12° bedoelde belastingen voor
rekening van en
in overleg met het betrokken gewest. Vanaf het tweede begrotingsjaar
volgend op de datum van notificatie van de gewestregering aan de
federale regering van de beslissing tot het zelf verzekeren van de
dienst van de betrokken belastingen, zorgt het betrokken gewest voor de
dienst van deze belastingen. De overheveling van de dienst van de
belastingen naar een gewest kan slechts per groep van belastingen
geschieden :
- de in artikel 3, eerste lid, 1° tot 3°,
bedoelde belastingen;
- de in artikel 3, eerste lid, 5°, bedoelde
belasting;
- de in artikel 3, eerste lid, 4° en 6° tot
8°, bedoelde belastingen;
- de in artikel 3, eerste lid, 10° tot 12°
bedoelde belastingen.
De gewesten staan ten minste tot en met 31 december 2003 in
voor
de dienst van de belastingen waarvoor zij reeds
vóór de
inwerkingtreding van de van 13 juli 2001
tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale
bevoegdheden van de gewesten instonden.
Zolang de federale overheid de dienst van de in artikel 3,
eerste lid, 1° tot 8° en 10° tot 12°,
bedoelde
belastingen verzekert, wordt de overlegprocedure met betrekking tot de
technische uitvoerbaarheid van de voorgenomen wijzigingen inzake
voormelde gewestelijke belastingen bepaald in het in artikel 1bis
bedoelde samenwerkingsakkoord.
§ 3bis. Tenzij het gewest er anders over beslist,
zorgen
de gemeenschappen tot en met 31 december 2004, met inachtneming van de
door de Staat vastgestelde procedureregels, voor de dienst van de in
artikel 3, eerste lid, 9°, bedoelde belasting voor rekening van
en
in overleg met de gewesten. De gemeenschaps- en gewestregeringen
sluiten een overeenkomst om de inningskosten te bepalen.
§ 4. De gewesten zijn bevoegd voor de vaststelling
van de
administratieve procedureregels met betrekking tot de in artikel 3
bedoelde belastingen met ingang van het begrotingsjaar vanaf hetwelk
zij de dienst van de belastingen verzekeren.
Wetsgeschiedenis