Belgisch Burgerlijk Wetboek - Boek 3 - Titel III. Contracten of verbintenissen uit overeenkomst in het algemeen
Hoofdstuk II. Voorwaarden die tot de geldigheid van de overeenkomsten vereist zijn

Afdeling II. - Bekwaamheid van de contracterende partijen

Art. 1123. Een ieder kan contacten aangaan, indien hij daartoe door de wet niet onbekwaam is verklaard.

  Art. 1124. <W 30-04-1958, art. 7>
Onbekwaam om contracten aan te gaan zijn : minderjarigen, onbekwaamverklaarden en, in het algemeen, al degenen aan wie de wet het aangaan van bepaalde contracten verbiedt.

  Art. 1125. <W 30-04-1958, art. 7>
Minderjarigen en onbekwaamverklaarden kunnen slechts in de bij de wet bepaalde gevallen tegen hun verbintenissen opkomen op grond van onbekwaamheid.
  Personen die bekwaam zijn om verbintenissen aan te gaan, kunnen zich niet beroepen op de onbekwaamheid van de minderjarige of de onbekwaamverklaarde, met wie zij een contract hebben aangegaan.

Art. 1126 BW.