Belgisch Burgerlijk Wetboek - Titel XIII. - Lastgeving
Hoofdstuk I. - Aard en vorm van de lastgeving
Hoofdstuk II. - Verplichtingen van de lasthebber
Hoofdstuk III. - Verplichtingen van de lastgever
Hoofdstuk IV. - Verschillende wijzen waarop de lastgeving eindigt
Rechtsleer
TITEL XIII. - LASTGEVING (wettekst aanno 2006:)
HOOFDSTUK I. - AARD EN VORM VAN DE LASTGEVING.
Art. 1984. Lastgeving of volmacht is een handeling, waarbij een
persoon aan een ander de macht geeft om iets voor de lastgever en in
zijn naam te doen.
Het contract komt slechts tot stand door de aanneming van de lasthebber.
Art. 1985. Lastgeving kan verleend worden of bij een openbare
akte, of bij een onderhands geschrift, zelfs bij een brief. Zij kan ook
mondeling verleend worden; maar het bewijs ervan door getuigen wordt
alleen toegelaten overeenkomstig de titel Contracten of verbintenissen
uit overeenkomst in het algemeen.
De aanneming van de lastgeving kan ook stilzwijgend geschieden, en blijken uit de uitvoering ervan door de lasthebber.
Art. 1986. Lastgeving geschiedt om niet, tenzij het tegendeel bedongen is.
Art. 1987. Lastgeving is of bijzonder en betreft slechts een
zaak of bepaalde zaken, of algemeen en betreft alle zaken van de
lastgever.
Art. 1988. Lastgeving, in algemene bewoordingen uitgedrukt, omvat alleen de daden van beheer.
Om goederen te vervreemden of met hypotheek te bezwaren, of om
enige andere daad van eigendom te verrichten, is een uitdrukkelijke
lastgeving vereist.
Art. 1989. De lasthebber mag niets doen buiten hetgeen in zijn
lastgeving begrepen is; de macht om een dading te treffen omvat niet de
macht om een compromis aan te gaan.
Art. 1990. <W 14-07-1976, art. IV, 15> Ontvoogde
minderjarigen kunnen tot lasthebber gekozen worden, maar de lastgever
heeft geen vordering tegen zodanige lasthebber dan overeenkomstig de
algemene regels betreffende de verbintenissen van minderjarigen.
<NOTA : Bij wijze van overgangsmaatregelen (zie art. IV, 47,
§ 2 W. 14 juli 1976) blijft de hierna volgende tekst van kracht in
de voorziene gevallen :
Vrouwen en ontvoogde minderjarigen kunnen tot lasthebbers
gekozen worden; maar de lastgever heeft geen vordering tegen een
minderjarige lasthebber dan overeenkomstig de algemene regels
betreffende de verbintenissen van minderjarigen, en tegen een gehuwde
vrouw die de lastgeving zonder machtiging van haar man heeft
aangenomen, dan overeenkomstig de regels gesteld in de titel
Huwelijkscontract (...).>
HOOFDSTUK II. - VERPLICHTINGEN VAN DE LASTHEBBER.
Art. 1991. De lasthebber is gehouden de lastgeving te
volbrengen, zolang hij daarvan niet ontheven is, en hij is
verantwoordelijk voor de schade die uit het niet uitvoeren ervan zou
kunnen ontstaan.
Eveneens is hij gehouden de zaak waarmee ten tijde van het
overlijden van de lastgever een aanvang was gemaakt, ten einde te
brengen, indien de aangelegenheid geen uitstel gedoogt.
Art. 1992. De lasthebber is niet alleen aansprakelijk voor zijn
opzet, maar ook voor zijn schuld in de uitvoering van zijn opdracht.
Niettemin wordt de aansprakelijkheid wegens schuld minder streng
toegepast ten aanzien van degene die de lastgeving om niet op zich
neemt, dan ten aanzien van hem die daarvoor loon ontvangt.
Art. 1993. Ieder lasthebber is gehouden rekenschap te geven van
de uitvoering van zijn opdracht, en aan de lastgever verantwoording te
doen van al hetgeen hij krachtens zijn volmacht ontvangen heeft, al was
ook het door hem ontvangene aan de lastgever niet verschuldigd.
Art. 1994. De lasthebber is aansprakelijk voor hem die hij bij
de uitvoering van zijn opdracht in zijn plaats gesteld heeft : 1°
wanneer hij de macht om iemand in zijn plaats te stellen niet heeft
bekomen; 2° wanneer hem die macht wel is verleend, maar zonder
aanwijzing van een bepaalde persoon, en degene die hij daartoe gekozen
heeft, blijkbaar onbevoegd of onvermogend was.
In alle gevallen kan de persoon die door de lasthebber in zijn
plaats is gesteld, door de lastgever rechtstreeks worden aangesproken.
Art. 1995. Wanneer verscheidene gevolmachtigden of lasthebbers
bij een zelfde akte zijn aangesteld, bestaat er tussen hen geen
hoofdelijkheid, dan voor zover zulks uitdrukkelijk bepaald is.
Art. 1996. De lasthebber is van de geldsommen die hij voor zijn
eigen gebruik heeft besteed, interest verschuldigd te rekenen van het
tijdstip waarop hij van die sommen gebruik heeft gemaakt; en van het
door hem verschuldigde saldo, te rekenen van de dag dat hij in gebreke
gesteld is.
Art. 1997. De lasthebber die aan de partij, met wie hij in zijn
hoedanigheid van lasthebber handelt, voldoende kennis van zijn volmacht
gegeven heeft, is niet aansprakelijk voor hetgeen daarbuiten gedaan is,
behalve indien hij zich daartoe persoonlijk heeft verbonden.
HOOFDSTUK III. - VERPLICHTINGEN VAN DE LASTGEVER.
Art. 1998. De lastgever is gehouden de verbintenissen na te
komen, die de lasthebber overeenkomstig de hem verleende macht heeft
aangegaan.
Hij is niet gehouden tot hetgeen daarbuiten mocht zijn gedaan,
dan voor zover hij zulks uitdrukkelijk of stilzwijgend bekrachtigd
heeft.
Art. 1999. De lastgever moet de lasthebber de voorschotten en
kosten vergoeden, die deze tot uitvoering van de lastgeving gedaan
heeft, en hem zijn loon betalen wanneer er loon beloofd is.
Indien de lasthebber geen schuld te wijten is, kan de lastgever
zich aan deze teruggave en betaling niet onttrekken, al mocht de zaak
ook mislukt zijn, noch het bedrag van de kosten en voorschotten doen
verminderen, onder voorgeven dat zij geringer konden zijn.
Art. 2000. De lastgever moet de lasthebber ook schadeloos
stellen voor de verliezen die deze ter gelegenheid van de uitvoering
van zijn opdracht geleden heeft, indien hem geen onvoorzichtigheid te
wijten is.
Art. 2001. De lastgever is aan de lasthebber voor gedane
voorschotten interest verschuldigd, te rekenen van de dag waarop de
voorschotten blijken te zijn gedaan.
Art. 2002. Wanneer verscheidene personen een lasthebber hebben
aangesteld voor een gemeenschappelijke zaak, is ieder van hen
hoofdelijk jegens hem verbonden voor alle gevolgen van de lastgeving.
HOOFDSTUK IV. - VERSCHILLENDE WIJZEN WAAROP LASTGEVING EINDIGT.
Art. 2003. Lastgeving eindigt :
Door herroeping van de volmacht van de lasthebber,
Door opzegging van de lastgeving door de lasthebber,
Door de (...) dood, de onbekwaamverklaring of het kennelijk
vermogen, hetzij van de lastgever, hetzij van de lasthebber. <W
15-12-1949, art. 28>
Art. 2004. De lastgever kan zijn volmacht herroepen wanneer hem
zulks goeddunkt, en in voorkomend geval de lasthebber noodzaken hem
terug te geven, hetzij het onderhands geschrift dat de lastgeving
bevat, hetzij het origineel van de volmacht, indien deze in brevet is
afgegeven, hetzij de uitgifte, indien een minuut ervan gehouden is.
Art. 2005. De herroeping waarvan alleen aan de lasthebber is
kennis gegeven, kan niet worden tegengeworpen aan derden die, daarvan
onkundig zijnde, met hem gehandeld hebben, onverminderd het verhaal van
de lastgever op de lasthebber.
Art. 2006. De aanstelling van een nieuwe lasthebber voor
dezelfde zaak, brengt de herroeping van de volmacht van de eerste mede,
te rekenen van de dag waarop hem van deze aanstelling is kennis gegeven.
Art. 2007. De lasthebber kan de lastgeving opzeggen door kennisgeving van zijn ontslag aan de lastgever.
Indien evenwel dit ontslag de lastgever benadeelt, moet de
lasthebber hem daarvoor schadeloos stellen, tenzij hij zich in de
onmogelijkheid bevindt om de lastgeving verder te volbrengen, zonder
daardoor zelf een aanmerkelijke schade te lijden.
Art. 2008. Indien de lasthebber geen kennis draagt van het
overlijden van de lastgever of van het bestaan van enige andere oorzaak
die de lastgeving doet eindigen, is hetgeen hij in die onwetendheid
verricht heeft, geldig.
Art. 2009. In de hierboven bedoelde gevallen moeten de
verbintenissen, door de lasthebber aangegaan, nagekomen worden ten
aanzien van derden die te goeder trouw zijn.
Art. 2010. Ingeval de lasthebber overlijdt, moeten zijn
erfgenamen daarvan aan de lastgever kennis geven, en inmiddels alles
doen wat de omstandigheden in het belang van de lastgever vereisen.