Hof van Beroep te Gent 16 december 2004

Bij een beding van aanwas wordt er door de deelgenoten in onverdeeldheid aangekocht. De aanwas is slechts een modaliteit voor de toekomst die zich als het ware ent op de bestaande toestand.
...
Als dat beding niet in de tijd werd beperkt vormt het zeker geen beding over een niet-opengevallen nalatenschap waaronder moet begrepen worden volgens het Hof van Cassatie (Cass. 11 april 1980, Arr. Cass. 1979-80, noot en Pas. 1980, I, 991, noot) een beding waardoor louter eventuele rechten op een niet-opengevallen nalatenschap of op een bestanddeeel ervan worden toegekend, gewijzigd of afgestaan.
...
... aanvaardend elk voor de onverdeelde helft in volle eigendom en bovendien komen zij beiden overeen, ten titel van wederkerige bepaling en kanscontract, doch slechts tot aan een opvolgend huwelijk tussen hen of tot het ophouden van hun samenwonen, dat bij overlijden van de eerststervende van hen, zijn aandeel in het bij dees aangekochte onroerend goed zal aangroeien bij dat van de overlevende zonder dat deze laatste iets zou verschuldigd zijn aan de erfgenamen van de eerststervenden.
....
Als door de wil van één der partijen eenzijdig een einde kan gesteld worden aan de overeenkomst van aanwas, namelijk door eenzijdig een einde te maken aan de samenwoning, dan is er sprake van een beding betreffende een toekomstige nalatenschap. Het feit dat een loutere wilsuiting niet volstaat om de overeenkomst van aanwas eenzijdig te beeindigen maar dat men ook praktische stappen moet zetten om feitelijk gescheiden te gaan leven, hetgeen de eenzijdige beëindiging van de overeenkomst van aanwas moeilijker maakt, is niet relevant.
...
Anders dan de eerste rechter oordeelt het Hof dat het beding van aanwas strijdig is met artikel 1130 tweede lid B.W. Wat de nietigheid betreft die moet uitgesproken worden, rijst de vraag of het mogelijk is deze te beperken tot de clausule van verval en de overeenkomst van aanwas te behouden ofwel dat het beding van aanwas zelf moet nietig verklaard worden.
Het is het beding van aanwas dat als nietig moet beschouwd worden.

(Tijdschrift voor notarissen 2006, 126 en noot: Oppassen geblazen voor aanwasbedingen, 131)