Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (W. Reg.)
Titel I : Registratierecht: Hoofdstuk III. : Registratieverplichting:
Afdeling III : Personen verplicht tot aanbieding ter registratie

Artikel 35
De verplichting tot aanbieding ter registratie van akten of verklaringen en tot betaling van de desbetreffende rechten en gebeurlijk de geldboeten, waarvan de vorderbaarheid uit bewuste akten of verklaringen blijkt, berust ondeelbaar:

1° op de notarissen en gerechtsdeurwaarders, ten aanzien van de akten van hun ambt andere dan de protesten;

2° op de centrale depositaris bedoeld in artikel 2 van de protestwet van 3 juni 1997, ten aanzien van de protesten;

3° (opgeheven)

4° op de notarissen en gerechtsdeurwaarders, ten aanzien van de akten, overeenkomstig artikel 26 aan hun akten gehecht of in hun handen neergelegd, zonder voorafgaande registratie;

5° op de bestuursoverheden en agenten van Staat, provinciën, gemeenten en openbare instellingen, ten aanzien van de door hen opgemaakte akten;

6° op de contracterende partijen, ten aanzien van de onderhandse of buitenslands verleden akten, waarvan sprake in artikel 19, 2°, 3°, b), en 5°, en ten aanzien van de in artikel 31 voorziene verklaringen;

7° op de verhuurder ten aanzien van de onderhandse of buitenlands verleden akten waarvan sprake in artikel 19, 3°, a).

De verplichting tot aanbieding ter registratie van de arresten en vonnissen van hoven en rechtbanken berust op de griffiers. In afwijking van artikel 5 worden deze arresten en vonnissen in debet geregistreerd.

De verplichting tot betaling van de rechten waarvan de vorderbaarheid blijkt uit arresten en vonnissen van hoven en rechtbanken houdende veroordeling, vereffening of rangregeling rust :

1° op de verweerders, elkeen in de mate waarin de veroordeling, vereffening of rangregeling te zijnen laste wordt uitgesproken of vastgesteld, en op de verweerders hoofdelijk in geval van hoofdelijke veroordeling;

2° op de eisers naar de mate van de veroordeling, vereffening of rangregeling, die ieder van hen heeft verkregen, zonder evenwel de helft van de sommen of waarden die ieder van hen als betaling ontvangt te overschrijden.

Zo op een vonnis of arrest verschuldigde rechten en boeten slaan op een overeenkomst waarbij de eigendom of het vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen overgedragen of aangewezen wordt, zijn die rechten en boeten ondeelbaar verschuldigd door de personen die partijen bij de overeenkomst zijn geweest.

De rechten en, in voorkomend geval, de geldboeten worden betaald binnen de termijn van één maand, te rekenen vanaf de dag van de verzending van het betalingsbericht bij ter post aangetekende brief door de ontvanger der registratie.

-------------------
Art. 35 : Lid 1: – 1° gewijzigd bij art. 48, § 4, W 05.07.1963
                   (B.S., 17.07.1963) en bij art. 5, 1°,
                   W 10.06.1997 (B.S., 19.07.1997), voor de
                   eerste maal van toepassing op de effecten
                   die ter betaling worden aangeboden vanaf
                   23.09.1997 (art. 10, KB 15.09.1997
                   (B.S., 23.09.1997));
                 – 2° opgeheven bij art. 2, 1°, W 19.06.1986
                   (B.S., 24.07.1986), met ingang van 01.11.1986
                   (art. 15);
                   opnieuw opgenomen bij art. 5, 2°, W 10.06.1997
                   (B.S., 19.07.1997), voor de eerste maal van
                   toepassing op de effecten die ter betaling
                   worden aangeboden vanaf 23.09.1997 (art. 10,
                   KB 15.09.1997 (B.S., 23.09.1997));
                 – 3° opgeheven bij art. 6, B, W 12.07.1960
                   (B.S., 09.11.1960), met ingang van 01.01.1961;
                 – 4° vervangen bij art. 20, W 01.07.1983
                   (B.S., 08.07.1983);
                 – 6° gewijzigd bij art. 13, KB 12.12.1996 (B.S.,
                   31.12.1996);
                   gewijzigd bij art. 61, W 22.12.1998
                   (B.S., 15.01.1999), met ingang van 01.04.1999;
                   gewijzigd bij art. 64, 1°, W 27.12.2006
                   (B.S. 28.12.2006), van toepassing op de akten
                   die dagtekenen vanaf 01.01.2007.
                 – 7° opgeheven bij art. 5, 3°, W 10.06.1997
                   (B.S., 19.07.1997), voor de eerste maal van
                   toepassing op de effecten die ter betaling
                   worden aangeboden vanaf 23.09.1997
                   (art. 10, KB 15.09.1997 (B.S., 23.09.1997));
                   hersteld bij art. 64, 2°, W 27.12.2006
                   (B.S. 28.12.2006), van toepassing op de akten
                   die dagtekenen vanaf 01.01.2007.
           Lid 2 vervangen bij art. 2, 2°, W 19.06.1986 (B.S.,
           24.07.1986), met ingang van 01.11.1986.
           Leden 3 tot 5 vervangen bij art. 139, W 22.12.1989
           (B.S., 29.12.1989), met ingang van 01.01.1990.

Artikel 36


Artikel 35, eerste lid, vindt geen toepassing op de voor notaris opgemaakte testamenten en andere akten als bedoeld in artikel 32, 1°, tweede lid, wanneer de betrokkenen het bedrag van de rechten en eventueel van de boeten uiterlijk daags vóór het verstrijken van de voor de registratie gestelde termijn in handen der notarissen niet hebben geconsigneerd.

-------------------
Art. 36 : Vervangen bij art. 8, W 12.07.1960
          (B.S., 09.11.1960);
          Vervangen bij art. 3, W 19.06.1986
          (B.S., 24.07.1986), met ingang van
          01.11.1986.

Artikel 37


Wanneer de rechten betreffende testamenten en andere in artikel 32, 1°, 2e alinea, bedoelde akten niet in handen der notarissen werden geconsigneerd, zijn ze ondeelbaar door de erfgenamen, legatarissen of begiftigden zomede door de testamentuitvoerders verschuldigd.

-------------------
Art. 37 : Gewijzigd bij art. 8, W 12.07.1960
          (B.S., 09.11.1960);
          Gewijzigd bij art. 4, W 19.06.1986
          (B.S., 24.07.1986), met ingang van
          01.11.1986.

Artikel 38


...

-------------------
Art. 38 : Vervangen bij art. 5, W 19.06.1986
          (B.S., 24.07.1986);
          Opgeheven bij art. 140, W 22.12.1989
          (B.S., 29.12.1989), met ingang van
          01.01.1990.