Hof van Cassatie, 2 mei 2002

... dat krachtens art. 1184, derde lid, B.W., de ontbinding van een wederkerige overeenkomst wegens wanprestatie in rechte moet gevorderd worden;

dat die regel ertoe strekt bij afwezigheid van een uitdrukkelijk ontbindend beding in het belang van de rechtszekerheid en de bilijkheid de ontbinding te onderwerpen aan de toetsing door de rechter;

overwegende dat die regel er niet aan in de weg staat dat een contractpartij in een wederkerige overeenkomst op eigen gezag en op eigen risico beslist haar verbintenissen niet uit te voeren en kennis geeft aan de wederpartij dat zij de overeenkomst als beeindigd beschouwt;

.... , de contractspartij geen fout heeft begaan door eenzijdig de overeenkomst als beeindigd te beschouwen.