Belgische Hof van Cassatie 15 juni 1999


Overwegende dat de middelen uitgaan van de veronderstelling dat de boedelbeschrijving, overeenkomstig artikel 1175 Gerechtelijk Wetboek, van de omvang van de gemeenschap van een huwelijksvermogensstelsel de roerende goederen van het eigen vermogen niet omvat, zodat eiseres deze laatste niet moest aangeven en de niet-aangifte onmogelijk strafbare vastheid in geschrifte kan opleveren;

Overwegende dat de vermelde boedelbeschrijving ertoe strekt uit te maken wat respectievelijk tot het gemeenschappelijk en tot het eigen vermogen behoort, zodat de echtgenoten verplicht zijn alles aan te geven wat van deze vermogens deel uitmaakt.

Dat de middelen falen naar recht.

Gepubliceerd in: Recente arresten van het Hof van Cassatie, 2000, p. 312. In hetzelfde tijdschrijft pagina 304 ev:

Boedelbeschrijving: waarborgen en sancties

1. De feiten
2. De boedelbescrhijving als dringende en voorlopige maatregel
3. De aard van de boedelbeschrijving: de boedelbeschrijving is een bewarende maatregel, maar heeft ook een balangrijke bewijsfunctie
4. De sancties bij onjuiste opgave in de boedelbeschrijving
5. Waarborgen voor een juiste en volledige boedelbeschrijving
6. Ten uitgeleide: naar een modernere vorm van boedelbeschrijving

Arrest van het Hof van Cassatie van 15 juni 1999
In dit arrest worden de principes uit het arrest van 29 oktober 1973 herhaald.