Gerechtelijk Wetboek - Deel
V : Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en
collectieve
schuldenregeling -
Titel II :
Bewarend beslag
Hoofdstuk III. - Bewarend beslag op onroerend goed
Art. 1429. Behoudens de regels in dit hoofdstuk gesteld, is
het
bewarend beslag op onroerend goed onderworpen aan de algemene regels
van het uitvoerend beslag op onroerend goed.
Art. 1430. Het verzoekschrift om bewarend beslag te leggen
op onroerende goederen ...
Art. 1431. De beschikking ...
Art. 1432. Aan het bewarend beslag op onroerend goed moet
geen bevel voorafgaan.
Het beslag wordt gedaan bij deurwaardersexploot, ...
Art. 1433. ... binnen een maand .... beslagexploot volgt,
dat ... ter overschrijving ... in het kantoor der hypotheken ..
Art. 1434..... Als dagtekening van de overschrijving geldt
... de dag van afgifte van het exploot.
...
Art. 1435. Een bewarend beslag op onroerend goed dat reeds
ter
overschrijving aangeboden of overgeschreven is, verhindert niet dat
wegens andere oorzaken een nieuw bewarend beslag op hetzelfde onroerend
goed wordt toegestaan, in welk geval er wordt gehandeld overeenkomstig
de artikelen 1433 en 1434.
Evenzo kan bewarend beslag worden toegestaan en
overgeschreven,
niettegenstaande reeds een bevel is overgeschreven dat aan het
uitvoerend beslag op onroerend goed is voorafgegaan, of een procedure
tot beslag op onroerend goed aan de gang is met betrekking tot
hetzelfde onroerend goed.
Art. 1436. Buiten het geval van schorsing, bedoeld in
artikel
1493, geldt het bewarend beslag op onroerend goed gedurende drie jaren
met ingang van de dagtekening der overschrijving.
Bij het verstrijken van deze termijn houdt het beslag van
rechtswege op gevolg te hebben, en van dit beslag wordt in de
hypothecaire getuigschriften geen melding meer gemaakt, tenzij de
overschrijving vernieuwd is, zoals gezegd is in de artikelen 1439 en
1493.
Art. 1437. De schuldeiser die bewijst dat er gegronde
redenen
zijn om het beslag te handhaven, kan gemachtigd worden om het te
vernieuwen, maar moet de vernieuwing vragen ten minste vijftien dagen
vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van
dat
beslag, op straffe van verval.
De vernieuwing wordt gevraagd bij een met redenen omkleed
verzoekschrift, samen met de in artikel 1430 voorgeschreven stukken in
te dienen bij de rechter die het beslag heeft toegestaan, door een
advocaat of een gerechtsdeurwaarder en door deze ondertekend.
Op dit verzoekschrift wordt beschikt binnen de in artikel
1418 bepaalde termijn.
De beschikking waarbij de vernieuwing geweigerd wordt, is
niet vatbaar voor hoger beroep.
Art. 1438. De beschikking waarbij de vernieuwing van het
beslag
wordt toegestaan, bevat een nauwkeurige aanwijzing van de te vernieuwen
overschrijving.
De vernieuwing geldt voor drie jaar. De nieuwe termijn gaat
in de dag waarop de overschrijving wordt vernieuwd.
Art. 1439. De beschikking wordt aan de schuldenaar betekend.
Zij
wordt als niet bestaande beschouwd, indien de vernieuwing van de
overschrijving niet gevraagd is vóór het
verstrijken van
de geldigheidsduur van het vroegere beslag.
De vernieuwing heeft plaats op overlegging aan de bewaarder
van
twee exemplaren van een verzoekschrift met nauwkeurige opgave van de te
vernieuwen overschrijving samen met de uitgifte van de beschikking en
het exploot van betekening, onverminderd de toepassing van artikel 90,
2e lid, van de wet van 16 december 1851, zo daartoe grond bestaat.
Art. 1440. Doorhaling van de overschrijvingen betreffende
bewarende beslagen op onroerend goed of betreffende hun vernieuwing
geschiedt overeenkomstig de artikelen 92 tot 94 van de hypotheekwet van
16 december 1851, waarvan artikel 92 gewijzigd is bij de wet van 10
oktober 1913.
Art. 1441. In geval van vrijwillige opheffing van de
overschrijving mag de schuldeiser de opheffing die hij ondertekend
heeft aan de bevoegde hypotheekbewaarder betekenen. Deze verricht de
doorhaling tegen afgifte van het exploot van betekening waaraan de akte
van opheffing gehecht blijft.
Art. 1442. Bewarend beslag op onroerend goed doet geen
voorrang
ontstaan ten voordele van de beslagleggende schuldeiser. Het verhindert
niet het beslag op onroerend goed.
Art. 1443. De schuldenaar blijft in het bezit van de in
beslag
genomen goederen. Hij mag het genot ervan hebben als een goed
huisvader, alle daden van beheer dienaangaande verrichten en over de
vruchten beschikken.
Wanneer het genot van de in beslag genomen goederen het
wezen
ervan kan veranderen, kan iedere belanghebbende aan de beslagrechter
vragen een sekwester aan te wijzen.
De beslagene mag geen houtkapping doen dan met verlof van
deze rechter. Dit verlof is niet vereist voor de sekwester.
Art. 1444. Vanaf de dag waarop het beslag is overgeschreven,
kan
geen daad van vervreemding of vestiging van hypotheek betreffende het
in beslag genomen onroerend goed worden ingeroepen tegen de schuldeiser
die bewarend beslag heeft gelegd.
Hetzelfde geldt voor de vervreemdingen of vestigingen van
hypotheek die aan de overschrijving van het beslag zijn voorafgegaan,
maar op dat tijdstip nog niet overgeschreven of ingeschreven waren.
De in de eerste twee leden bedoelde vervreemdingen of
vestigingen van hypotheek kunnen echter tegen de beslagleggende
schuldeiser worden ingeroepen, indien de verkrijger of de hypothecaire
schuldeiser een toereikend bedrag in consignatie geeft om de oorzaken
van het beslag in hoofdsom en toebehoren te voldoen, voor zover de
rechten van de beslaglegger nadien worden erkend. In geval van
betwisting wordt het bedrag van deze consignatie bepaald door de
beslagrechter.
De regel van het tweede lid vindt geen toepassing, wanneer
het betreft:
1° de vernieuwing van een vorige niet vervallen
hypothecaire inschrijving;
2° de wettelijke hypotheek die de invordering van
successierechten waarborgt, overeenkomstig de bepalingen van het
Wetboek der successierechten;
3° de wettelijke hypotheek die de invordering
waarborgt van
de directe belastingen in hoofdsom en opcentiemen en met bijvoeging van
de intresten en kosten, voor zover ze ingeschreven is binnen acht
werkdagen na de afgifte ter post van het bericht dat bedoeld is in
artikel 1432.
TITEL II. - BEWAREND BESLAG.
HOOFDSTUK III. - Bewarend beslag op onroerend goed.
Art. 1429. Behoudens de regels in dit hoofdstuk gesteld, is
het
bewarend beslag op onroerend goed onderworpen aan de algemene regels
van het uitvoerend beslag op onroerend goed.
Art. 1430. Het verzoekschrift om bewarend beslag te leggen
op
onroerende goederen bevat, behalve de in artikel 1026 voorgeschreven
vermeldingen, een opgave:
1° van de titel, de oorzaken en het bedrag of de
raming van de schuldvordering;
2° van de goederen waarop beslag moet worden gelegd;
3° de naam, voornamen, en woonplaats van de
schuldenaar.
Bij het verzoekschrift worden gevoegd:
1° een uittreksel uit de kadastrale legger
betreffende de goederen waarop beslag moet worden gelegd;
2° een getuigschrift van de hypotheekbewaarder met
eventuele
vermelding van alle bestaande inschrijvingen en alle overschrijvingen
van een bevel of een beslag betreffende die goederen.
Art. 1431. De beschikking vermeldt, op straffe van
nietigheid:
1° het bedrag waarvoor het beslag is toegestaan, in
hoofdsom, interest en kosten;
2° de onroerende goederen waarop beslag mag worden
gelegd, evenals hun kadastrale aanduiding.
Art. 1432. Aan het bewarend beslag op onroerend goed moet
geen bevel voorafgaan.
Het beslag wordt gedaan bij deurwaardersexploot, dat aan de
schuldenaar wordt betekend en, op straffe van nietigheid, bevat:
1° een afschrift van het verzoekschrift en van de
beschikking waarbij het beslag wordt toegestaan, of, indien het nog
niet is betekend, van het vonnis dat als toelating geldt, zoals bepaald
is in artikel 1414;
2° vermelding van de identiteit van de schuldenaar,
met
naam, voornamen, beroep, woonplaats en geboorteplaats en datum;
3° nauwkeurige aanwijzing van de in beslag genomen
goederen overeenkomstig artikel 1568;
4° het uittreksel uit de kadastrale legger.
Binnen vierentwintig uur na de handeling van beslag, zendt
de
optredende gerechtsdeurwaarder, bij ter post aangetekende brief, twee
exemplaren van een bericht aan de ontvanger van belastingen in wiens
ambtsgebied de eigenaar of de vruchtgebruiker van het goed zijn
woonplaats heeft of zijn hoofdverblijfplaats, alsmede aan de ontvanger
van belastingen van de plaats waar het goed gelegen is. Het bericht
bevat aanduiding van het inbeslaggenomen goed en van de som ten belope
waarvan beslag is gelegd. Bij niet-naleving van deze bepaling kan de
gerechtsdeurwaarder er persoonlijk toe gehouden zijn de gewaarborgde
belastingen te betalen, echter slechts tot beloop van het bedrag
waarvoor beslag is gelegd.
Art. 1433. De beschikking waarbij bewarend beslag op
onroerend
goed wordt toegestaan, wordt als niet-bestaande beschouwd, indien
binnen een maand na haar dagtekening niet een beslagexploot volgt, dat
binnen de genoemde termijn behoorlijk ter overschrijving is aangeboden
in het kantoor der hypotheken van de plaats waar de goederen gelegen
zijn.
Art. 1434. De overschrijving wordt door de
hypotheekbewaarder,
op straffe van schadevergoeding, gedaan uiterlijk binnen acht dagen na
de afgifte van het beslagexploot. Als dagtekening van de overschrijving
geldt evenwel de dag van afgifte van het exploot.
Kan de hypotheekbewaarder de overschrijving van het
beslagexploot niet verrichten op het ogenblik dat zij wordt gevorderd,
dan vermeldt hij op de originele exploten die hem worden gelaten de dag
en het uur waarop zij hem worden overhandigd.
Art. 1435. Een bewarend beslag op onroerend goed dat reeds
ter
overschrijving aangeboden of overgeschreven is, verhindert niet dat
wegens andere oorzaken een nieuw bewarend beslag op hetzelfde onroerend
goed wordt toegestaan, in welk geval er wordt gehandeld overeenkomstig
de artikelen 1433 en 1434.
Evenzo kan bewarend beslag worden toegestaan en
overgeschreven,
niettegenstaande reeds een bevel is overgeschreven dat aan het
uitvoerend beslag op onroerend goed is voorafgegaan, of een procedure
tot beslag op onroerend goed aan de gang is met betrekking tot
hetzelfde onroerend goed.
Art. 1436. Buiten het geval van schorsing, bedoeld in
artikel
1493, geldt het bewarend beslag op onroerend goed gedurende drie jaren
met ingang van de dagtekening der overschrijving.
Bij het verstrijken van deze termijn houdt het beslag van
rechtswege op gevolg te hebben, en van dit beslag wordt in de
hypothecaire getuigschriften geen melding meer gemaakt, tenzij de
overschrijving vernieuwd is, zoals gezegd is in de artikelen 1439 en
1493.
Art. 1437. De schuldeiser die bewijst dat er gegronde
redenen
zijn om het beslag te handhaven, kan gemachtigd worden om het te
vernieuwen, maar moet de vernieuwing vragen ten minste vijftien dagen
vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van
dat
beslag, op straffe van verval.
De vernieuwing wordt gevraagd bij een met redenen omkleed
verzoekschrift, samen met de in artikel 1430 voorgeschreven stukken in
te dienen bij de rechter die het beslag heeft toegestaan, door een
advocaat of een gerechtsdeurwaarder en door deze ondertekend.
Op dit verzoekschrift wordt beschikt binnen de in artikel
1418 bepaalde termijn.
De beschikking waarbij de vernieuwing geweigerd wordt, is
niet vatbaar voor hoger beroep.
Art. 1438. De beschikking waarbij de vernieuwing van het
beslag
wordt toegestaan, bevat een nauwkeurige aanwijzing van de te vernieuwen
overschrijving.
De vernieuwing geldt voor drie jaar. De nieuwe termijn gaat
in de dag waarop de overschrijving wordt vernieuwd.
Art. 1439. De beschikking wordt aan de schuldenaar betekend.
Zij
wordt als niet bestaande beschouwd, indien de vernieuwing van de
overschrijving niet gevraagd is vóór het
verstrijken van
de geldigheidsduur van het vroegere beslag.
De vernieuwing heeft plaats op overlegging aan de bewaarder
van
twee exemplaren van een verzoekschrift met nauwkeurige opgave van de te
vernieuwen overschrijving samen met de uitgifte van de beschikking en
het exploot van betekening, onverminderd de toepassing van artikel 90,
2e lid, van de wet van 16 december 1851, zo daartoe grond bestaat.
Art. 1440. Doorhaling van de overschrijvingen betreffende
bewarende beslagen op onroerend goed of betreffende hun vernieuwing
geschiedt overeenkomstig de artikelen 92 tot 94 van de hypotheekwet van
16 december 1851, waarvan artikel 92 gewijzigd is bij de wet van 10
oktober 1913.
Art. 1441. In geval van vrijwillige opheffing van de
overschrijving mag de schuldeiser de opheffing die hij ondertekend
heeft aan de bevoegde hypotheekbewaarder betekenen. Deze verricht de
doorhaling tegen afgifte van het exploot van betekening waaraan de akte
van opheffing gehecht blijft.
Art. 1442. Bewarend beslag op onroerend goed doet geen
voorrang
ontstaan ten voordele van de beslagleggende schuldeiser. Het verhindert
niet het beslag op onroerend goed.
Art. 1443. De schuldenaar blijft in het bezit van de in
beslag
genomen goederen. Hij mag het genot ervan hebben als een goed
huisvader, alle daden van beheer dienaangaande verrichten en over de
vruchten beschikken.
Wanneer het genot van de in beslag genomen goederen het
wezen
ervan kan veranderen, kan iedere belanghebbende aan de beslagrechter
vragen een sekwester aan te wijzen.
De beslagene mag geen houtkapping doen dan met verlof van
deze rechter. Dit verlof is niet vereist voor de sekwester.
Art. 1444. Vanaf de dag waarop het beslag is overgeschreven,
kan
geen daad van vervreemding of vestiging van hypotheek betreffende het
in beslag genomen onroerend goed worden ingeroepen tegen de schuldeiser
die bewarend beslag heeft gelegd.
Hetzelfde geldt voor de vervreemdingen of vestigingen van
hypotheek die aan de overschrijving van het beslag zijn voorafgegaan,
maar op dat tijdstip nog niet overgeschreven of ingeschreven waren.
De in de eerste twee leden bedoelde vervreemdingen of
vestigingen van hypotheek kunnen echter tegen de beslagleggende
schuldeiser worden ingeroepen, indien de verkrijger of de hypothecaire
schuldeiser een toereikend bedrag in consignatie geeft om de oorzaken
van het beslag in hoofdsom en toebehoren te voldoen, voor zover de
rechten van de beslaglegger nadien worden erkend. In geval van
betwisting wordt het bedrag van deze consignatie bepaald door de
beslagrechter.
De regel van het tweede lid vindt geen toepassing, wanneer
het betreft:
1° de vernieuwing van een vorige niet vervallen
hypothecaire inschrijving;
2° de wettelijke hypotheek die de invordering van
successierechten waarborgt, overeenkomstig de bepalingen van het
Wetboek der successierechten;
3° de wettelijke hypotheek die de invordering
waarborgt van
de directe belastingen in hoofdsom en opcentiemen en met bijvoeging van
de intresten en kosten, voor zover ze ingeschreven is binnen acht
werkdagen na de afgifte ter post van het bericht dat bedoeld is in
artikel 1432.