Belgisch Gerechtelijk Wetboek - Deel V : Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling:  Titel III. Gedwongen tenuitvoerlegging

Hoofdstuk VI. - Uitvoerend beslag op onroerend goed

Art. 1560. Goederen waarop de schuldeiser kan uitwinnen

Art. 1561. Het onverdeelde aandeel van de schuldenaar

Art. 1562. Uitwinning tegen gehuwden

Art. 1563. Volgorde der uitwinning

Art. 1564. Bevel tot betaling

Art. 1565. Overschrijving van het bevel tot betaling - Verschillende onroerende goederen

Art. 1566. Uitvoerend beslag op onroerend goed kan niet worden gedaan dan vijftien dagen na het bevel.

Art. 1567. Exploot van beslaglegging

Art. 1568. Verplichte vermeldingen in het exploot van beslaglegging

Art. 1569. Overschrijving van het beslagexploot

Art. 1570. Termijn overschrijving beslagexploot

Art. 1571. Saisie sur saisie ne vaut

Art. 1572. De beslagene als gerechtelijk sekwester

Art. 1573. De natuurlijke vruchten en de vruchten van nijverheid

Art. 1574. Houtkap of beschadiging

Art. 1575. Huurcontracten

Art. 1576. Huur- en pachtgelden

Art. 1577. Vervreemding en hypotheken

Art. 1578. Consignatie

Art. 1579. Consignatie

Art. 1580. Benoeming notaris

Art. 1580bis. De verkoop uit de hand

Art. 1580ter.

Art. 1580quater.

Art. 1581. De uitgifte van de beschikking tot benoeming van de notaris

Art. 1582. Verkoopsvoorwaarden

Art. 1583. Rechtsvordering tot ontbinding

Art. 1584. Binnen acht dagen na de dag van het laatste exploot van betekening, wordt van de in artikel 1582 bedoelde aanmaning melding gemaakt op de kant van de overschrijving van het beslag op het hypotheekkantoor. Vanaf de dag van de vermelding is het beslag gemeen aan de ingeschreven schuldeisers, en kan het niet meer doorgehaald worden dan met hun toestemming en met toestemming van degenen die hun bevel hebben doen overschrijven of krachtens vonnissen tegen hen gewezen.

Art. 1585. Het bedrag van de kosten die ten laste van de koper zullen vallen

Art. 1586. Op de voor de toewijzing bepaalde dag wordt daartoe overgegaan op verzoek van de vervolgende partij, en bij gebreke van deze, op verzoek van een der ingeschreven schuldeisers of van een der schuldeisers wier bevel is overgeschreven.

Art. 1587. De toewijzing

Art. 1588. tweede zitdag voor de verkoop

Art. 1589. weigeren bod

Art. 1590. lastgever aanwijzen

Art. 1591. wie niet als bieders mogen worden aangenomen

Art. 1592. recht van hoger bod

Art. 1593. bekendmaking recht van hoger bod

Art. 1594. aankondiging zitdag voor de definitieve toewijzing ten gevolge van een hoger bod

Art. 1595. De titel van de koper

Art. 1596. Betaling van de kosten

Art. 1597. De buitengewone kosten van vervolging worden bij voorrecht op de prijs betaald, wanneer de rechter aldus heeft beschikt.

Art. 1598. Betekening aan de beslagene van een uittreksel uit de akte van toewijzing

Art. 1599. De toewijzing doet op de koper geen andere rechten op de eigendom overgaan dan die welke aan de beslagene toebehoren. Evenwel mag de koper niet worden gestoord door enige eis tot ontbinding die niet overeenkomstig artikel 1583 is ingesteld of niet berecht is vóór de toewijzing.

Art. 1600. rouwkoop

Art. 1601. Indien de herveiling ten laste van de gebrekkige koper vervolgd wordt vóór de afgifte van het proces-verbaal van toewijzing, doet hij die de herveiling vervolgt zich door de notaris een getuigschrift afgeven waaruit blijkt dat de koper niet bewezen heeft dat aan de verkoopsvoorwaarden is voldaan. In geval van verzet tegen de afgifte van het getuigschrift wordt daarover, op verzoek van de meest gerede partij, uitspraak gedaan zonder hoger beroep. Indien de herveiling wegens het niet-nakomen van de veilingsvoorwaarden wordt vervolgd na afgifte van het proces-verbaal, moet de vervolgende partij bewijzen dat de koper in gebreke is gesteld.

Art. 1602. Op verzoekschrift van de vervolgende partij, waarbij ofwel het getuigschrift ofwel het bewijs van de ingebrekestelling van de koper wordt gevoegd, bepaalt de notaris de dag van de nieuwe toewijzing. In dat geval worden nieuwe biljetten aangeslagen en nieuwe aankondigingen opgenomen zoals in de veilingsvoorwaarden is bepaald. Die biljetten en aankondigingen vermelden bovendien de naam en de woonplaats van de gebrekige koper, het bedrag van de toewijzing en de plaats, de dag en het uur waarop de herveiling volgens de vroegere verkoopsvoorwaarden zal plaatshebben. Tussen het aanslaan van de nieuwe biljetten en het opnemen van de aankondigingen, en de toewijzing moeten ten minste tien dagen verlopen. 

Art. 1603. de plaats, de dag en het uur van de verkoop 

Art. 1604. Indien de gebrekkige koper bewijst dat hij aan de verkoopsvoorwaarden heeft voldaan en een op verzoekschrift door de rechter bepaalde som in bewaring heeft gegeven voor de herveilingskosten, heeft de toewijzing niet plaats. De rechter kan geen uitstel aan de gebrekkige koper verlenen. 

Art. 1605. de toewijzing na herveiling. 

Art. 1606. het verschil tussen de prijs waarvoor hij heeft gekocht en die van de herveiling, ..

Art. 1607. Indien twee beslagleggers ... Samenvoeging

Art. 1608. Indien een tweede ter overschrijving aangeboden beslag van grotere omvang is dan het eerste, wordt het overgeschreven voor de goederen die niet in het eerste begrepen zijn. De tweede beslaglegger is gehouden het op zijn verzoek gedane beslag aan te zeggen aan de eerste beslaglegger, die beide beslagleggingen vervolgt indien zij in gelijke staat zijn; zo niet schorst hij het eerste beslag en vervolgt het tweede totdat het in gelijke staat is; zij worden dan in een enkele vervolging samengevoegd. 

Art. 1609. Verzoek tot indeplaatsstelling

Art. 1610. De indeplaatsstelling 

Art. 1611. De vordering tot indeplaatsstelling 

Art. 1612. Wanneer een uitvoerend beslag op onroerend goed doorgehaald is, kan de meest gerede van de latere beslagleggers zijn beslag voortzetten, al heeft hij zich niet de eerste aangemeld voor de overschrijving.

Art. 1613. De vordering om alle goederen of een gedeelte ervan aan het beslag te onttrekken 

Art. 1614. Indien de vordering tot onttrekking 

Art. 1615. De vordering tot onttrekking 

Art. 1618. Het overlijden of de verandering van staat 

Art. 1619. Indien slechts een gedeelte van de goederen die van een zelfde bedrijf afhangen, in beslag genomen is, kan de schuldenaar vragen dat het overige in dezelfde toewijzing wordt begrepen. 

Art. 1620. Dezelfde eis kunnen instellen of kunnen zich erbij aansluiten: de voogd over de minderjarige of de onbekwaamverklaarde en de voorlopige bewindvoerder over de in een krankzinnigengesticht geplaatste of ten huize afgezonderde persoon, die optreden krachtens een bijzondere machtiging van de familieraad die niet moet worden gehomologeerd; de ontvoogde minderjarige, bijgestaan door zijn curator; en in het algemeen alle wettelijke bewindvoerders over andermans goederen. 

Art. 1621. Wanneer er voor de overschrijving van het beslag een vonnis bestaat dat de verkoop van de in beslag genomen onroerende goederen beveelt, hetzij krachtens de artikelen 1186 tot 1191 of 1211, hetzij in enig ander geval waarin de verkoop van de onroerende goederen bij opbod geschiedt, krachtens rechterlijke beslissingen, kan de beslagene, na die overschrijving, de beslaglegger voor de rechter van de plaats waar de goederen gelegen zijn, oproepen om de vervolging van het uitvoerend beslag op onroerend goed gedurende een door deze rechter te bepalen termijn te schorsen, terwijl alles in dezelfde staat blijft. De termijn mag ten hoogste twee maanden bedragen. Indien de verkoop bij het verstrijken van de gestelde termijn niet geschiedt krachtens het vonnis waarbij hij is bevolen, kan de beslaglegger de vervolging hervatten zonder dat een nieuwe beslissing nodig is. Tegen de beschikking is geen verzet of hoger beroep toegelaten. 

Art. 1622. Nietigverklaring van de toewijs

Art. 1623. zwarigheden omtrent de tenuitvoerlegging rijzen

Art. 1624. beslissing bij verstek 

Art. 1625. Het hoger beroep 

Art. 1626. Het beding dat de schuldeiser, bij niet-nakoming van de jegens hem aangegane verbintenissen, het recht heeft de onroerende goederen van zijn schuldenaar te doen verkopen zonder inachtneming van de formaliteiten voorgeschreven voor het uitvoerend beslag op onroerend goed, wordt als niet bestaande beschouwd.

Wetsgeschiedenis - Wettekst