Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken

Hoofdstuk I. Gebruik der talen voor de burgerlijke rechtbanken en de rechtbanken van koophandel van de eerste aanleg

Hoofdstuk II. Gebruik der talen bij het vooronderzoek en het onderzoek in strafzaken, alsmede voor de strafgerechten in eerste aanleg en voor de hoven van assisen

[Hoofdstuk IIbis. Gebruik der talen voor de strafuitvoeringsrechtbank]

Hoofdstuk III. Gebruik der talen voor de rechtsmachten in hoger beroep

Hoofdstuk IV. Gebruik der talen voor het Hof van Verbreking

Hoofdstuk V. Algemene beschikkingen

Hoofdstuk VI. Rechterlijke inrichting. Kennis van de talen door de magistraten, gezworenen en griffiers

Hoofdstuk VII. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk VIII. Inwerkingtreding