Strafwetboek : Boek 2 : Titel IX. - Misdaden en wanbedrijven tegen eigendommen: Hoofdstuk II. - Bedrog

Afdeling I. - (Misdrijven die verband houden met de staat van faillissement.) <W 1997-08-08/80, art. 117, Inwerkingtreding : 01-01-1998>

  Art. 489. (Zie NOTA 1 onder TITEL) <W 1997-08-08/80, art. 118, 019; Inwerkingtreding : 01-01-1998> Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft de kooplieden die zich in staat van faillissement bevinden in de zin van artikel 2 van de faillissementswet, of de bestuurders ", in rechte of in feite, van handelsvennootschappen die zich in staat van faillissement bevinden, die :
  1° zonder voldoende tegenprestatie, ten behoeve van derden met inachtneming van de financiële toestand van de onderneming te aanzienlijke verbintenissen hebben aangegaan
  2° zonder wettig verhinderd te zijn, verzuimd hebben de verplichtingen gesteld bij artikel 53 van de faillissementswet na te leven.

  Art. 489bis. <inséré par L 1997-08-08/80, art. 119, 019; Inwerkingtreding : 01-01-1998> Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft de personen bedoeld in artikel 489 die :
  1° met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, aankopen hebben gedaan tot wederverkoop beneden de koers of toegestemd hebben in leningen, effectencirculaties en andere al te kostelijke middelen om zich geld te verschaffen;
  2° verdichte uitgaven of verliezen hebben opgegeven of geen verantwoording hebben verschaft van het bestaan of van de aanwending van de activa of een deel ervan, zoals zij uit de boekhoudkundige stukken blijken op de datum van staking van betaling, en van alle goederen van welke aard ook, die zij naderhand zouden hebben verkregen;
  3° met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, een schuldeiser ten nadele van de boedel betaald of bevoordeeld hebben;
  4° met hetzelfde oogmerk, verzuimd hebben binnen de bij artikel 9 van de faillissementswet gestelde termijn aangifte te doen van het faillissement; wetens verzuimd hebben naar aanleiding van de aangifte van het faillissement de inlichtingen vereist bij artikel 10 van dezelfde wet te verstrekken; wetens naar aanleiding van de aangifte van het faillissement of naderhand, op de vragen van de rechter-commissaris of van de curators, onjuiste inlichtingen hebben verstrekt.

  Art. 489ter. <ingevoegd bij W 1997-08-08/80, art. 120, 019; Inwerkingtreding : 01-01-1998> Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank worden gestraft de in artikel 489 bedoelde personen die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden :
  1° een gedeelte van de activa hebben verduisterd of verborgen;
  2° de boeken of bescheiden bedoeld in hoofdstuk I van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, geheel of gedeeltelijk hebben doen verdwijnen; poging tot die wanbedrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank.
  Zij die zich aan die wanbedrijven of poging daartoe schuldig hebben gemaakt, kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.

  Art. 489quater. <ingevoegd bij W 1997-08-08/80, art. 121, 019; Inwerkingtreding : 01-01-1998> De strafvordering terzake van de strafbare feiten omschreven in de artikelen 489, 489bis en 489ter wordt vervolgd los van enige vordering die bij de rechtbank van koophandel mocht zijn ingesteld. Nochtans kan de staat van faillissement voor de strafrechter niet worden betwist wanneer hij vastgesteld is bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de rechtbank van koophandel of van het hof van beroep aan het slot van een procedure waarbij de beklaagde partij was, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger van de gefailleerde vennootschap.

  Art. 489quinquies. <ingevoegd bij W 1997-08-08/80, art. 122, 019; Inwerkingtreding : 01-01-1998> Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen worden gestraft zij die bedrieglijk :
  1° in het belang van de failliet verklaarde koopman of handelsvennootschap, zelfs zonder de medewerking van de koopman of van de bestuurders, in rechte of in feite, van de vennootschap, de activa geheel of ten dele wegnemen, verbergen of helen;
  2° verdichte of overdreven schuldvorderingen bij het faillissement indienen en bevestigen in eigen naam of door tussenpersonen.

  Art. 489sexies. <ingevoegd bij W 1997-08-08/80, art. 123, 019; Inwerkingtreding : 01-01-1998> Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank wordt gestraft de curator die zich schuldig maakt aan ontrouw in zijn beheer. Hij wordt daarenboven veroordeeld tot teruggave en schadeloosstelling die aan de boedel is verschuldigd. De schuldige kan bovendien veroordeeld worden tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.

  Art. 490. <W 1997-08-08/80, art. 124, 019; Inwerkingtreding : 01-01-1998> Alle arresten of vonnissen van veroordeling tot een gevangenisstraf, uitgesproken krachtens de artikelen 489, 489bis en 489ter, bevelen dat de beslissing op kosten van de veroordeelde bij uittreksel zal worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  Het uittreksel bevat :
  1° de naam, de voornamen, de plaats en datum van geboorte, alsmede het adres en het inschrijvingsnummer in het handelsregister, van de veroordeelden en, in voorkomend geval, de handelsnaam of de benaming en de zetel van de faillietverklaarde handelsvennootschappen waarvan zij in rechte of in feite bestuurder zijn;
  2° de datum van het arrest of van het vonnis van veroordeling en het gerecht dat het heeft uitgesproken;
  3° de strafbare feiten die tot de veroordelingen aanleiding hebben gegeven en de uitgesproken straffen; wanneer, wegens eenheid van opzet, een enkele straf is uitgesproken uit hoofde van een van de voornoemde strafbare feiten en uit hoofde van andere strafbare feiten, vermelden de uittreksels alle strafbare feiten die met deze ene straf worden gestraft.

  Art. 490bis. <W 1997-08-08/80, art. 141, 019; Inwerkingtreding : 01-01-1998> Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die bedrieglijk zijn onvermogen heeft bewerkt en aan de op hem rustende verplichtingen niet heeft voldaan.
  Dat de schuldenaar zijn onvermogen heeft bewerkt, kan worden afgeleid uit enige omstandigheid waaruit blijkt dat hij zich onvermogend heeft willen maken.
  Ten aanzien van de derde die mededader of medeplichtig is, vervalt de strafvordering wanneer hij de hem overhandigde goederen teruggeeft.