Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Wetsgeschiedenis

11 JANUARI 1993. - [Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme]. <W 2004-01-12/30, art. 2, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004> <NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-02-1993 en tekstbijwerking tot 10-05-2006>

Hoofdstuk I. - Algemene bepalingen.


  Artikel 1. Deze wet past de richtlijn toe van de Raad 91/308/EEG van 10 juni 1991, tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld.

  Art. 2. (De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op de hierna vermelde (ondernemingen en personen) : <W 1998-08-10/05, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 25-10-1998>
  1° de Nationale Bank van België;
  2° de kredietinstellingen die zijn ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 13 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en de in België gevestigde en overeenkomstig artikel 65 van voornoemde wet geregistreerde bijkantoren van kredietinstellingen die onder een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap ressorteren;
  3° (de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht die een vergunning hebben als beursvennootschap overeenkomstig artikel 47, § 1er, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs;) <W 1998-08-10/05, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 25-10-1998>
  4° de in België gevestigde verzekeringsondernemingen die, met toepassing van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, gemachtigd worden voor de uitoefening van het levensverzekeringsbedrijf;
  5° de Post;
  6° (de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht die een vergunning hebben als vennootschap voor makelariij in financiële instrumenten overeenkomstig artikel 47, § 1er, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs;) <W 1998-08-10/05, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 25-10-1998>
  7° de Deposito- en Consignatiekas;
  8° (de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht die een vergunning hebben als vennootschap voor vermogensbeheer, overeenkomstig artikel 47, § 1er, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs;) <W 1998-08-10/05, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 25-10-1998>
  9° (de in Belgïe gevestigde vennootschappen voor beleggingsadvies als bedoeld in artikel 123 van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs;) <W 1998-08-10/05, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 25-10-1998>
  10° (de in België gevestigde personen als bedoeld in artikel 139, eerste lid, 1°, van voornoemde wet van 6 april 1995, die beroepshalve verrichtingen uitvoeren als bedoeld in de artikelen 137, tweede lid, en 139bis, tweede lid, van dezelfde wet;) <KB 2004-09-21/41, art. 1, 014 ; Inwerkingtreding : 06-10-2004>
  (11° de hypothecaire ondernemingen, ingeschreven met toepassing van artikel 43 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;
  12° de natuurlijke personen of rechtspersonen, erkend met toepassing van artikel 74 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet;
  13° de natuurlijke personen of de rechtspersonen die kredietkaarten uitgeven of beheren;
  14° de leasingondernemingen, erkend met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 55 van 10 november 1967 tot regeling van het juridisch statuut der ondernemingen gespecialiseerd in financieringshuur.) <KB 1995-03-24/33, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 23-04-1995>
  (15° de bijkantoren in Belgïe van beleggingsondernemingen die onder het recht van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap ressorteren, als bedoeld in artikel 110 van voornoemde wet van 6 april 1995;
  16° de bijkantoren in Belgïe van beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap, als bedoeld in artikel 111 van voornoemde wet van 6 april 1995;
  17° (de vastgoedmakelaars als bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 6 september 1993 tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van vastgoedmakelaar, die activiteiten uitoefenen als bedoeld in artikel 3 van hetzelfde besluit, en de landmeters-experten ingeschreven op het tableau als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten, wanneer zij gereglementeerde activiteiten van vastgoedmakelaar uitoefenen in toepassing van artikel 4, 1°, van bovenvermeld koninklijk besluit van 6 september 1993;) <KB 2005-12-15/42, art. 23, 015; Inwerkingtreding : onbepaald en ten laatste op 31-03-2006>
  18° (de bewakingsondernemingen die met toepassing van de artikelen 1, § 1, 3°, en 2 van de wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, een vergunning hebben verkregen om diensten te verlenen van toezicht op en bescherming bij het vervoer van waarden); <W 2004-01-12/30, art. 3, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004>
  (19° de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht die een vergunning hebben als vennootschap voor plaatsing van orders in financiële instrumenten overeenkomstig artikel 47, § 1, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs.) <KB 1999-12-28/33, art. 1, 011; Inwerkingtreding : 31-12-1999>
  (20° de marktondernemingen van de Belgische gereglementeerde markten, behoudens wat hun openbare opdrachten betreft;
  21° handelaren in diamant die geregistreerd zijn bij toepassing van artikel 169, § 3, van de programmawet van 2 augustus 2002;
  22° verzekeringsbemiddelaars zoals bedoeld in de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, die hun beroepsactiviteiten buiten elke exclusieve agentuurovereenkomst uitoefenen in de groep van activiteiten " leven " waarvan sprake in de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen.) <W 2004-01-12/30, art. 3, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004>
  (23° de in België gevestigde derivatenspecialisten bedoeld in artikel 45bis van voornoemde wet van 6 april 1995.) <KB 2004-09-21/41, art. 1, 014 ; Inwerkingtreding : 06-10-2004>
  (24° de beheersvennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht, die een vergunning hebben overeenkomstig artikel 140 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles;
  25. de bijkantoren in België van beheersvennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische ruimte, als bedoeld in artikel 203 van voornoemde wet van 20 juli 2004;
  26° de bijkantoren in België van beheersvennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische ruimte, als bedoeld in artikel 204 van voornoemde wet van 20 juli 2004.) <KB 2006-05-01/38, art. 1, 016; Inwerkingtreding : 10-05-2006>
  De Koning kan andere (ondernemingen of personen) op de in het eerste lid voorziene lijst plaatsen. <W 1998-08-10/05, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 25-10-1998>
  Hij kan bovendien de lijst aanpassen in het kader van de uitvoering van andere wetsbepalingen.

  Art. 2bis. <Ingevoegd bij W 1998-08-10/05, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 25-10-1998> Voor zover zij daarin uitdrukkelijk voorzien, zijn de bepalingen van deze wet eveneens van toepassing op de hierna vermelde personen :
  1° de notarissen;
  2° de gerechtsdeurwaarders;
  3° de natuurlijke personen of rechtspersonen die lid zijn van het Instituut der Bedrijfsrevisoren, overeenkomstig artikel 4 tot 4ter van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut der Bedrijfrevisoren, die in België activiteiten uitoefenen;
  4° (de natuurlijke personen of rechtspersonen ingeschreven op de lijst van de externe accountants en op de lijst van de externe belastingconsulenten als bedoeld in artikel 5, § 1, van de wet van 22 april 1999 betreffende boekhoudkundige en fiscale beroepen, alsook de natuurlijke personen en rechtspersonen ingeschreven op het tableau van de erkende boekhouders en op het tableau van de erkende boekhouders-fiscalisten als bedoeld in artikel 46 van voornoemde wet.) <W 1999-04-22/36, art. 57, 008; Inwerkingtreding : 29-06-1999>
  5° (de natuurlijke personen of de rechtspersonen die één of meer kansspelen van klasse I exploiteren, bedoeld in de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers.) <W 1999-05-07/77, art. 75, 010; Inwerkingtreding : 31-07-2001>

  Art. 2ter. <Ingevoegd bij W 2004-01-12/30, art. 4, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004> Voor zover zij daarin uitdrukkelijk voorzien, zijn de bepalingen van deze wet eveneens van toepassing op de advocaten :
  1° wanneer zij hun cliënt bijstaan bij het voorbereiden of uitvoeren van verrichtingen in verband met :
  a) de aan- of verkoop van onroerend goed of bedrijven;
  b) het beheren van diens geld, waardepapieren of andere activa;
  c) de opening of het beheer van bank-, spaar- of effectenrekeningen;
  d) het organiseren van inbreng die nodig is voor de oprichting, de uitbating of het beheer van vennootschappen;
  e) de oprichting, uitbating of het beheer van trusts, vennootschappen of soortgelijke structuren;
  2° of wanneer zij optreden in naam en voor rekening van hun cliënt in enigerlei financiële verrichtingen of verrichtingen in onroerend goed.

  Art. 3. § 1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder "witwassen van geld" :
  - de omzetting of overdracht van geld of activa met de bedoeling die illegale herkomst ervan te verbergen of te verdoezelen of een persoon die betrokken is bij een misdrijf waaruit die geld of deze activa voortkomen, te helpen ontkomen aan de rechtsgevolgen van zijn daden;
  - het verhelen of verhullen van de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van geld of activa waarvan men de illegale herkomst kent;
  - de verwerving, het bezit of het gebruik van geld of activa waarvan men de illegale herkomst kent;
  - de deelneming aan, de medeplichtigheid tot, de poging tot, de hulp aan, het aanzetten tot, het vergemakkelijken van of het geven van raad betreffende een van de in de drie voorgaande punten bedoelde daden.
  (§ 1bis. Voor de toepassing van deze wet wordt financiering van terrorisme verstaan in de zin van artikel 2, § 2, b), van het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijdingen en van artikel 2 van het Internationaal verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme, goedgekeurd te New York op 9 december 1999.) <W 2004-01-12/30, art. 5, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004>
  § 2. (Voor de toepassing van deze wet is de herkomst van geld of activa illegaal wanneer deze voortkomen uit :
  1° een misdrijf dat in verband staat met :
  - (terrorisme of de financiering van terrorisme); <W 2004-01-12/30, art. 5, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004>
  - georganiseerde misdaad;
  - illegale drughandel;
  - illegale handel in wapens, goederen en koopwaren;
  - handel in clandestiene werkkrachten;
  - mensenhandel;
  - exploitatie van de prostitutie;
  - (illegaal gebruik bij dieren van stoffen met hormonale werking of illegale handel in dergelijke stoffen); <W 2004-01-12/30, art. 5, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004>
  - illegale handel in menselijke organen of weefsels;
  - fraude ten nadele van de financiële belangen (van de Europese Gemeenschappen); <W 2004-01-12/30, art. 5, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004>
  - ernstige en georganiseerde fiscale fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen of procédés van internationale omvang worden aangewend;
  - (verduistering door personen die een openbare functie uitoefenen en omkoping); <W 2004-01-12/30, art. 5, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004>
  (- ernstige milieucriminaliteit;
  - namaak van muntstukken of bankbiljetten;
  - namaak van goederen;
  - zeeroverij.) <W 2004-01-12/30, art. 5, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004>
  2° een beursmisdrijf (, het onwettig openbaar aantrekken van spaargelden of het verlenen van beleggingsdiensten, diensten van valutahandel of van geldoverdracht zonder vergunning); <W 2004-01-12/30, art. 5, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004>
  3° (een oplichting, een misbruik van vertrouwen, een misbruik van vennootschapsgoederen), een gijzeling, een diefstal of afpersing met geweld of bedreiging, of (een misdrijf dat verband houdt met de staat van faillissement).) <W 1995-04-07/57, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 1995-04-07/57, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 20-05-1995> <W 2004-01-12/30, art. 5, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004>
  § 3. De (in de artikelen 2, 2bis en 2ter) beoogde ondernemingen en personen verlenen hun volledige medewerking aan de toepassing van deze wet, om alle daden (van witwassen van geld en van financiering van terrorisme) te identificeren. <W 2004-01-12/30, art. 5, 013; ED : 02-02-2004>

Hoofdstuk II. - Identificatie van de cliënten en interne organisatie op het niveau van de (in de artikelen 2, 2bis en 2ter) beoogde ondernemingen en personen. <W 2004-01-12/30, art. 6, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004>

Hoofdstuk IIbis. - Beperking van de betalingen in contanten. <Ingevoegd bij W 2004-01-12/30, art. 16; Inwerkingtreding : 02-02-2004>

Hoofdstuk III. - Informatieverstrekking tussen de (in de artikelen 2, 2bis en 2ter) beoogde ondernemingen of personen en de met de bestrijding van (het witwassen van geld en de financiering van terrorisme) belaste overheden. <W 1998-08-10/05, art. 14, 007; Inwerkingtreding : 25-10-1998> <W 2004-01-12/30, art. 20, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004>

Hoofdstuk IV. - Controle- of toezichthoudende overheden.

Hoofdstuk V. - (Sancties bij niet-naleving van artikel 10ter). <W 2004-01-12/30, art. 36, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004>

Hoofdstuk VI. - Overgangsbepaling.

Hoofdstuk VII. - Slotbepaling.


Wetsgeschiedenis met volledige wettekst