Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Hoofdstuk V. - (Sancties bij niet-naleving van artikel 10ter). <W 2004-01-12/30, art. 36, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004>

  Art. 23. <Hersteld bij W 2004-01-12/30, art. 37, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004> Overeenkomstig artikel 113 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, worden de overtredingen van de bepalingen van artikel 10ter vastgesteld door de ambtenaren die zijn aangesteld door de minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheid heeft.
  Indien de bepalingen van artikel 10ter niet worden nageleefd door een handelaar, legt de minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheid heeft, hem een administratieve geldboete op waarvan het bedrag noch 10 % van de ten onrechte in contanten betaalde sommen mag overschrijden, noch meer mag bedragen dan 1 250 000 EUR; de geldboete wordt geïnd ten voordele van de Schatkist door de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen.

  Hoofdstuk VI. - Overgangsbepaling.

  Art. 24. <W 2004-01-12/30, art. 38, 013; Inwerkingtreding : 02-02-2004> De identificatie of de controle van de identiteit van de natuurlijke en rechtspersonen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van de wet van 12 januari 2004 houdende wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs gewone cliënt zijn van een in artikel 2, 2bis, 1° tot 4°, en 2ter bedoelde instelling of persoon, overeenkomstig artikel 4, zal moeten gebeuren binnen een jaar na de inwerkingtreding van de wet van 12 januari 2004 houdende wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs.

  Hoofdstuk VII. - Slotbepaling.

  Art. 25. De Koning bepaalt de datum waarop deze wet in werking treedt.