Strafwetboek : Boek 2

Titel IX. - Misdaden en wanbedrijven tegen eigendommen

Hoofdstuk I. - Diefstal en afpersing

Art. 461. Hij die een zaak die hem niet toebehoort, bedrieglijk wegneemt, is schuldig aan diefstal.
  (Met diefstal wordt gelijkgesteld het bedrieglijk wegnemen van andermans goed voor een kortstondig gebruik.) <W 25-06-1964, art. 1>

Art. 462. Diefstallen gepleegd door een gehuwde ten nadele van zijn echtgenoot, door een weduwnaar of een weduwe wat zaken betreft die aan de overleden echtgenoot hebben toebehoord, door afstammelingen ten nadele van hun bloedverwanten in de opgaande lijn, door bloedverwanten in de opgaande lijn ten nadele van hun afstammelingen, of door aanverwanten in dezelfde graden, geven alleen aanleiding tot burgerrechtelijke vergoeding.
  Ieder ander persoon die aan deze diefstallen deelneemt of die de gestolen voorwerpen of een gedeelte ervan heeft, wordt gestraft alsof de vorige bepaling niet bestond.
.....

Hoofdstuk II. - Bedrog.
Afdeling I. - Misdrijven die verband houden met de staat van faillissement
Afdeling II. - Misbruik van vertrouwen. (Art. 491.)
Afdeling III. - Oplichting en bedriegerij (Art. 496.)
(Art. 505)
Afdeling V. - Enige andere soorten van bedog.