Belgisch Burgerlijk Wetboek : Boek 1 : Personen :  Titel X. - Minderjarigheid, voogdij en ontvoogding

Hoofdstuk III. - Ontvoogding

Art. 476.

Art. 477. De minderjarige die de volle leeftijd van vijftien jaar heeft bereikt, kan door de jeugdrechtbank worden ontvoogd op verzoek van zijn ouders of, wanneer dezen het niet eens zijn, op verzoek van een hunner.
  De vader of de moeder die geen verzoek heeft ingediend evenals, in voorkomend geval, degene aan wie de bewaring van het kind is toevertrouwd, moeten alleszins vooraf worden gehoord of opgeroepen.
  De minderjarige wiens vader of moeder overleden is of wiens afstamming slechts ten aanzien van een van zijn ouders vaststaat en die de volle leeftijd van vijftien jaar heeft bereikt, kan door de jeugdrechtbank worden ontvoogd op verzoek van de enige ouder.
  Als die ouder een zodanig verzoek niet indient, kan de ontvoogding worden verzocht door de procureur des Konings.


Wetsgeschiedenis