Belgisch Burgerlijk Wetboek : Boek 1 : Personen :  Titel X. - Minderjarigheid, voogdij en ontvoogding

Hoofdstuk III. - Ontvoogding


  Art. 479. Wanneer de voogd niets heeft ondernomen om de minderjarige die voldoet aan de in artikel 478 gestelde voorwaarden te ontvoogden en wanneer een of meer bloedverwanten of aanverwanten tot in de vierde graad van deze minderjarige hem geschikt oordelen om te worden ontvoogd, kunnen zij de procureur des Konings verzoeken zich met het oog op de ontvoogding tot de jeugdrechtbank te wenden.
  De minderjarige kan te dien einde eveneens een verzoek indienen bij de procureur des Konings.
  Artikel 478, derde lid, is van toepassing.

Wetsgeschiedenis