law - custody - renumeration

Boek I. - Personen - Titel XI. - Meerderjarigheid, voorlopig bewind, onbekwaamverklaringen en bijstand van een gerechtelijk raadsman

Hoofdstuk Ibis. - Voorlopig bewind over de goederen toebehorend aan een meerderjarige

Artikel 488bis H:

3 MEI 2003. - Wet tot wijziging van de wetgeving betreffende de bescherming van de goederen van personen die wegens hun lichaams- of geestestoestand geheel of gedeeltelijk onbekwaam zijn die te beheren.

Hoe is deze wet tot stand gekomen. Hier de parlementaire voorbereiding met betrekking tot de renumeratie van de voorlopige bewindvoerder:

Wet beginnen op 23 september 1999, de dag van het wetvoorstel.

Op 21 maart 2002 werd volgende tekst aangenomen in de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers:

Art. 8
Artikel 488bis, h), van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 juli 1991, wordt vervangen als volgt:

Art. 488bis-h). § 1. — De vrederechter kan aan de voorlopige bewindvoerder, bij een gemotiveerde beslissing, na de overlegging door de voorlopige bewindvoerder van het verslag bedoeld in artikel 488bis, c), § 3, een vergoeding toekennen waarvan het bedrag niet hoger mag zijn dan drie procent van de inkomsten van de beschermde persoon. Hij kan hem nochtans, na overlegging van met redenen omklede staten, een vergoeding toekennen in verhouding tot de vervulde buitengewone
ambtsverrichtingen.
Het is de voorlopige bewindvoerder verboden, buiten de in het eerste lid vermelde vergoedingen, enige vergoeding of voordeel, van welke aard ook of van wie ook, te ontvangen met betrekking tot het uitoefenen van het gerechtelijk mandaat van voorlopige bewindvoerder.
Artikel 907, eerste en tweede lid, is van overeekomstige toepassing; de beschermde persoon
wordt gelijkgesteld met de minderjarig en, na opheffing van de beschermingsmaatregel, met de meerderjarig geworden minderjarige.

§ 2. De beschermde persoon kan slechts geldig schenken onder levenden of testamentair beschikken
mits een notaris optreedt en kennis gegeven wordt aan de vrederechter en mits een medische verklaring van een door de vrederechter krachtens artikel 594, 1°, Gerechtelijk Wetboek aangestelde deskundige die het bekwaam zijn tot beschikken hieromtrent en het niet wilsafhankelijk zijn van de beschermde persoon heeft bevestigd.

§ 3. De beschermde persoon kan slechts huwen mits sluiting van een huwelijkscontract goedgekeurd door de vrederechter.».

13 december 2002 neemt de Kamer volgende tekst aan.