law - custody - renumeration

Boek I. - Personen - Titel XI. - Meerderjarigheid, voorlopig bewind, onbekwaamverklaringen en bijstand van een gerechtelijk raadsman

Hoofdstuk Ibis. - Voorlopig bewind over de goederen toebehorend aan een meerderjarige

Artikel 488bis H:

3 MEI 2003. - Wet tot wijziging van de wetgeving betreffende de bescherming van de goederen van personen die wegens hun lichaams- of geestestoestand geheel of gedeeltelijk onbekwaam zijn die te beheren.

Hoe is deze wet tot stand gekomen. Hier de parlementaire voorbereiding:

De opnieuw geamendeerde tekst is op 14 maart 2003 bij de Senaat aanhangig gemaakt.

BESPREKING TUSSEN DE SENATOREN

De mogelijkheid voor de bewindvoerder om schenkingen te ontvangen of te erven van de beschermde persoon

Vorige spreker verklaart het niet eens te kunnen zijn met de wijziging die door de Kamer werd aangebracht in artikel 8 van het ontwerp met betrekking tot de mogelijkheid voor de bewindvoerder om van de beschermde persoon te erven en er schenkingen van te krijgen.

In de tekst zoals hij door de Senaat werd goedgekeurd, bestond deze mogelijkheid niet, behalve wanneer de voorlopige bewindvoerder een familielid was.

Het doel van deze formule was de familieleden aan te moedigen die rol te spelen en te voorkomen dat zij daarvoor zouden worden gestraft.

Ook hier is het zaak elke vorm van misbruik met betrekking tot het zwakste element in het wetsontwerp, namelijk de beschermde persoon, uit te sluiten.

De heer Vandenberghe verwijst naar het wetsontwerp dat recent door de Kamer is goedgekeurd en artikel 909 van het Burgerlijk Wetboek wijzigt (stuk Kamer, nr. 50-150/6) met het oog op het uitbreiden naar andere categorieën van personen van het verbod op het maken van beschikkingen onder levenden of bij testament ten voordele van artsen, officieren van gezondheid en apothekers, die een persoon hebben behandeld gedurende de ziekte waaraan hij overleden is.

Men moet een onderscheid maken tussen het verbod op schenkingen en de toepassing van het wettelijk erfrecht.

Artikel 909 gaat immers uit van het principe dat degene die een schenking zou kunnen krijgen geen erfgenaam is.

Het voorliggend ontwerp moet in ieder geval samen gelezen worden met het ontwerp tot wijziging van artikel 909.

Mevrouw de T' Serclaes merkt op dat de door de Senaat goedgekeurde tekst volgens het verslag van de Kamercommissie voor de Justitie blijkbaar gewijzigd werd wegens een gebrek aan logica waarop door professor Swennen gewezen werd (stuk Kamer, nr. 50-107/18, blz. 13 en 14).

De minister herinnert eraan dat in de tekst die door de Kamer is goedgekeurd in ieder geval de voorafgaande en verplichte controle van de vrederechter waarin § 2 van hetzelfde artikel voorziet, gewaarborgd blijft.

Mevrouw Nyssens wijst erop dat tal van mensen aan wie een voorlopig bewindvoerder werd toegevoegd en die een bepaalde leeftijd bereiken en geen familie meer hebben, hun goederen willen nalaten aan hun voorlopig bewindvoerder.

Hoe kan aan deze wens in alle doorzichtigheid en met de nodige waarborgen tegemoet gekomen worden ?

De heer Mahoux antwoordt dat, het geval waarin de voorlopig bewindvoerder een familielid is buiten beschouwing gelaten, het verkieslijk is hierop niet in te gaan. Iemand die aanvaardt voorlopig bewindvoerder te worden weet van meet af aan dat hij niet zal kunnen erven van de te beschermen persoon.

Spreker dient derhalve een amendement in (stuk Senaat, nr. 2-1087/12, amendement nr. 123) dat ertoe strekt de oplossing die door de Senaat was goedgekeurd opnieuw in te voeren maar dan zonder de incoherentie waarop de Kamer had gewezen.

STEMMINGEN
De amendementen nrs. 121 tot 123 alsmede het geamendeerde wetsontwerp in zijn geheel worden door de 10 aanwezige leden eenparig goedgekeurd.

Nr. 123 VAN DE HEER MAHOUX C.S.
Art. 8

Aan § 1 van het voorgestelde artikel 488bis, h), een derde lid toevoegen, luidende :

« Zelfs bij testament kan de beschermde persoon geen schenking doen ten gunste van zijn voorlopig bewindvoerder tenzij de voorlopig bewindvoerder een familielid is.

Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op de vrederechter die beslist over het voorlopig bewind, op het medisch personeel dat de beschermde persoon behandeld heeft, alsook op de directie en de personeelsleden van de instelling waarin de beschermde persoon zich bevindt. »

Dit voorgestelde amendement is nooit in de uiteindelijke wettekst gekomen.

Het is op 28 maart 2003 dat de Kamer van Volksvertegenwoordigers dit geschrapt heeft.